10. De zorg voor uw kinderen

10 De zorg voor uw kinderen

10.1 Zorgverbreding op De MarsWeijde
Op onze school staat de zorg voor de leerling centraal. De spil in de zorg rond de leerling is de leerkracht.
CBS De MarsWeijde hanteert een systeem voor zorgverbreding. Doel hiervan is het zo vroeg mogelijk
signaleren van ontwikkelings- en leerachterstanden. Als er sprake blijkt te zijn van een voorsprong,
proberen we een ander, passend aanbod te bieden.
Op een aantal vaste momenten in het jaar worden landelijk genormeerde toetsen afgenomen voor rekenen,
spelling, woordenschat en technisch en begrijpend lezen. Voor de kleuters wordt gebruik gemaakt van
toetsen voor taal, ordenen en ruimte en tijd. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van observatielijsten en een
leesvoorwaardentoets. Ook de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen wordt gevolgd. Al deze
gegevens worden verzameld in het leerlingvolgsysteem. Wanneer er bij de toetsen sprake is van
achterstand, wordt er een plan (handelingsplan) opgesteld.
Het systeem van zorgverbreding is voortdurend in ontwikkeling. We willen steeds zo efficiënt mogelijk
omgaan met toetsen, gegevens en materialen. Om zo ieder kind díe zorg te kunnen bieden die hij/zij nodig
heeft en daardoor voor hem/haar het beste resultaat te behalen.
Binnen De MarsWeijde is Hester op de Haar de Intern Begeleider; zij coördineert de leerlingenzorg. Zij
houdt het leerlingvolgsysteem bij, waarin de gegevens van elke individuele leerling worden bewaard en zij
coördineert de leerlingbesprekingen, handelingsplanning en Remedial Teaching. Ook kan zij leerkrachten
adviseren bij het geven van extra zorg. Daarnaast onderhoudt ze contacten met externe instanties zoals de
Onderwijs Adviesdienst, de GGD en het schoolmaatschappelijk werk. Door deze manier van werken
kunnen we de ontwikkeling van de kinderen nauwgezet volgen en hen de zorg bieden die ze nodig hebben.

10.2 ParnasSys in relatie tot leerling volgsysteem (LVS)
Op de MarsWeijde gebruiken we het leerlingvolgsysteem “ParnasSys”. ParnasSys is een webbased
programma waarin zowel de leerlingadministratie als het leerlingvolgsysteem is opgenomen. ParnasSys
ondersteunt de administratieve processen die nodig zijn voor het volgen van de cognitieve en sociale
ontwikkeling van kinderen op school. Zo worden in ParnasSys alle toetsgegevens opgeslagen, maar ook
verslagen van leerlingbesprekingen en/of oudergesprekken.

10.3 Rapport
Twee keer per jaar krijgen de kinderen een rapport mee naar huis, waarin de ouders op de hoogte gebracht
worden van de vorderingen van hun kind(eren). We hebben het schooljaar in 2 gelijke perioden verdeeld,
dus na 19 tot 20 weken krijgt uw kind het rapport mee.
We maken gebruik van een zelf ontworpen rapport, waarvan we de druk in eigen beheer hebben. Het
rapport kan zonodig eenvoudig aangepast worden, bijvoorbeeld wanneer we een nieuwe methode
aanschaffen of een nieuwe landelijke toets gaan gebruiken.

10.4 Toetsen
Op vaste momenten in het schooljaar worden in alle groepen toetsen afgenomen. Op de CITO toetsen kan
uw kind een score halen van A+ tot een E. Hieronder volgt een uitleg hierover.
A-score = goed tot zeer goed: de 25% hoogst scorende leerlingen (A+ betekent een hele hoge A)
B-score = ruim voldoende tot goed: 25% leerlingen die net boven tot ruim boven het landelijk gemiddelde
scoren
C-score = matig tot voldoende: de 25% leerlingen die net onder tot ruim onder het landelijk gemiddelde
scoren
D-score = zwak tot matig: de 15% leerlingen die ruim onder het landelijk gemiddelde scorende leerlingen
E-score = zwak tot zeer zwak: de 10% laagst scorende leerlingen
NB Uw kind kan bij een B score een hele ‘hoge B’ scoren; het is dan bijna een A score. Dan is het goed.
Als uw kind een ‘lage B’ scoort (bijna een C score), is het voldoende. Deze toetsen geven een beeld van
de ontwikkeling van een kind in vergelijking met leeftijdgenoten. Er wordt uitgegaan van een landelijk
gemiddelde. De resultaten van deze toetsen worden besproken in een groepsbespreking met de IB-ers.
Tijdens dit gesprek wordt bekeken of een leerling extra hulp of uitdaging nodig heeft. Dit kan gebeuren
door extra aandacht in de klas, of buiten de klas door de remedial teacher met daarvoor op school
beschikbare materialen zoals computerprogramma’s en werkboeken of levelboxen.

10.5 Handelingsplan: extra begeleiding van uw kind
Indien een leerling extra hulp nodig heeft, wordt dit beschreven in een handelingsplan. Hierin staat wat we
willen bereiken, hoe we dat doen, door wie, en wat de resultaten zijn. Zowel toetsresultaten als eventuele
handelingsplannen worden met de ouders besproken.
Extra begeleiding van kinderen wordt gegeven wanneer kinderen laag scoren op toetsen (D of E resultaat)
maar ook wanneer kinderen langdurig hoog scoren en extra uitdaging nodig hebben.
Wanneer de extra inspanningen niet voldoende resultaat opleveren, kan de hulp worden ingeroepen van de
leerlingbegeleidster van het O.A.C (Onderwijs Advies Centrum). Voor het komende schooljaar is dat
Femke Faber. Deze besprekingen worden consultatiegesprekken genoemd.
Verder kan aan ouders, indien gewenst, toestemming gevraagd worden om contact op te nemen met de
behandelend logopedist of fysiotherapeut van hun kind, om ook met hen te overleggen. Binnen de Matrix
zijn daar volop mogelijkheden voor. Deze zijn beschreven in het zorgplan voor de Matrix
Zie ook: www.onderwijsadvies.nl
Zorgteams (tekst ontleend aan het samenwerkingsverband)
Op alle basisscholen van onze schoolvereniging is met ingang van dit schooljaar een zorgteam ingesteld.
In het zorgteam worden vragen van school en/of ouders over de ontwikkeling van kinderen besproken.
Daarbij hebben we het vooral over vragen rond gedrag en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Bij een zorgteambespreking zijn altijd de ib’er en een CJG-medewerker (jeugdverpleegkundige Manon
Diederix/Rian Kosse of schoolmaatschappelijk werker Sarah Docter) aanwezig. Vaak worden ook de
ouders uitgenodigd voor de bespreking. Afhankelijk van wat de vraag is, zijn nog andere deskundigen
aanwezig bij de bespreking, zoals bv. de orthopedagoog. Doel van de bespreking is om samen na te gaan
wat er nodig is om er voor te zorgen dat het kind zich goed kan (blijven) ontwikkelen. Zo nodig zorgt de
CJG-medewerker er na afloop voor dat voor ouders en/of kind snel de ondersteuning wordt geregeld die
nodig is. Dat gebeurt natuurlijk altijd in nauw overleg met de ouders. Wanneer de school een kind wil
bespreken in het zorgteam wordt hier altijd vooraf schriftelijk toestemming voor gevraagd aan de ouders.

10.6 Passend onderwijs (tekst ontleend aan het samenwerkingsverband)
“Het bestuur van de school waar uw kind is ingeschreven of wordt aangemeld is verantwoordelijk voor
een goed onderwijsaanbod ook wanneer uw kind is aangewezen op speciaal onderwijs.”
“Geen mens is het zelfde en ook als het op leren aankomt bestaan er grote verschillen. In onderwijs en
opvoeding houden ouders en leraren meestal vanzelfsprekend rekening met die verschillen en stemmen zij
als het even kan hun complimentjes, correcties, verwachtingen en doelen af op hun kind of de betreffende
leerling. Ieder kind vraagt in onderwijs en opvoeding als het even kan “maatwerk” van de opvoeders. In
de “gewone” school voor basisonderwijs betekent dit maatwerk bijvoorbeeld dat niet van alle leerlingen
na acht jaar onderwijs verwacht mag worden dat zij dan even goed kunnen rekenen of lezen. Ook de wijze
waarop leerlingen zich het rekenen en lezen eigen hebben gemaakt kan erg verschillen. De een heeft op
onderdelen of de hele linie veel begeleiding of instructie nodig gehad en de ander leek het “aan te
waaien”. Voor de meeste leerlingen lukt het in de basisschool om goed rekening te houden met de wijze
waarop kinderen leren. Soms echter vraagt een leerling om goed te kunnen leren zo’n gespecialiseerde
ondersteuning en begeleiding dat deze in de basisschool niet meer geboden kan worden. In die gevallen is
dat de ouders en leraren meestal ook in een vroeg stadium duidelijk en kan in onderling overleg besloten
worden dat de school onvoldoende in huis heeft om een voldoende afstemming te bieden. Voor een
onderwijsvorm waarin beter rekening gehouden kan worden met wat deze leerling nodig heeft kan dan
verwezen worden naar bijvoorbeeld een “speciale school voor basisonderwijs” of een school voor
“speciaal onderwijs”. Om in die gevallen te voorkomen dat de ouders en de school bij het zoeken naar een
school die goed “past” bij deze leerling van het kastje naar de muur verwezen worden, heeft de minister
het onderwijs (de scholen voor gewoon onderwijs en de scholen voor speciaal onderwijs) de opdracht
gegeven om hierover sluitende afspraken te maken. Wanneer de “wet op passend onderwijs” van kracht
wordt, is het bestuur van het regulier onderwijs (deze wet geldt dan voor zowel basis- als voortgezet
onderwijs) verplicht om voor iedere leerling die bij één van haar scholen (voor regulier onderwijs) staat
ingeschreven of wordt aangemeld “passend onderwijs” te bieden. Wanneer dat niet lukt in de betreffende
school, dan moet het bestuur een alternatief kunnen bieden waarin wel op een goede wijze maatwerk
geleverd kan worden.
In onze regio (Ommen, Hardenberg, Coevorden) wordt deze wet voorbereid door de gezamenlijke
besturen van basis en voortgezet onderwijs en de besturen van scholen die speciaal onderwijs in en buiten
de regio aanbieden. In mei 2008 hebben zij hierover een intentieverklaring ondertekend waarin zij
verklaren samen te willen werken voor “passend onderwijs”. De besturen zijn hierin bovendien
overeengekomen om het passend onderwijs zo “thuis-nabij” mogelijk te realiseren. Voor veel vormen van
speciaal onderwijs moeten leerlingen nu nog iedere dag naar bijvoorbeeld Zwolle of Emmen reizen. De
gezamenlijke besturen geven in de intentieverklaring aan dat leerlingen- waar het maar even kan- ook
voor het speciaal onderwijs in de regio terecht moeten kunnen. Om de wet op het passend onderwijs voor
te kunnen bereiden, stelt de minister de besturen en het onderwijs in staat om te onderzoeken op welke
wijze dit in iedere regio het best zijn beslag kan krijgen. Voor onze regio is hiervoor in aansluiting op de
intentieverklaring een plan van aanpak opgesteld dat in juni 2009 werd ingediend. In dit plan wordt
ondermeer beschreven welke afspraken over passend onderwijs gemaakt worden,hoe voorkomen kan
worden dat de ouders bij het zoeken naar een goede school van de ene naar de andere commissie verwezen
worden, hoe het speciaal onderwijs zoveel mogelijk thuis nabij georganiseerd kan worden en hoe de
ouders en leraren bij deze plannen betrokken kunnen worden.
Wanneer dit plan van aanpak wordt goedgekeurd door het ministerie zullen ouders van leerlingen die zijn
aangewezen op speciale voorzieningen op ten minste moeten merken dat zij niet alleen staan in het zoeken
naar een goede onderwijsvoorziening voor hun kind, maar dat de school -ook wanneer zij dat maatwerk
zelf niet kan leveren- verantwoordelijk blijft voor een goed passend alternatief”.

10.7 Verwijzing naar een Speciale school voor Basisonderwijs
Sommige kinderen blijken tijdens de hele basisschoolperiode veel extra zorg nodig te hebben. Het kan
soms blijken dat wij bij ons op school niet kunnen bieden wat uw kind nodig heeft. Dan is het beter om
een kind te verwijzen naar een speciale school voor basisonderwijs. Voor alles geldt dat wij u steeds op de
hoogte houden en dat er geen belangrijke beslissingen genomen (kunnen) worden zonder dat u daar als
ouders nauw bij betrokken bent.
In de meeste gevallen wordt er door de leerlingbegeleider van het O.A.C. nader onderzoek, naar
bijvoorbeeld intelligentie, verricht. Het verslag van dit onderzoek wordt met de ouders en betrokken
leerkrachten besproken. Tijdens dit gesprek zal er ook een advies gegeven worden welke school voor
speciaal basisonderwijs de beste zorg kan bieden. Dat kan bijvoorbeeld de Prof. Waterinkschool zijn, maar
ook andere scholen binnen de regio. De Prof. Waterinkschool maakt deel uit van onze schoolvereniging.
Bovendien maakt zij deel uit van het Samenwerkingsverband WSNS in de gemeenten Hardenberg en
Coevorden.
Hieronder vindt u nadere informatie over de organisatie van dit Samenwerkings-verband en de procedure
die we moeten volgen wanneer we een kind naar de Prof. Waterinkschool willen overplaatsen.

10.8 Weer Samen Naar School (WSNS)
Onze school is aangesloten bij het Christelijk Federatief Samenwerkingsverband Weer Samen Naar
School rond de Prof. Waterinkschool in Hardenberg.
Bij dit samenwerkingsverband zijn aangesloten de Christelijke basisscholen in Coevorden en Hardenberg.
Doel van het samenwerkingsverband is de zorg zodanig te organiseren dat leerlingen, zolang dit mogelijk
is, op hun eigen school kunnen blijven.
Binnen het samenwerkingsverband is een doorgaande lijn in de zorgvoorzieningen ontwikkeld, waarbij
kinderen zo veel mogelijk een ononderbroken ontwikkelingslijn kunnen doorlopen.
Het samenwerkingsverband stimuleert de daartoe al in gang gezette ontwikkeling waarbij scholen en
vooral ook individuele leerkrachten steeds meer kunnen omgaan met verschillen in het leerniveau en de
sociaal-emotionele ontwikkeling van die kinderen die extra zorg behoeven. Het zal duidelijk zijn dat de
vertaling van de "grote lijn" per school verschillend is. Elke school ontwikkelt een eigen leercultuur
(pedagogisch en didactisch) waarin de betrokken school zelf verantwoordelijk is voor de
professionalisering en kwaliteitsverbetering.
Binnen het samenwerkingsverband zijn 3 netwerken gevormd, te weten:
1. Netwerk “interne begeleiders” (IB)
2. Netwerk “remedial teachers” (RT)
3. Netwerk “het jonge kind”
Daarnaast is er jaarlijks een WSNS dag waaraan wordt deelgenomen door de Intern Begeleiders en
directeuren en eens per twee jaar een teammiddag voor alle teamleden van alle scholen. Alle scholen
worden geacht deel te nemen aan de activiteiten van het samenwerkingsverband.
Permanente Commissie Leerlingenzorg (tekst ontleend aan het samenwerkingsverband)
“De PCL is een op wettelijke grond (ex art. 23 WPO) door het samenwerkingsverband ingestelde
commissie. De wettelijke taak van de PCL is om op aanvraag van de ouder(s) dan wel degene die
krachtens de wet het gezag heeft / hebben over een kind, te beoordelen of plaatsing op de speciale school
voor basisonderwijs noodzakelijk is. De PCL vraagt gegevens op bij die instanties / personen waar door
aanvrager toestemming voor is gegeven en doet, indien nodig, eigen aanvullend onderzoek.
N.b.: scholen hebben de wettelijke verplichting binnen 4 weken de gevraagde gegevens aan te leveren bij
de PCL.
Na bespreking van de gegevens geeft de PCL een beschikking af. Hierbij zijn 3 mogelijkheden:
· positieve beschikking (leerling is toelaatbaar tot de speciale school voor basisonderwijs);
· negatieve beschikking (leerling is niet toelaatbaar tot de speciale school voor
basisonderwijs. In dit geval zal de PCL adviseren over het schooltype dat het best geschikt is voor
deze leerling);
· tijdelijke beschikking (leerling is toelaatbaar tot de speciale school voor basisonderwijs
voor de termijn die op de beschikking is aangegeven. Voor het verstrijken van deze termijn zal de
PCL opnieuw een uitspraak doen.)
Ouders kunnen binnen een termijn van 6 weken bezwaar aantekenen tegen een genomen beslissing. In dat
geval zal de PCL de zaak voorleggen aan de Regionale Verwijzingscommissie. Nadat de RVC een advies
heeft gegeven en de PCL de ouders heeft gehoord zal de PCL, met in acht neming van deze nieuwe
gegevens, opnieuw een beslissing nemen. Wanneer ouders het niet eens zijn met deze beslissing kunnen
zij in beroep gaan bij de rechtbank. De rechter neemt dan een bindende beslissing.
Nadat een beschikking onherroepelijk is geworden (d.w.z. na verstrijken van de bezwaartermijn dan wel
nadat ouders schriftelijk hebben verklaard af te zien van bezwaar en beroep) kunnen ouders desgewenst
opnieuw een aanvraag indienen bij de PCL van een ander samenwerkingsverband. Dit komt voor in
gevallen waarin ouders een andere dan de “eigen” school voor sbo prefereren.
De tweede taak van de PCL in ons samenwerkingsverband (swv) is de adviesfunctie. Scholen kunnen,
met toestemming van de ouders, de PCL advies vragen over de behandeling van een leerling.
Uitvoeriger informatie over de PCL is te vinden in de door het swv aan alle scholen verstrekte
informatiemap over het swv.
ZAT (Zorg Advies team). (tekst ontleend aan het samenwerkingsverband)
Met ingang van 1 augustus 2010 wordt de adviesfunctie van de PCL uitgebreid. Daartoe wordt de PCL
aangevuld met medewerkers van het Centrum voor Jeugd en Gezin en Bureau Jeugdzorg.
Vragen van school en ouders waarbij een gezamenlijke inzet van onderwijszorg en jeugdzorg van belang
is kunnen aan dit team (het Zorgadvies team) voorgelegd worden. Dit ZAT sluit aan op de zorgteams zoals
deze in de school met ingang van het nieuwe cursusjaar in alle scholen functioneren. De aanvragen voor
een indicatiestelling voor het speciaal onderwijs zullen ook via dit ZAT gaan lopen. We lopen daarmee
vooruit op de regelgeving in het kader van passend onderwijs zoals deze door het ministerie is
aangekondigd. Voor deze aanvragen zal het ZAT dan uitgebreid worden met de partners vanuit het
speciaal onderwijs”.

10.9 Leerlinggebonden financiering (het “rugzakje”)
Het is ook mogelijk dat een kind wel bij ons op school blijft, maar dat er een “rugzakje” voor dit kind
wordt aangevraagd. Het komt ook voor dat ouders van een kind dat al zo’n “rugzakje” heeft, hun kind bij
onze school willen aanmelden. Voor beide geldt het volgende:
Wij juichen de ontwikkeling toe dat kinderen zoveel mogelijk in de eigen woonomgeving naar school
gaan. De zorg op onze school is over het algemeen voldoende om onze zorgleerlingen op te vangen binnen
de eigen school. Voor kinderen met een handicap is deze zorg niet altijd toereikend. Hiervoor heeft de
overheid een “rugzak” ter beschikking gesteld met daarin faciliteiten voor extra zorg.
De ‘rugzak’ is een andere naam voor leerlinggebonden financiering. Het is een afgepaste hoeveelheid geld
die de school ontvangt. Om een rugzak al of niet toegewezen te krijgen, vragen de ouders bij de
Commissie voor Indicatiestelling (CvI) een 'indicatie voor het speciaal onderwijs' aan. Het geld is alleen
voor extra middelen te gebruiken die direct met het onderwijs te maken hebben.
De school ontvangt het geld en is verplicht ambulante begeleiding af te nemen. Een ambulant begeleider is
iemand die gespecialiseerd is in de begeleiding van leerlingen met een beperking, handicap of chronische
ziekte op een ‘gewone’ school. De school kan daarnaast aanvullende formatie regelen, zodat er een
leerkracht beschikbaar is om op bepaalde tijden het kind in of buiten de klas extra te begeleiden. Ook
krijgt de school geld voor extra lesmateriaal en kosten die gemaakt moeten worden.
Leerlingen met een visuele beperking komen niet in aanmerking voor een rugzak. Regelingen hiervoor
gaan via een andere weg. Ook kinderen met dyslexie, ADHD, een vorm van autisme of NLD komen niet
vanzelfsprekend in aanmerking voor een rugzak. Dit hangt af van de mate en van eventuele combinaties
met andere beperkingen. Over het algemeen geldt als voorwaarde voor een ‘rugzakje’ dat de school
“handelingsverlegen” moet zijn en zonder extra middelen niet aan de zorgvraag van de leerling kan
voldoen.
Wij zullen aanvragen van de ouders van kinderen met een “handicap” van geval tot geval beoordelen. We
houden daarbij rekening met het kind, de overige leerlingen, de groepssamenstelling, de huisvestingssituatie
van de school, de leerkrachten en de wensen van de ouders. De school onderzoekt wat haar
mogelijkheden en onmogelijkheden zijn en welke ondersteuningsmogelijkheden door externe instanties
geboden kunnen worden. De ouders en de school dienen overeenstemming te hebben inzake het
voorlopige handelingsplan.
Op school is een speciaal protocol, naast het gewone toelatingsprotocol, aanwezig dat is ontwikkeld in
samenwerking met het Samenwerkingsverband rond de Prof. Waterinkschool om de aanmelding van
kinderen met een handicap zoals aangegeven in de Wet op de Expertisecentra te regelen.
Ouders en leerkrachten met vragen over de rugzak kunnen bellen naar de rugzak informatielijn 030 - 297
06 89 of via Internet: www.oudersenrugzak.nl

10.10 Jeugdgezondheidszorg van de GGD
Een jeugd met toekomst
De Jeugdgezondheidszorg richt zich op het bevorderen van een gezonde groei en ontwikkeling van
kinderen van 0-19 jaar. Dit betekent het voorkomen, opsporen en bestrijden van oorzaken die een gezonde
groei en ontwikkeling verstoren. De zorg is in handen van Jeugdgezondheidszorgteams (JGZ-teams). Een
team bestaat uit een jeugdarts, jeugdartsassistente, jeugdverpleegkundige, een tandheelkundig preventief
medewerker en een logopedist (in Steenwijk en Kampen).
Tot de leeftijd van 4 jaar worden kinderen gezien door de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de Thuiszorg.
Vanaf 4 tot 19 jaar komt de JGZ van de GGD in beeld. Thuiszorg en GGD werken nauw samen binnen
Integrale JGZ. Opgroeien van 0-19 jaar: er gebeurt veel wat betreft de groei en ontwikkeling. Uw kind
bezoekt één van de scholen in de regio IJssel-Vecht. Dit betekent dat u te maken krijgt met de JGZ van de
GGD Regio IJssel-Vecht.
Wat doet de GGD op school?
De volgende kindgerichte activiteiten worden onder andere door de JGZ uitgevoerd.
Preventief Gezondheidsonderzoek in groep 2
Bij de uitnodiging voor u en uw kind ontvangt u een vragenlijst ten behoeve van het onderzoek. Uw kind
wordt door de doktersassistente op groei en ontwikkeling onderzocht. Het gehoor en het gezichtsvermogen
wordt gecontroleerd en lengte en gewicht gemeten. Daarnaast is er aandacht voor het functioneren van uw
kind; thuis, op school en in de vrije tijd. Zo nodig wordt er een vervolgonderzoek door de jeugdarts
gedaan.
Tandheelkundige voorlichting in groep 2
De tandheelkundig preventief medewerker verzorgt in groep 2 een gastles over mondgezondheid.
Onderwerpen als tandenpoetsen, tandartsbezoek, gezonde tussendoortjes en traktaties komen hierbij aan
de orde.
Preventief Gezondheidsonderzoek in groep 7
Bij de uitnodiging voor u en uw kind ontvangt u een vragenlijst ten behoeve van het onderzoek. De
kinderen vullen klassikaal een gezondheidspaspoort in. Uw kind wordt daarna door de
jeugdverpleegkundige onderzocht. Tijdens dit onderzoek staan ontwikkeling en leefstijl centraal. Lengte
en gewicht worden gemeten en het vermogen tot het zien van kleuren wordt getest.
Zorg op maat
De jeugdverpleegkundige en/of jeugdarts hebben regelmatig contact met de Intern Begeleider van school
over leerlingen waarvoor extra zorg nodig is.
Activiteiten gericht op de school
Scholen hebben een belangrijke taak als het gaat om het beschermen en bevorderen van de gezondheid
van leerlingen. De GGD biedt ondersteuning aan leerkracht en ouders door het geven van informatie en
het verzorgen van een thema voor een ouderavond. Folders, adviezen en lesmateriaal over onderwerpen
als ‘grenzen stellen’, ‘weerbaarheid’, ‘drukke kinderen’, ‘pesten’, ‘gezonde voeding’ of ‘dood- en
rouwverwerking’, het bestrijden van hoofdluis en besmettelijke ziekten zoals hersenvliesontsteking zijn
verkrijgbaar bij de GGD. Ten slotte controleert de GGD de veiligheid en hygiëne op scholen en adviseert
scholen hierover.
De JGZ werkt veel samen met bijv. de thuiszorginstellingen, huisartsen, Bureau Jeugdzorg, RIAGG en de
Onderwijsadviesdienst. Daar waar nodig wordt u naar deze instanties doorverwezen.
Meer Informatie?
Heeft u vragen, wilt u advies of meer informatie over de Jeugdgezondheidszorg? U kunt contact opnemen
met de GGD, ook als uw kind ‘niet aan de beurt’ is voor een onderzoek.
GGD Regio IJssel-Vecht
Zeven Alleetjes 1, 8011 CV ZWOLLE Telefoon: (038) 428 15 00
Postbus 1453, 8001 BL ZWOLLE Bereikbaar ma – vr van 08.00 – 10.00 en 12.00 – 13.00 uur.
www.rijv.nl/ggd E-mail: jeugdgezondheidszorg@rijv.nl


10.11 Schoollogopedie
Logopedie op de basisschool richt zich voornamelijk op preventie. Dit betekent dat geprobeerd wordt
logopedische problemen te voorkomen of zo vroeg mogelijk te signaleren, zodat vroegtijdig hulp geboden
kan worden. Het is wetenschappelijk bewezen dat jonge kinderen (kleuters) achterstanden makkelijker
inhalen dan kinderen die in groep 3 of hoger zitten. Het is belangrijk om tijdig door te verwijzen. Daarom
worden elk jaar alle kinderen van groep 2 onderzocht op:
· Spraak
· Mondgewoonte
· Taalvaardigheid
· Stemgebruik

10.12 Het Centrum voor Jeugd en Gezin
“Sinds vorig jaar is er in de gemeente Hardenberg iets nieuws in het leven geroepen: het Centrum
voor Jeugd en Gezin (misschien hebt u de borden aan de kant van de weg gezien). Binnen
het CJG komen verschillende disciplines bij elkaar om n.a.v. een zorgvraag vanuit huis
samen met ouders het beste voor elk kind te zoeken. Het lijkt een beetje op het
consultatiebureau, waar je al je vragen over het opvoeden en opgroeien kan neerleggen,
maar dan voor oudere kinderen. Het gaat om basisschoolkinderen, maar ook om pubers die
ook zelf contact op kunnen nemen om hun vragen voor te leggen. De centra zullen zich richten
op preventie, het beantwoorden van opgroei- en opvoedvragen, signalering en lichte en snelle
hulp. Bij meervoudige problematiek met een kind of gezin, zullen de hulpinstanties die betrokken
zijn sluitende afspraken maken om tot een integraal plan van aanpak te komen.
Wat valt er onder het CJG Hardenberg?
Het CJG Hardenberg biedt:
· Inloopspreekuren voor vragen over gezondheid, ontwikkeling, opvoeden en opgroeien van 0 tot
19 jaar.
· Het consultatiebureau voor kinderen van 0 tot 4 jaar.
· De vervolgonderzoeken door CJG voor kinderen van 4 tot 12 jaar.
· Korte lijnen in de hulpverlening en zonodig een verwijzing naar derden.
Voor de inloopspreekuren kunt u terecht in Hardenberg (Parkweg 1-7, tel. 088-0030065; spreekuur in de
Wmo INgang: woensdag van 09.00 uur tot 09.30 uur).
Telefonisch contact
Het CJG Hardenberg is ook bereikbaar op telefoonnummer 088-0030065. Dit nummer is 24 uur per dag
bereikbaar. U krijgt dan een medewerker van het CJG aan de telefoon aan wie u uw vraag kunt stellen. Dit
nummer kunt u ook gebruiken om bijvoorbeeld een afspraak te verzetten.
Opvoeden is een prachtige, uitdagende taak, waarbij je van alles tegen kunt komen. Mooie momenten van
intens geluk, onvergetelijke ervaringen maar ook moeilijke situaties met verdriet, teleurstellingen en
lastige keuzes. Dan is het goed om te weten dat u er niet alleen voor staat. Via het CJG biedt de gemeente
ouders en opvoeders ondersteuning die ze nodig hebben. Zie ook http://www.cjghardenberg.nl
Het CJG op school
Ook kunnen we vanuit school een beroep doen op het CJG. Aan onze school zijn Sarah Docter
(Maatschappelijk werk) en Manon Diederix (Schoolverpleegkundige) gekoppeld. Als er aanleiding voor
is, kunnen we in samenspraak met ouders een bijeenkomst beleggen met (een van) deze mensen, of
misschien nog met andere ‘deskundigen’ er bij. Zo realiseren we één zorglijn voor thuis en op school voor
de kinderen die steuntje in de rug kunnen gebruiken. (zie ook het laatste hoofdstuk voor telefoonnummers)