Schoolgids 2011/2012

De schoolgids is als pdf bestand hier te downloaden

Namens het schoolbestuur

Inleiding

De schoolgids die nu voor u ligt, is bedoeld als een wegwijzer voor de ouders/verzorgers van de leerlingen
op CBS de MarsWeijde. Daarnaast is deze schoolgids voor ouders/verzorgers van toekomstige leerlingen
een eerste kennismaking met onze school. In de schoolgids hebben we geprobeerd een duidelijk beeld te
geven waar onze school voor staat. We leggen verantwoording af over onze manier van werken en de
behaalde resultaten.
Tevens staat in de schoolgids veel praktische informatie over het komende schooljaar. U kunt er ook in
lezen op welke manier we willen werken aan de kwaliteitsverbetering van onze school. U krijgt een indruk
hoe we ervoor willen zorgen dat kinderen zich bij ons thuis voelen en zich zo goed mogelijk kunnen
ontwikkelen.
Wekelijks informeren wij alle ouders via onze nieuwsbrief “ Zegge’s”. Uit ervaring weten we dat deze
nieuwsbrief een belangrijk middel is om de ouders betrokken te laten zijn bij het wel en wee van onze
school en het werk van hun kinderen. We hopen dat deze Schoolgids daar ook toe mag bijdragen.
Misschien hebt u tijdens het lezen nog vragen, opmerkingen en suggesties. Wij vinden het prettig uw
reactie te horen. Loop dan gerust even binnen.

Veel leesplezier gewenst!

Rest ons nog te vermelden dat de medezeggenschapsraad van CBS “De MarsWeijde” haar goedkeuring
aan deze schoolgids heeft verleend.

Het Team van Christelijke Basisschool de MarsWeijde.

CBS de MarsWeijde
Erve Odinck 5
7773 DE Hardenberg
Tel. 0523 261092
E-mail: info@cbsdemarsweijde.nl
Web-site: www.cbsdemarsweijde.nl

1. CBS de Marsweijde binnen de Vereniging voor Prot. Christelijk Primair Onderwijs "Chrono"

Van het bestuur van de Vereniging voor Protestants Christelijk Primair Onderwijs Chrono,
gevestigd te Hardenberg

CBS “de MarsWeijde”
behoort tot de Vereniging voor Protestants Christelijk Primair Onderwijs Chrono
gevestigd te Hardenberg.
Onze vereniging van 16 scholen stelt zich ten doel het doen geven van Protestants Christelijk onderwijs.
Zij tracht dit doel te bereiken door het oprichten en instandhouden van scholen voor Protestants Christelijk
onderwijs in Noordoost Overijssel. Dit alles zoveel mogelijk in samenwerking met schoolcommissies,
directies, medezeggenschapsraden van de scholen en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.
Chrono is per 1 januari 2005 ontstaan door een fusie van de Vereniging voor PC basisonderwijs in
Avereest en de Vereniging voor PC Primair Onderwijs in Noordoost Overijssel, gevestigd te Hardenberg

Het Protestants Christelijk onderwijs is onderwijs waarbij ouders een belangrijke rol spelen. Uw meeleven
en meedenken is erg belangrijk. Dat zult u vooral doen op de school zelf, bijvoorbeeld in de
ouderwerkgroep of  MR en de schoolcommissie. Bovenschools kunt u een rol spelen door u als ouder
verkiesbaar te stellen voor de GMR (=gemeenschappelijke medezeggenschapsraad). Deze GMR bestaat 
uit 8 leden, waarvan de helft ouders en de helft personeelsleden van Chrono.

De Ledenraad van Chrono heeft op 29 juni een belangrijk besluit genomen: Uiterlijk per 1 januari 2012
wordt de vereniging omgezet in een Stichting. Directe aanleiding om hiervoor te kiezen is de wettelijke
verplichting om bestuur en toezicht te scheiden per 1 augustus 2011.
In het najaar van 2010 heeft het bestuur een breed samengestelde werkgroep ingesteld die voorstellen
heeft voorbereid voor de Ledenraad van 24 november 2010 en 29 maart 2011.
Een paar hele belangrijke uitgangspunten die de Ledenraad meegaf aan de werkgroep: Doel en grondslag
van de vereniging blijven gelden voor de Stichting, de Christelijke identiteit dient gewaarborgd te blijven,
de ouderbetrokkenheid dient goed geborgd te worden als de Ledenraad en de schoolcommissies
verdwijnen. Tot slot: Het te kiezen model dient goed aan te sluiten bij de huidige werkwijze binnen
Chrono.
De ledenraad heeft er voor gekozen om bestuur en toezicht volledig te scheiden: het College van Bestuur
(CvB) bestuurt en de Raad van Toezicht (RvT) houdt toezicht. Omdat de schoolcommissies verdwijnen en
we veel belang blijven hechten aan ouderbetrokkenheid, komt er op elke school een klankbordgroep
ouders; de werkgroep heeft daarvoor een kader aangedragen.

Na de zomervakantie van 2011 zal de werving plaatsvinden van de leden van de Raad van Toezicht. U
zult nader worden ingelicht, zodra de vereniging daadwerkelijk is omgezet in een Stichting.

Voor u als ouders/verzorgers zal er in de praktijk niet zoveel veranderen: de huidige bestuursdirecteur
wordt bestuurder/directeur en krijgt alle bestuurstaken. Nu heeft deze nog gemandateerde taken en is het
bestuur eindverantwoordelijk. Nieuw is de Raad van Toezicht , die als belangrijkste taak heeft: toezicht
houden. Daarnaast benoemt de Raad van Toezicht het College van Bestuur. Bij Chrono is gekozen voor
een eenhoofdig College van Bestuur. College van Bestuur is de wettelijke term; een College van bestuur
kan uit één of meerdere personen bestaan. Indien het om één persoon gaat, zoals bij Chrono, wordt in de
praktijk vaak gekozen voor de omschrijving bestuurder/directeur.

Op de website van Chrono treft u de Statuten van de Stichting aan, waarmee de Ledenraad op 29 juni 2011
heeft ingestemd. Ook vindt u daar het Bestuursreglement, dat nog moet worden vastgesteld door de Raad
van Toezicht.

We werken samen aan het onderwijs voor onze kinderen op alle Chronoscholen. De directeuren en
bestuursdirecteur worden daarbij ondersteund door de medewerkers van het bestuurscentrum. Wij willen
Chrono als professionele organisatie verder uitbouwen. Daarmee zorgen we met name voor goede
randvoorwaarden, zoals op het gebied van onderwijs, christelijke identiteit, personeel/ organisatie, 
financiën, huisvesting en ICT. Door goed samen te werken, solidair te zijn en elkaar te ondersteunen bij 
zaken die onze aandacht vragen, kunnen we als vereniging voor alle Chronoscholen het nodige betekenen!
Daar ligt de meerwaarde voor de scholen.

Vanuit Chrono willen we planmatig werken en plannen op elkaar aan laten sluiten.
In het afgelopen schooljaar heeft het bestuur het Strategisch Bestuursbeleidsplan 2010-2014.(SBB)
vastgesteld; u treft het aan op de website van Chrono. De vijf speerpunten daaruit zijn:

• • het scheiden van toezicht en bestuur, binnen daarvoor te bepalen kaders
• • het invoeren van de kwaliteitsmonitor, mede om goed toezicht mogelijk te maken
• • het bespreken en vastleggen van de (Protestants) Christelijke identiteit van Chrono, op zowel
school- als bovenschools niveau
• • het sturen op competenties van personeel
• • vorm en inhoud geven aan Passend Onderwijs

Op elke school is inmiddels het Schoolplan 2011-2015 vastgesteld. Deze sluiten aan op het SBB: naast de
vijf speerpunten van Chrono zijn er speerpunten op schoolniveau.

Een paar hele praktische voorbeelden van de meerwaarde van Chrono :
• Alle personeel is in dienst van Chrono en dus niet van een school. Dat betekent dat het personeel
de mogelijkheid heeft eens op een andere school te gaan werken. Soms is dat noodzakelijk,
bijvoorbeeld als de ene school minder leerlingen krijgt en een andere juist meer.
• We organiseren personeelsbijeenkomsten, waar ervaringen worden uitgewisseld. Zo kun je
gemakkelijk van elkaar leren. Bijvoorbeeld door het uitwisselen van lesmateriaal.
• Op het gebied van ICT, bijvoorbeeld de aanschaf van computers en digitale borden, werken we
nauw samen. De systeembeheerder werkt voor alle scholen, die hetzelfde systeem gebruiken. Dat
maakt het onderhoud gemakkelijker.
• Het bestuurscentrum ondersteunt de directeuren bij hun werk. Als je dingen voor één school
uitzoekt en ander scholen daarover inlicht, scheelt dat moeite en tijd. Voorbeelden zijn vragen op
het gebied van huisvesting en onderhoud, verlofaanvragen voor personeel, veiligheid van
speeltoestellen.
• In het directeurenoverleg worden zaken besproken die voor alle scholen van belang zijn.
• Bij scholing van personeel werken we nauw samen, zodat we bijvoorbeeld steeds vaker cursussen
in Hardenberg kunnen organiseren. 
• De bestuursdirecteur en een aantal directeuren nemen deel aan overleg binnen het
samenwerkingsverband rondom de Professor Waterinkschool en het regionaal overleg Passend
Onderwijs.
 
De afgelopen schooljaren hebben we een systeem ontwikkeld voor kwaliteitszorg, op zowel schoolniveau
als bovenschools. Daarmee krijgen directies, MR, GMR en bestuur meer zicht op de kwaliteit van de
diverse onderdelen die we belangrijk vinden. We willen zo voorkomen dat we verrast worden.

Het “Jaarbericht mei 2010” is te vinden op de website www.chronoscholen.nl  Mocht u liever een
leesexemplaar willen, dan kunt u deze verkrijgen via de directeur van de school; op elke school ligt een
aantal exemplaren van het Jaarbericht. Door het lezen van het Jaarbericht weet u wat er speelt binnen
Chrono en de scholen.
Het komend cursusjaar zullen we u een aantal keren via de nieuwsbrief van de scholen op de hoogte
houden van actuele ontwikkelingen. Ook kunt u daarvoor de websites van de scholen en Chrono
raadplegen (www.chronoscholen.nl).

De bedoeling van deze schoolgids is om u als ouder een helder en duidelijk beeld te geven waar de school
voor staat. Scholen verschillen, ook binnen onze vereniging. Als bestuur zijn wij daar blij om. Wij streven
naar “eenheid in verscheidenheid”. Dat betekent voor ons dat iedere school de nodige ruimte krijgt om
zichzelf te profileren in samenspraak met de directe omgeving van de school (team, schoolcommissie, mr
en ouders).

Daarnaast is het zo dat in de schoolgids ook verantwoording wordt afgelegd door de school over de
manier van werken en de resultaten. Ook dat aspect van de schoolgids juichen wij toe. U als ouder hebt er
recht op om te weten waar de school voor staat, maar ook waar u op mag rekenen.
Uw kind(eren) brengt/brengen veel tijd door op de basisschool. Het bestuur is blij dat u uw kind(eren) wilt
toevertrouwen aan een van onze Chronoscholen. We wensen u, samen met allen die bij de school
betrokken zijn, een goede tijd toe. Voor al uw vragen kunt u contact opnemen met de school.

Namens het bestuur,

Jan van Dijken,
bestuursdirecteur

Gegevens van het bestuurscentrum van Chrono

Bestuurscentrum en postadres van het bestuur:
Bestuurscentrum Chrono
Erve Odinck 7c
7773 DE  HARDENBERG
Tel.: 0523-272821

Bereikbaar tijdens kantooruren (behalve vrijdag)
e-mail: bestuurscentrum@chronoscholen.nl
website: www.chronoscholen.nl

Medewerkers bestuurscentrum:
Mr. Jan van Dijken (bestuursdirecteur)
Roelineke Gommer (beleidsmedewerker Personeel en Organisatie)
Dalida Harders (beleidsmedewerker Financiën, Huisvesting en ICT)
Janine Murk (managementassistent)
Ada van der Linden (administratief medewerker)

1.2  De 16 scholen binnen Chrono

De volgende 16 scholen behoren tot Chrono:
Ane: De Spreng-El
Balkbrug: CNS Balkbrug
Bergentheim: Ds. Koningsberger
Dedemsvaart: De Ark, Groen van Prinsterer, De Regenboog
Gramsbergen: De Akker
De Krim: De Bron
Hardenberg: De Bloemenhof, De Elzenhof, De Kastanjehof, De MarsWeijde, De Vlinder, Prof. Waterinkschool
Radewijk: ‘t Kompas
Rheezerveen: CBS Rheerzerveen

1.3  Het Chrono bestuur

Leden van het bestuur per 1 juli 2011:
Dhr. H. Dorgelo,  voorzitter en secretaris
Dhr. K. Muis, penningmeester
Mw. M. Kwant-Mollen, lid
Dhr. H. Meilink, lid
Dhr. H. Waterink, lid

Het bestuur van Chrono houdt zich bezig met het besturen op hoofdlijnen. De dagelijkse leiding binnen de
vereniging ligt bij de bestuursdirecteur. Hij is eindverantwoordelijk voor de algehele gang van zaken. Op
schoolniveau is de directeur verantwoordelijk voor de gang van zaken.

2. CBS de MarsWeijde

2. CBS de MarsWeijde

2.1 Geschiedenis van CBS de MarsWeijde
CBS de MarsWeijde is op 4 september 2006 gestart aan de Rembrandtstraat in de voormalige CBS
Ichthus. De leerlingen van de MarsWeijde waren vooral afkomstig van CBS Sjaloom en CBS de
Kastanjehof en woonden voornamelijk in de Marslanden. Op 22 januari 2007`was het nieuwe gebouw van
de brede school “De Matrix” zo ver klaar dat we konden verhuizen. Op 16 mei was het gebouw echt klaar
en werd het geopend door wethouder Liese.

2.2 Onze school heet CBS de MarsWeijde
De Marslanden zijn eeuwenlang de gezamenlijke weidegronden van de inwoners van de stad Hardenberg
geweest. Door de ouderwetse schrijfwijze te kiezen wordt er een link gelegd met het verleden van de
nieuwe woonwijk. De ij in ‘Weijde’ roept associaties op met “samen”. In onze Missie-Visie speelt
“samen” een belangrijke rol:
*Het samen leren van kinderen, leerkrachten en stagiaires
*Nauwe samenwerking met de ouders
*Samenwerking binnen de brede school De Matrix
*Ons gebouw wil binnen de wijk een plek van samenkomst zijn

2.3 De missie visie van CBS de MarsWeijde

“Samen op weg naar zelfstandigheid”

Levensbeschouwelijk
Op onze school richten wij leven en leren in vanuit Bijbels perspectief. Dat leidt tot een leefgemeenschap
waarin alle betrokkenen zich veilig voelen en respectvol met elkaar omgaan.
Dat zien we terug in de volgende 5 aspecten van onze school:

Schoolorganisatie
De organisatie van onze school is gericht op samen leren, niet alleen van de kinderen, maar ook van
leerkrachten en stagiaires in nauw overleg met ouders.
Een samen opgesteld kwaliteitszorgsysteem draagt er toe bij dat we ons voortdurend zullen verbeteren.
We streven er naar met de andere deelnemers van de brede school te zorgen voor een omgeving waar
kinderen zich prettig voelen en zich goed kunnen ontwikkelen.

Pedagogisch Klimaat
Wij willen, samen met de ouders, kinderen opvoeden tot zelfstandige mensen, die zich verantwoordelijk
voelen voor hun eigen ontwikkeling en voor die van een ander; die in staat zijn tot samenwerken.
Wij gaan uit van een positief mensbeeld en hebben hoge verwachtingen van elkaar.
Wij willen een veilige omgeving realiseren door duidelijkheid, schoolregels en een goede communicatie.
Bijbelverhalen spelen daarin een belangrijke rol, maar ook de lessen gericht op de sociaal emotionele
ontwikkeling.

Didactisch handelen en leerstofaanbod
Wij werken op school binnen het leerstofjaarklassensysteem. Wij vinden methoden waardevol, maar
willen in ons onderwijs zo veel mogelijk aansluiten bij de mogelijkheden van het kind. Dat vereist meer
handen voor de klas en daar streven we naar.
Wij beschouwen het samen(werkend) leren van kinderen als een belangrijk en wezenlijk onderdeel van
ons onderwijs.
ICT is een belangrijk hulpmiddel in onze school, zowel bij de lessen als bij het individuele werk van de
kinderen. Het leren omgaan met de computer vormt een onderdeel van het lesprogramma. Er is daarvoor
een doorgaande lijn.
Het onderwijs in de zaakvakken dient zoveel mogelijk aan te sluiten bij de directe leefomgeving.

Leerlingenzorg
Wij volgen de ontwikkeling van de kinderen op de voet door observatie en toetsen, maar ook door nauwe
contacten te onderhouden met de ouders.
In aansluiting daarop zoeken we, indien dat nodig is, naar de juiste zorg. We maken daarbij gebruik van de
deskundigheid die binnen en zonodig buiten onze brede school aanwezig is. Samen komen we tot een plan
van aanpak dat door de leerkrachten zo veel mogelijk in de groep wordt uitgevoerd.

Ouderbetrokkenheid
De school staat midden in de wijk en heeft oog voor de belangen die ouders daarin hebben. Samen met de
ouders voelen wij ons verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van de kinderen. Daarom
hechten wij grote waarde aan een goed contact met de ouders. Een actieve betrokkenheid van de ouders bij
de ontwikkeling van de school vinden wij bijzonder waardevol.

2.4 Uitleg van het logo van “CBS de MarsWeijde”

In het logo staat een viertal mensen, waar het in de school om gaat.
1. Kinderen: meisjes en jongens
2. Ouders: moeders en vaders
3. Onderwijsgevenden: juffen en meesters
4. Onderwijsondersteunend personeel

De vijfhoek staat voor de volgende 5 aspecten van de school
1. Samen leren
2. Pedagogisch klimaat
3. Didactisch handelen en leerstofaanbod
4. Leerlingenzorg
5. Ouderbetrokkenheid

Hemelsblauw en grasgroen
De kleur van de vijfhoek herinnert ons aan ons uitgangspunt “Op school richten wij leven en leren in
vanuit Bijbels perspectief”. De groene ovalen verbeelden van binnen naar buiten het volgende:
1. De klas
2. De MarsWeijde
3. De Brede School De Matrix
4. De wijk Marslanden
5. De gemeente Hardenberg

Groen roept ook direct associaties op met ‘De MarsWeijde’. Deze kleur wordt ook gebruikt in het
interieur van ons deel van het gebouw.
Tenslotte: de grote M van “De MarsWeijde”.

3. Brede School “De Matrix”

3.1  Definitie van een Brede School
De Brede School is een samenwerkingsverband tussen partijen die zich bezighouden met opgroeiende
kinderen. Doel van het samenwerkingsverband is de ontwikkelingskansen van de kinderen te vergroten.
Een ander doel is een doorlopende en op elkaar aansluitende opvang te bieden.

3.2  CBS de MarsWeijde binnen de Brede School “De Matrix”
Onze school maakt sinds 22 januari 2007 deel uit van de Brede School “De Matrix”.
“De Matrix” biedt een compleet netwerk van onderwijs, zorg en welzijn onder één dak. Het is een gebouw
met een hart, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Het is de bedoeling om de werkzaamheden van alle
betrokkenen goed op elkaar af te stemmen. Daarom is er een werkgroep WIM (Werkgroep Inhoudelijk
Matrix) gevormd die regelmatig bijeen komt om over de volgende zaken te spreken:
*Leerlingenzorg
*Pedagogisch beleid
*Beheer
*Dagarrangementen
De volgende participanten zijn in “De Matrix” gevestigd: CBS “de MarsWeijde”, OBS “De Kern”,
Stichting Peuterspeelzalen Hardenberg, Stichting Prokind, Meiners fysio, Verbeek Logopedie, Carinova
en de Stuw.

3.3  Het gebouw “De Matrix”
De Matrix is een herkenbaar en markant gebouw in de nieuwe woonwijk de Marslanden. Het bestaat uit 4
bouwdelen (A t/m D) en een centraal gedeelte (E). Twee bouwdelen (A en B, van elk twee verdiepingen)
zijn bestemd voor beide basisscholen.
Daarin bevinden zich twintig lokalen die verdeeld zijn over 4 clusters van elk 5 lokalen. In het midden van
elk cluster is een centrale werkruimte met werknissen. Veel wanden binnen onze clusters (bouwdeel B)
kunnen open. Het gebouw is hierdoor erg flexibel. Verder zijn er in elk cluster magazijnen, een
teamkamer en een kamer voor de interne begeleider.
Daarnaast is er in bouwdeel E een centrale keuken, een grote gemeenschapsruimte, waarin ook de twee
speellokalen voor de kleuters zijn ondergebracht. Verder zijn er twee gymzalen en voor elke basisschool
een grote teamkamer. De verdiepingen en het meersportenplein zijn (ook) bereikbaar d.m.v. een lift.
In 2009 heeft De Matrix de Scholenbouwprijs en de Building Business Green Award gewonnen.

3.4  Schoolgrootte
Aan het begin van dit schooljaar telt onze school waarschijnlijk 250 leerlingen. Deze kinderen kunnen we
redelijk verdelen over 11 groepen.
De keuze voor 4 combinatiegroepen 1 en 2 heeft een pedagogische en didactische reden.
We verwachten dat de school ook het komende jaar zal blijven groeien. Dit zal voornamelijk komen door
de komst van 4-jarige kinderen. Vandaar dat we er rekening mee houden dat we in de tweede helft van het
schooljaar een vijfde kleutergroep zullen starten. Tot die tijd worden de 4-jarige kleuters in de vier
kleutergroepen opgevangen.
Binnen de Matrix heeft CBS de MarsWeijde voor deze 11 groepen de beschikking over 10 lokalen (2
clusters), één speellokaal, één gymzaal, de gemeenschapsruimte (gezamenlijk met de anderen) en één
teamkamer. De 5 lokalen op de benedenverdieping worden nu gebruikt door de 4 kleutergroepen.
Groep 3 t/m 6 zit op de bovenverdieping
Groep 7 en 8 zijn ondergebracht in bouwdeel A boven OBS de Kern. Deze groepen hebben de
beschikking over 2 lokalen. Voor het overblijven van de bovenbouwleerlingen gebruikt Pro Kind nog een
derde lokaal. Ook groep 7 en 8 kunnen dat gebruiken voor werk buiten de klas.
Buiten kunnen de kinderen spelen op twee pleinen en een meersportenplein boven op het dak.
De kleuters spelen op het plein aan Erve Ruitminck. Daar is tevens hun ingang. De kinderen van groep 3
t/m 8 spelen op het plein aan Erve Schultinck. Daar is hun ingang. Op dinsdag, woensdag en vrijdag
mogen zij voor schooltijd en in de pauze ook op het dak spelen.

3.5 Schoollocatie en schoolplein.
Plattegrond volgt spoedig

De school ligt redelijk centraal in de wijk.
Door het winkelcentrum is de verkeersdrukte toegenomen. Door dit gebouw is er ook een
onoverzichtelijke verkeerssituatie ontstaan bij het oversteken van de Ervenweg. Door de toename van het
aantal kinderen wordt het op de Erven Ruitminck en Schultinck ook steeds drukker. Daarom hebben we in
overleg met De Kern voorlopig het volgende voorstel gedaan:

Het wordt steeds drukker rond de school. Er gaan nu al meer dan 350 kinderen naar de Matrix. Vele
worden met de auto gebracht. Anderen komen met de fiets en moeten die fiets ergens kwijt. Het
winkelcentrum trekt veel klanten, die komen met de auto en grote vrachtwagens bevoorraden de winkel.
En dat moet allemaal door de betrekkelijk smalle straten rond onze school.
Daarom stellen wij u voor om eenrichtingsverkeer in te stellen voor auto’s. Op het kaartje geven we aan
hoe dat volgens ons het beste kan. (De weg langs het winkelcentrum houdt 2-richtingsverkeer)
Er is hierover ook contact geweest met de gemeente. Zij vinden het goed dat we dat voorstellen, maar ze willen geen borden plaatsen. Het moet dus op basis van vrijwilligheid en via de nieuwsbrief.
Wij stellen u dus het volgende voor:
*Als u uw kind met de auto komt brengen of halen, volgt u dan de hieronder aangegeven rijrichting
*Parkeer uw auto op de parkeerplaatsen (eventueel bij het winkelcentrum)
*Parkeer ze niet voor (de opritten van) de huizen aan Erve Ruitminck. U maakt kans op een bekeuring!!
*Houd de straten vrij van auto’s en fietsen
*Plaats uw fiets niet op de plek waar de kinderfietsen neergezet moeten worden.
Op deze manier willen we de straten zo overzichtelijk mogelijk houden voor de kinderen en andere weggebruikers, zodat iedereen veilig van en naar school kan gaan.

De verkeerssituatie is ook in de schoolcommissie besproken. Van daar uit zal, in samenwerking met 
ouders van OBS de Kern, ook een aantal acties ondernomen worden om de verkeerssituatie rond De
Matrix veiliger te maken.

4. Inschrijven en uitschrijven van leerlingen

4.1  Inschrijven en uitschrijven van leerlingen
De scholen van PCPO Chrono staan midden in de samenleving. Dat betekent dat in beginsel alle kinderen
van harte welkom zijn om bij ons onderwijs te volgen. Als wij een leerling niet toelaten, verwijzen of
verwijderen, moeten wij hier een heel goede reden voor hebben. In dit deel over toelating, verwijzen en
verwijdering geven wij globaal aan wat onze overwegingen zijn. In het schoolplan zijn de criteria
uitgebreid opgenomen, inclusief verschillende protocollen.
De beslissing over toelating en verwijdering van leerlingen berust formeel bij het bestuur. In de praktijk
wordt de beslissing over toelating genomen door de directeur en over de verwijdering / verwijzing en het
niet-toelaten door de bestuursdirecteur op voorstel van de directeur.

In beginsel zijn alle leerlingen welkom op onze scholen indien:
1. De ouders de grondslag van de vereniging en van het onderwijs op school respecteren.                 
2. Het kind kan functioneren binnen het pedagogisch klimaat van de school.
3. Wanneer redelijkerwijs verwacht kan worden dat het kind het onderwijs, zowel cognitief als sociaal-emotioneel kan volgen.

Uitgangspunten bij de toelating:
• De leerlingen nemen deel aan alle voor hen bestemde onderwijsactiviteiten. Expliciet wordt hier
vermeld dat de leerlingen de lessen godsdienstige vorming dienen te volgen.
• Voor individuele leerlingen kan het bevoegd gezag besluiten tot bepaalde vrijstellingen op
verzoek van de ouders, bijvoorbeeld bij een lichamelijke functiebeperking.
• De toelating op onze scholen is niet afhankelijk van een geldelijke bijdrage van de ouders.
• Toelating van leerlingen van andere scholen (ook bij verhuizingen) vindt slechts plaats, nadat er
contact is geweest met de verwijzende school. Uit dit contact dient te blijken, dat de leerling past
binnen het pedagogisch klimaat van de school en zowel cognitief als sociaal-emotioneel in staat is
goed te functioneren op onze scholen.

In een aantal gevallen wordt de aanmelding van een kind aan de hand van een apart protocol
doorgenomen. Het betreft de volgende kinderen:
• Kinderen met een positieve beschikking van de commissie van indicatiestelling.
• Kinderen met een positieve beschikking van de Permanente Commissie Leerlingenzorg van het
samenwerkingsverband WSNS.
• Kinderen die worden teruggeplaatst van een speciale school

Ook een schema m.b.t. de onderwijskundige vragen van het kind komt aan de orde. Daarna wordt in
overleg met de ouders een besluit genomen over het al dan niet toelaten / verwijzen. Het protocol en
schema kunt u op school aanvragen.

4.2  Inschrijven / toelating
Voordat u besluit uw kind bij onze school op te geven, kunt u een afspraak maken `voor een
kennismakingsgesprek met de directeur, Kees Bakker. Hij zorgt er voor dat u ruim voor die tijd een
schoolgids krijgt, zodat u zich van te voren een beeld kunt vormen van onze school.
Tijdens dit kennismakingsgesprek krijgt u nadere informatie over de school. Verder lopen we de school
door en brengen een kort bezoek aan de klas waar uw zoon of dochter mogelijk geplaatst wordt. Ook kunt
u tijdens dat gesprek allerlei gegevens doorgeven die omtrent uw kind van belang zijn, voor zover die niet
op het inschrijfformulier kunnen worden doorgegeven. (zie ook hierboven)
Wanneer u besluit om uw kind daadwerkelijk op te geven, kunt u dit doen d.m.v. het inschrijfformulier.
Dat is verkrijgbaar bij de directeur.
U kunt uw kind al opgeven zodra het drie jaar is geworden. Wij kunnen dan een goede prognose maken
voor het komende schooljaar voor wat betreft de groepsgrootte en de benoeming van leerkrachten.

Wennen
Zodra kinderen 4 jaar zijn, mogen ze naar de basisschool. Enkele weken voor de vierde verjaardag komt 
de leerkracht bij u thuis voor een nadere kennismaking. Zij vertelt u dan over de werkwijze in groep 1 en
allerlei andere zaken die van belang zijn om te weten.
Tijdens dit gesprek bent u dan in de gelegenheid om allerlei extra informatie over uw kind door te geven. 
Daarbij vinden we het bijzonder belangrijk om te horen (en te lezen) hoe het, indien van toepassing, op de
Peuterspeelzaal of de Kinderopvang is gegaan.
Tevens mogen de kinderen voor hun vierde verjaardag 3 morgens op school komen kennismaken/wennen.
Voor de kinderen die in hogere leerjaren komen, proberen we een morgen te vinden, waarop ze kunnen
komen kennismaken. Dit gebeurt in overleg met de school van herkomst. De gegevens van deze school
bereiken ons d.m.v. een onderwijskundig rapport en het leerling dossier. Natuurlijk worden ouders in de
gelegenheid gesteld om daar indien nodig een toelichting bij te geven.

4.3  Leerplicht
In Nederland zijn kinderen op grond van de Leerplichtwet verplicht naar school te gaan. U moet uw kind
inschrijven op een school en ervoor zorgen dat uw kind naar school gaat.
De leerplicht geldt voor iedereen die in Nederland woont. Ook kinderen met een niet-Nederlandse
nationaliteit, asielzoekers in de leerplichtige leeftijd en kinderen die illegaal in Nederland verblijven
moeten dus verplicht naar school.

Begin leerplicht
Uw kind is leerplichtig als het 5 jaar is. Uw kind moet dan naar school op de eerste dag van de nieuwe
maand na de datum waarop het 5 geworden is. Als uw kind bijvoorbeeld in oktober 5 jaar wordt, moet hij
of zij op 1 november van dat jaar naar school.
Kinderen moeten dus vanaf hun vijfde tot hun achttiende verjaardag naar school. De ouders zijn verplicht
hier op toe te zien. De school en de leerplichtambtenaar controleren dit.
De basisschoolperiode telt mee voor acht jaar, ook als de leerling hier in werkelijkheid korter over gedaan
heeft.

Leerlingen van 4 jaar
Leerlingen van 4 jaar vallen dus niet onder de leerplicht, ook niet wanneer ze zijn ingeschreven op een
basisschool. Het is echter aan te raden om het met de school te bespreken, wanneer u uw kind een dag
thuis houdt. Voor hen gelden namelijk wel de regels die de school voert over aanwezigheid en het volgen
van het onderwijs.

Spijbelen en verzuim
Wanneer uw kind spijbelt of wegblijft van school, overtreedt het de Leerplichtwet. Als er sprake is van
ongegrond verzuim, worden ouders daarvoor aansprakelijk gesteld.

4.4  Vrijstelling van het onderwijs en de vervangende onderwijsactiviteiten
De leerlingen nemen in principe deel aan alle voor hen bestemde onderwijsactiviteiten. Het bevoegd gezag
kan echter op verzoek van de ouders een leerling vrijstellen van het deelnemen aan bepaalde
onderwijsactiviteiten. Een vrijstelling kan slechts worden verleend op door het bevoegd gezag
vastgestelde gronden. Het bevoegd gezag bepaalt bij vrijstelling welke onderwijsactiviteiten voor de
leerlingen in de plaats komen van die waarvoor vrijstelling is verleend.

4.5  Verwijdering / weigering
Alhoewel het bijna niet voorkomt, kan een school een leerling ook weigeren, verwijderen of schorsen. In
het schoolplan is deze procedure uitgebreid omschreven en een protocol opgenomen.
Hoofdpunten op welke gronden weigering, verwijdering, verwijzing of schorsing kan plaatsvinden:
1. Indien de grondslag niet gerespecteerd wordt.
2. Indien de school de gewenste zorg niet kan bieden.
3. Ernstige verstoring van de orde en rust op school.

Voordat een leerling van school verwijderd wordt, hoort de bestuursdirecteur de directeur, de groepsleraar
en de ouders. Definitieve verwijdering van een leerling vindt pas plaats, nadat de bestuursdirecteur heeft
zorggedragen dat een andere school, waartoe bijv. ook een school voor speciaal onderwijs, bereid is de
leerling toe te laten. Indien de bestuursdirecteur na 8 weken aantoonbaar zoeken nog geen andere school
gevonden heeft, kan de leerling alsnog definitief verwijderd worden. In de tussentijd kan de
bestuursdirecteur besluiten de leerling te schorsen en de toegang tot de school tijdelijk te ontzeggen.

5. Het team van CBS de MarsWeijde

5.  Het team van CBS de MarsWeijde
Op de MarsWeijde kennen we de onderstaande functies:
• Directeur
• Groepsleerkracht
• Beheerders

Naast de groepsleerkrachten die eindverantwoordelijk zijn voor de groep waaraan zij lesgeven, zijn er
binnen de school leerkrachten met een speciale taak, al dan niet naast hun lesgevende taak:
• Intern Begeleider (IB’er)
• Remedial Teacher (RT‘er)
• Bouwcoördinator groep 1/2 en groep 3/4
• Reken- en taalspecialist
• ICT Coördinator
• Vakdocent Gymnastiek
• LIO stagiaires
In de volgende hoofdstukken worden deze functies toegelicht.

5.1  De directeur
Iedere school staat onder leiding van een directeur. Binnen Chrono is één kleine school die een directeur
deelt met een grotere Chronoschool. Onze directeur, Kees Bakker, is ook directeur van CBS Rheezerveen. 
Elke maandag en de vrijdagmorgens van de even weken is hij daar. U kunt hem altijd telefonisch bereiken
op nummer 0523 638308. Op de andere dagen is hij op de MarsWeijde aanwezig.

5.2  De bouwcoördinator
Omdat onze school naar verwachting groot zal worden, hebben we ons destijds voorgenomen om
bouwcoördinatoren aan te stellen in de groepen 1 en 2, 3 en 4,  5 en 6 en 7 en 8.
Dinie Tijhuis is bouwcoördinator geworden voor de groepen 1 en 2. Zij neemt een deel van de directie-
taken voor deze groepen en leerkrachten over. Truus Franken is de coördinator voor de groepen 3 en 4.

5.3 De groepsleerkracht
De groepsleerkracht is de juf waar uw kind dagelijks mee te maken krijgt. Zij is ook voor u als ouder het
aanspreekpunt waar het uw kind(eren) betreft. In een aantal gevallen staan er twee part-time leerkrachten
voor de groep. Schoolbeleid is om dit, als het enigszins mogelijk is, tot twee leerkrachten te beperken.
In overleg tussen de leerkrachten en de directeur wordt ieder jaar opnieuw gekeken welke wensen
(voorkeursdag voor lesgeven, welke groep etc.) een leerkracht heeft. Indien mogelijk wordt zo veel
mogelijk met die wensen rekening gehouden.

De groepsindeling van leerkrachten voor schooljaar 2011-2012 ziet er als volgt uit:

Groep 1/2 A: Ingrid Kampjes (maandag en dinsdag) Doro Martens (woensdag t/m vrijdag)
Groep 1/2 B: Dinie Tijhuis (maandag en dinsdag) Nienke Reinders (woensdag t/m vrijdag)
Groep 1/2 C: Gerlinde Drenthen (maandag en dinsdag) Evelien Ekkel (woensdag t/m vrijdag)
Groep 1/2 D: Eline Altena (maandag en dinsdag)Marjan Klifman(woensdag t/m vrijdag)
Groep 3B: Andrea Menzo (maandag t/m vrijdag)
Groep 3/4: Truus Franken (maandag t/m donderdag) Bianca Platjes (vrijdagmorgen)
Groep 4A: Brigitte Dijkstra (maandag t/m vrijdag) Esther de Joode Lio-stagiaire (maandag t/m woensdag van febr. t/m juni)
Groep 5: Gerda Meilink (maandag t/m vrijdag) ADV-vervanging op dinsdag door Bianca Platjes
Groep 6: Laura de Wolde (maandag t/m vrijdag) ADV-vervanging door Marjan Klifman op dinsdag
Groep 7: Marjan de Boer (maandag en dinsdag) Belinda Hutten (woensdag t/m vrijdag)
Groep 8: Greetje Jipping (maandag t/m woensdag) Helga Winkel (donderdag en vrijdag - woensdag ICT-er

5.4  De Intern Begeleider (IB’ er)
De interne begeleidsters is Hester op de Haar Zij is verantwoordelijk voor de leerlingenzorg op onze
school. De leerlingenzorg wordt beschreven in hoofdstuk 10.

5.5  Remedial Teacher (RT’ er)
Elk schooljaar zijn er uren beschikbaar voor extra hulp (buiten de klas) aan kinderen die dat nodig hebben. 
Deze uren worden ingevuld door de Remedial Teachers. Deze leerkrachten  kunnen naast de extra zorg
van de klassenleerkracht, een leerling of een groepje leerlingen buiten de klas instructie geven. Dit jaar
wordt dat gedaan door de klassenleerkrachten van groep 3 t/m 8. Zij doen dit op maandag als hun eigen
klas gymles krijgt van onze vakdocent gymnastiek Casper Boom.
Daarnaast zijn ook Doro Martens, Marjan Klifman en Eline Altena beschikbaar. Het kan ook zijn dat zij
de klas overnemen en de klassenleerkracht het zelf doet.\



5.6  ICT (Computer) werkzaamheden
Voor de integrale invoering van ICT (visie, hardware, software, scholing) in ons onderwijs is een ICT-
coördinator bij ons op school aangesteld. Het gaat om het analyseren van de bestaande situatie, plannen, 
uitvoeren, evalueren en bijstellen van het veranderingstraject dat leerkrachten moet brengen tot structureel 
gebruik van ICT in hun dagelijkse onderwijspraktijk. De ICT coördinator bij ons op school is Helga
Winkel, groepsleerkracht van groep 8. Zij helpt de leerkrachten met ICT-aangelegenheden. Ook bezoekt
zij de bijeenkomsten van de ICT-werkgroep van Chrono. Tevens is ze de webmaster van onze website. 
Voor deze activiteiten wordt ze elke week op woensdagmorgen vrij geroosterd.

5.7  Vakdocent Bewegingsonderwijs (Gymnastiek)
Op onze school is Casper Boom aangesteld als vakdocent voor gymnastiek op maandag. Naast zijn
lesgevende taak, verzorgt Casper Boom ook de contacten met diverse sportverenigingen in Hardenberg en
organiseert hij enkele naschoolse activiteiten op sportgebied.

5.8  Stagiaires
Onze school biedt onderdak aan een aantal stagiaires van de PABO Windesheim (PABO = Pedagogische
Academie Basis Onderwijs) uit Zwolle. De 1e en 2e jaars studenten zijn 3 tot 4 blokken van twee weken op
school aanwezig, 3e jaars zijn wekelijks twee dagen op de stageplek.
Daarnaast heeft het Alfa College uit Hardenberg een beroep gedaan op onze school om
onderwijsassistenten in opleiding te begeleiden. Ook studenten van de opleiding Sociaal Agogisch werk
en Zorg en Welzijn vinden steeds vaker een stageplaats op onze school.
De stagiaires volgen diverse trajecten en zijn vaak ook op verschillende dagen op school aanwezig. Zij
stellen zichzelf via de Zegge’s aan u voor.

5.9  Leraar In Opleiding (LIO)
De LIO (eind)stage vindt plaats in het vierde (laatste) jaar van de PABO-opleiding. In dat jaar wordt de
LIO stagiaire gedurende 17 weken aangesteld als Leraar In Opleiding (LIO).
Tijdens de LIO-stage zijn de studenten voor 50% belast met leeractiviteiten en 50% met werkactiviteiten.
Het arbeidsdeel bestaat niet alleen uit het begeleiden van de klas, maar ook het voorbereiden van de lessen
en de nazorg hoort daarbij. Ook wonen ze de teamvergaderingen bij en onderhouden ze contacten met de
ouders. Dus bijna alles wat een leraar moet doen om een goede gang van zaken op school te
bewerkstelligen. Gedurende de LIO stageperiode zijn de studenten 3 dagen op school, van maandag t/m
woensdag staan ze zelfstandig voor de klas.
In dit schooljaar zal Esther de Joode vanaf februari haar Lio-stage doen in groep 4A.

5.10  Vervanging bij ziekte en verlof
Wanneer een leerkracht zich ziek meldt, proberen we in te schatten hoe lang vervanging noodzakelijk zal
zijn. Meestal zal dat van korte duur zijn. Dan benaderen we eerst de parttimers of duo-collega, zodat de
kinderen dan bekende leerkrachten voor de klas krijgen. Indien er een LIO-stagiaire ziek is, kan de
vrijgeroosterde leerkracht ingezet worden.
Wanneer er geen leerkracht uit het team beschikbaar is en/of wanneer de vervanging langdurig zal zijn, 
raadplegen we de lijst invallers van Chrono. Hierop staan alle invallers waarmee een intakegesprek (soort
sollicitatiegesprek) gevoerd is.

5.11  ADV en Bapo
Leerkrachten met een full time baan hebben recht op 80 uur taakvermindering per jaar. Vandaar dat Gerda
Meilink en Laura de Wolde gedurende dit schooljaar 14 dagen ADV hebben.
Voor de leerkrachten van groep 1 t/m 4 is dit niet aan de orde, omdat de kinderen van de onderbouw
slechts 880 uur naar school gaan.
Truus Franken, Gerda Meilink en Dinie Tijhuis maken gebruik van de Bapo regeling en hebben daardoor
een morgen/dag in de week vrij.

6. Het Onderwijs

6.1  Doelstelling van het onderwijs op De MarsWeijde
Wat het onderwijs betreft werken we aan de verwezenlijking van de volgende doelen:
1. De begeleiding van het kind sluit aan bij wat het kan en kent, het idee van voortgaande
ontwikkeling.
2. De begeleiding van het kind in al z’n mogelijkheden: hoofd, hart en handen.
3. De voorbereiding van het kind op een samenleving met meer dan één cultuur.
Voor de invulling hiervan laten we ons leiden door de Kerndoelen, die door het ministerie zijn opgesteld.

6.2  Kerndoelen van het onderwijs
In 2006 zijn de kerndoelen voor het basisonderwijs herzien. (Op school ligt een brochure hierover ter
inzage). “Kerndoelen zijn streefdoelen die aangeven waarop basisscholen zich moeten richten bij de
ontwikkeling van hun leerlingen. Scholen mogen zelf bepalen hoe de kerndoelen binnen bereik komen.
Kerndoelen zorgen er voor dat kinderen zich binnen hun schoolperiode blijven ontwikkelen en ze
garanderen bovendien een breed en gevarieerd onderwijsaanbod. Daarnaast dienen de kerndoelen als
referentiekader voor (publieke) verantwoording”. (citaat Kerndoelen Primair Onderwijs)
Er zijn 2 typen doelen te onderscheiden:
1. Leergebiedoverstijgende kerndoelen.
2. Leergebiedspecifieke kerndoelen.

Leergebiedoverstijgende leerdoelen
Dit zijn kerndoelen gericht op het ontwikkelen en bevorderen van algemene vaardigheden. Ze hebben
betrekking op het gehele onderwijsaanbod van de basisschool. Ze zijn gegroepeerd rond de volgende
thema’s:
• Werkhouding
• Leerstrategieën
• Reflectie op eigen handelen en leren
• Uitdrukken van eigen gedachten en gevoelens
• Verwerven en verwerken van informatie
• Zelfbeeld, het ontwikkelen van zelfvertrouwen
• Sociaal gedrag, respectvol en verantwoordelijk met elkaar omgaan
• Zorg en waardering voor de leefomgeving.

Leergebiedspecifieke leerdoelen
Dit zijn kerndoelen die betrekking hebben op bepaalde leergebieden, zoals:
• Nederlandse Taal
• Engelse Taal
• Rekenen / Wiskunde
• Oriëntatie op jezelf en de wereld
o aardrijkskunde
o geschiedenis
o samenleving
o verkeer
• Kunstzinnige oriëntatie
o tekenen / handvaardigheid
o muziek / beweging
o spel / bevordering taalgebruik
o drama
• Techniek en milieu
• Bewegingsonderwijs
• Gezond en redzaam gedrag
• Natuuronderwijs
Voor het realiseren van bovengenoemde doelen maken we veelvuldig gebruik van lesmethoden. In het
volgende hoofdstuk volgt een beknopte beschrijving.

6.3  Leerstofjaarklassensysteem
We werken op onze school volgens het leerstofjaarklassensysteem. Dit betekent dat de leerstof is verdeeld
over 8 leerjaren en de school verdeeld is in 8 groepen. Per schooljaar wordt de leerstof in een groep
klassikaal behandeld. Wel is het mogelijk om een leerling op een bepaald leergebied een eigen programma
aan te bieden. Binnen de klassikale les proberen we zo veel mogelijk te differentiëren. Dat betekent dat we
de hoeveelheid instructie en de verwerking van de leerstof aanpassen aan de mogelijkheden van het kind.
Zitten blijven proberen we zoveel mogelijk te beperken, maar soms kom je samen met ouders en
deskundigen tot de conclusie dat het toch beter is een kind een jaar langer in een bepaalde groep te laten
blijven. Het kind kan dan op bepaalde gebieden wel andere leerstof aangeboden krijgen, zodat ze kunnen
doorwerken op hun eigen niveau. Door problemen vroegtijdig te signaleren en door de periode in de
groepen 1 en 2 zonodig met een jaar te verlengen, kan doubleren in hogere groepen vaak voorkomen
worden.
De overgang van kinderen die na de herfstvakantie 4 worden, wordt extra goed bekeken. Het is belangrijk
om aan te sluiten bij het niveau van het kind, zodat er sprake is van een ononderbroken ontwikkelingslijn.
Wanneer het kind zelf door zijn/haar ontwikkeling laat zien dat het beter af is in groep 1, bestaat de
mogelijkheid hiertoe. In een combinatiegroep 1/2 kan dit heel eenvoudig gerealiseerd worden.
Eén en ander gebeurt  in nauw overleg tussen ouders en leerkracht. Uiteindelijk beslist de school, maar
moet zich daarvoor desgevraagd wel verantwoorden bij de inspectie. Voor meer informatie: zie het
protocol ‘Doubleren’.

6.4 Computeronderwijs
Op onze school tellen wij op dit moment 40 leerling computers. Deze computers zijn verdeeld over de
groepen en over de centrale ruimtes. De computers zijn allemaal aangesloten op een netwerk, zodat de
leerlingen op alle computers alle oefeningen kunnen uitvoeren. Resultaten worden opgeslagen, zodat we
kunnen zien hoe de leerlingen gewerkt hebben.

Bij de kleuters hebben we programma’s om ‘muisvaardig’ te worden. Verder is er software die hen helpt
om o.a. kleuren en vormen te herkennen in Bas gaat digitaal. Bas helpt ook bij het werken met
voorbereidende lees- en rekenopdrachten. “Woordenstart”is een programma waarin
woordenschatontwikkeling thematisch wordt aangeboden.

In groep 3 maken we gebruik van de programma’s Veilig Leren Lezen (leesonderwijs), Klankie
(spellingonderwijs), Wereld in Getallen (rekenonderwijs)

Voor de oudere leerlingen hebben we taal/rekenprogramma’s zoals Ambrasoft en Wereld in Getallen. Ook
laten we de leerlingen vanaf groep 3 het programma Basisbits doorwerken. Hiermee leren de leerlingen
bepaalde computervaardigheden aan. Zo leren ze door middel van dit programma omgaan met Windows, 
Word, Power Point, Excel en Internet.

Onze leerlingen maken ook gebruik van programma’s en oefeningen die te vinden zijn op het ‘Wereld
Wijde Web’. De leerlingen hebben dit medium regelmatig nodig om informatie te vinden voor bijv. een
werkstuk, power point of Kansrijke Taal. Wanneer de leerlingen op een ‘schoolcomputer’ werken, zijn er
bepaalde afspraken waar zij zich aan moeten houden. Deze afspraken zijn in elke klas zichtbaar.

In groep 6 leren de leerlingen vaardig typen met het typeprogramma Gigakids. Zij leren hierbij om
minimaal 100 aanslagen per minuut blind te typen. De kinderen hebben veel baat bij het vaardig en snel
typen. Vooral in de bovenbouw zullen de leerlingen veel moeten typen, denkt u maar aan werkstukken,
PowerPoints, maar ook thuis met MSN, Hyves etc.
De begeleiding van deze cursus zal op school plaats vinden. De leerkracht is de begeleider. Thuis moeten
de leerlingen echter ook veel typen. Typen leren je door vaak en regelmatig te oefenen. Deze cursus zal 
deels door ouders en deels door de school betaald worden. Van de ouders wordt dan een bijdrage van
€10,- verwacht. Op de informatie-avond van groep 6 wordt hier verder op ingegaan.

Verder wordt de computer ingezet voor leerlingen die extra zorg nodig hebben. Zo hebben wij
programma’s voor kinderen die moeite hebben met lezen zoals Estafette. Het programma Maatwerk is er
voor kinderen die rekenproblemen hebben. Ook wordt het programma Ambrasoft hiervoor ingezet, dit is
een veelzijdig programma die voorziet in oefeningen m.b.t. rekenen, spelling, werkwoordspelling.
Eveneens is dit programma thuis te bestellen, de leerling oefent dan met de stof waar het op school ook
mee te maken krijgt.

Verder hebben wij in elke groep een elektronisch schoolbord. Het bord werkt als een schrijfbord, maar
ook als een monitor, dus de computer op het bord. Zo kunnen we met behulp van de computer les geven; 
uitleg geven waar alle kinderen tegelijk naar kunnen kijken. Steeds meer methoden bieden dan ook
digibord software aan dat precies bij het bord past. Inmiddels zijn wij als school in het bezit van de
digibordsoftware van aardrijkskunde, geschiedenis en natuur. Groep 3 werkt met de digibordsoftware van
de schrijfmethode. Met taal- en rekenlessen wordt het bord ook optimaal gebruikt, de lessen worden
gescand en zo kun je de som en/of opdracht makkelijk uitleggen en de leerlingen weten precies waar je
bent.

7. Vak- en vormingsgebieden

7.1  Overzicht lesmethoden
Op school wordt er met de volgende methoden gewerkt:
Godsdienstige vorming: Kind op maandag
Aardrijkskunde: Geobas
Begrijpend lezen: Nieuwsbegrip
Bewegingsonderwijs: Bewegen samen regelen
Engels: Hello World
Expressievakken: Moet je doen
Geschiedenis: Wijzer door de tijd
Natuuronderwijs: Wijzer door de natuur
Verkeer: Afgesproken
Rekenen: Wereld in getallen
Schrijven: Pennenstreken
Sociaal emotionele ontwikkeling: Goed Gedaan!
Taal: Taal actief 3, Kansrijke Taal en voor spellen de methodiek José Schraven
Technisch lezen: Veilig leren en lezen, methodiek José Schraven
Voortgezet technisch lezen: Estafette

7.2  Godsdienstige vorming
In alle groepen wordt de schooldag begonnen en beëindigd met een gebed en/of een lied. Met behulp van
de methode Kind op Maandag worden bijbelverhalen verteld.
De methode heeft de volgende kenmerken:
• Volgt de kerkelijke feestdagen.
• Legt verbanden tussen het Oude en het Nieuwe Testament.
• Liederen uit het Liedboek voor de kerken worden ingepast in het geheel van de wekelijkse lessen.
We noemen dit het "Lied van de week". Voor de onderbouw worden liedjes gezocht uit andere
bundels.
• Sluit aan bij het leesrooster van de kerken.
• Werkt met een weekthema . Dit thema wordt op de Zegge’s vermeld.
Leidraad bij de godsdienstige vorming is de Bijbel en de handleiding bij Kind op Maandag.
In de "paarse" periode (= voorbereidingstijd op Kerst en Pasen) houden we met alle kinderen
gemeenschappelijke weekopeningen.

7.3  Onderwijsactiviteiten Groep 1 & 2
Voor het onderwijs in groep 1 en 2 gebruiken we Kleuterplein. Kleuterplein is opgezet rondom 16
thema’s. Met Kleuterplein werken we doelgericht aan álle tussendoelen. Kleuterplein is meer dan alleen
taal en rekenen: ook motoriek, wereldoriëntatie, muziek, voorbereidend schrijven en sociaal-emotionele
ontwikkeling komen aan bod. Kleuterplein biedt daarmee een doorgaande lijn naar alle vakken en
methodes van groep 3, zoals Veilig Leren Lezen en Wereld in Getallen.
Op het Kleuterplein is altijd wat te doen, het hele jaar door. In de winter kun je er spelen in de sneeuw, in
het voorjaar ruik je de bloesem van de kastanjeboom, in de zomer staat er vaak een ijscokar en in de herfst
liggen er plassen om lekker in te stampen. Kinderen spelen graag op het Kleuterplein. In een nest boven in
de kastanjeboom woont een nieuwsgierige kraai. Zijn naam is Raai. Hij is op het Kleuterplein  en in alle
kleutergroepen een belangrijke vogel!
Met Kleuterplein ontdekken en ervaren kleuters de wereld om hen heen. Kleuterplein gaat uit van de
individuele ontwikkeling en de beleving van de kleuter. De kleuters leren zo door spelen en doen. Voor
meer informatie en leerlijnen, zie: www.malmberg.nl

Aan het begin van de morgen mogen de kinderen iets vertellen in de kring. Zij leren naar elkaar te
luisteren, maar ook leren ze om met elkaar te praten en vragen te stellen. Soms gebeurt dit naar aanleiding
van een belevenis van de kinderen, soms stelt de leerkracht een onderwerp centraal.
Daarna is er tijd voor godsdienstige vorming aan de hand van de methode Kind op Maandag.
In een wisselend wekenschema komen de volgende activiteiten aan bod:
Na de godsdienstige vorming staat in groep 1 en 2 de werkles centraal. Er wordt thematisch gewerkt, 
meestal met behulp van Kleuterplein. De kleuters gaan in groepjes aan het werk.
De creativiteit en vele verschillende vaardigheden worden ontwikkeld (knippen, tekenen, verven, prikken
etc.). We maken eveneens gebruik van de computers en ‘het hoekenlokaal’ met daarin huishoek, winkel,
bouwhoek, kistjes- en plankenhoek, water/zandtafel en constructiemateriaal..‘Het hoekenlokaal’ wordt
door alle  kleutergroepen, soms gelijktijdig, gebruikt. Daardoor is er in de klassen meer rust voor andere
ontwikkelingsactiviteiten.
Ook het ontwikkelingsmateriaal wordt gebruikt tijdens de werkles. Sinds schooljaar 2009-2010 hebben we
een 10-tal materialen op een kaart gezet, zowel voor groep 1 als groep 2. De kinderen krijgen een
stickertje als ze met één van de materialen op de kaart gewerkt hebben. Voor beide groepen hebben we
drie kaarten ontwikkeld. Gedurende het schooljaar kunnen de groepen het ontwikkelingsmateriaal
onderling uitwisselen, zodat de kinderen weer met een nieuwe kaart en met nieuw materiaal aan het werk
kunnen. 
Taalontwikkeling speelt in onze kleutergroepen een hele belangrijke rol. ‘Begrijpend luisteren’ wordt met 
behulp van mooie (digitale) prentenboeken elke week aangeboden. Bij de thema’s van Kleuterplein komt
woordenschatontwikkeling uitvoerig aan de orde. Bij elk thema horen zgn. letters van de week, zichtbaar
op de lettertafel. In de klassen worden aspecten van Kansrijke Taal gebruikt. Dat zijn belangrijke lessen,
waarin kinderen spelenderwijs leren hoe belangrijk taal is.

Na de pauze en het fruit eten besteden we aandacht aan buiten spelen, vrij spelen, spellessen of
kleutergym. Tussendoor vinden zowel 's morgens als 's middags wisselende activiteiten plaats als
voorlezen, vertellen, prentenboeken, tellen, terugtellen en ‘rekenen’, zingen, etc. Dit doen we in de vorm
van rijm- en letterspelletjes, tel- en cijferspelletjes, poppenkast, verhaaltjes bedenken, opzegversjes, 
school-tv. programma's bekijken (bijv. Koekeloere). Tijdens muzikale vorming worden liedjes aangeleerd,
al dan niet met behulp van instrumenten.

Aan het begin van elke dag worden al deze activiteiten met behulp van zogenaamde dagritmekaarten
overzichtelijk voor de kleuters op een rij gezet.
Het positief omgaan met elkaar en saamhorigheidsgevoel in de kleutergroepen vormen de basis voor de
verdere tijd op de basisschool. Ook het zelfstandig functioneren is een belangrijk aspect.

7.4  Nederlandse Taal
Op vele momenten gebruiken we de taal die we hebben geleerd en daarom is taalonderwijs erg belangrijk. 
Taal omvat het hele onderwijs. Taalonderwijs is niet alleen maar het juist leren schrijven van woorden, 
taal is ook spreken en luisteren. Taalonderwijs begint daarom al in groep 1en dat is iets dat men zich niet
altijd realiseert.

Taalonderwijs
Voor het taalonderwijs in groep 4 t/m 8 maken we gebruik van de methode Taal Actief.  Deze methode
laat vele aspecten van taal aan de orde komen: luisteren, spreken, verhalen schrijven, het correct schrijven
van woorden, taalbeschouwing, lezen en het creatief gebruiken van taal. Naast deze methode gebruiken
we Kansrijke Taal. Dit zijn uitdagende taalopdrachten naast de methode, maar die meer aansluiten bij de
dagelijkse situaties.

In groep 1 en 2 wordt er “spelenderwijs” al heel veel gedaan aan de voorbereiding van lezen en schrijven. 
Sinds de invoering van Kleuterplein  wordt er twee keer per thema een letter van de week aangeboden.
Deze letter komt regelmatig aan de orde tijdens diverse activiteiten. De letter van de week hangt zeer
zichtbaar in de klas, meestal bij de lettertafel. Op die tafel kunnen kinderen van huis meegenomen
voorwerpen plaatsen die de letter van de week als beginletter hebben. Zo worden ook de ouders betrokken
bij de beginnende geletterdheid in de groepen 1 en 2. Ook leren de kinderen  het juiste gebaar bij de
aangeboden letter.(zie hieronder)
Goed ontwikkelde leesvoorwaarden geven in groep 3 de grootste kans op goed en gemotiveerd lezende
kinderen. Op wat kinderen zichzelf al hebben eigen gemaakt, wordt altijd ingespeeld. We proberen zo op
onze school een doorgaande lijn te realiseren in het taal- en leesonderwijs.

Taal / lezen groep 3
In groep 3 is de nieuwe methode “Veilig leren Lezen” aangeschaft.
Deze methode besteedt aandacht aan communicatieve vaardigheden, boekoriëntatie, verhaalbegrip en
woordenschat. Centraal staat natuurlijk het leren lezen en spellen. Het aanleren van de letters, het
schrijven op de juiste manier en het spellen van de woorden wordt ook ondersteund door de methodiek
van José Schraven. Er wordt gebruik gemaakt van gebaren, ordening in letters, indeling in categorieën en
begrijpelijke spellingsregels.
Ook computerprogramma’s worden ingezet (VLL en Klankie).
Op deze manier hopen we dat de kinderen met succes leren lezen en spellen.

Voortgezet technisch lezen
Wanneer de kinderen in groep 4 komen, beginnen ze aan de technisch leesmethode Estafette.
Die methode hebben we het afgelopen jaar vernieuwd. Deze nieuwe methode gaat, indien noodzakelijk,
door t/m groep 8 en maakt het mogelijk de instructietijd aan te passen aan de behoefte van de leerlingen. 
Er zijn 3 niveaus. Elke les begint met een klassikale instructie en daarna gaat elke groep leerlingen op
eigen niveau zelfstandig verder. De kinderen die veel instructie en ondersteuning nodig hebben, worden
begeleid door de leerkracht. Indien nodig krijgen deze kinderen daarnaast nog extra aandacht en wordt er
thuis geoefend.
De andere kinderen worden begeleid door stagiaires. De hulp van een aantal ouders hierbij wordt geweldig
op prijs gesteld.

Begrijpend lezen
Ook bekwamen de leerlingen zich in begrijpend en studerend lezen. Dat doen ze met de methode
Nieuwsbegrip. De methode  kenmerkt zich o.a door:
*Aansprekende teksten en opdrachten aan de hand van de actualiteit
*Er worden vijf leesstrategieën aangeboden
*Kinderen krijgen meer plezier in begrijpend lezen!
*Het beantwoordt aan de door de inspectie gestelde kerndoelen
De kinderen van groep 1 t/m 4 leren de strategieën d.m.v. Begrijpend luisteren. (Zie ook hoofdstuk 9) We
op school nu een goed doordachte doorlopende leerlijn van groep 1 t/m 8.
In het afgelopen schooljaar zijn we er toe overgegaan om de leesstrategieën ook bij andere vakgebieden te
gebruiken en bieden we een variatie aan teksten aan. Op deze manier willen we bereiken dat het toepassen
van de strategieën voor de kinderen een automatisme wordt.

Schrijven
In groep 1 en 2 wordt begonnen met de voorbereiding op het schrijven. Er wordt veel aandacht besteed
aan arm-, hand- en polsbewegingen. Ook een goede pengreep is erg belangrijk, evenals een juiste
zithouding. De kinderen beginnen met krijten, tekenen en schilderen op grote vlakken.
In groep 3 gebruiken we voor het oefenen van de lettervormen de werkboekjes van de methode van José
Schraven. Hiernaast gebruiken we de schrijfmethode Pennenstreken voor het lopende schrift.
In groep 4 wordt de methode Pennenstreken vervolgd. Dan worden ook de hoofdletters aangeleerd en
eerder aangeleerde letters en letterverbindingen toegepast in woorden en zinnen.

7.5  Engels
Via radio en televisie komen de kinderen regelmatig in aanraking met de Engelse taal. Ook in de
dagelijkse taal worden veel Engelse woorden en uitdrukkingen gebruikt. Kinderen leren een vreemde taal
er relatief gemakkelijk bij en het is goed voor de ontwikkeling van hun taalgevoel in het algemeen. En
natuurlijk vinden de meeste kinderen Engels leren gewoon heel leuk. De kinderen van groep 7 en 8 krijgen
les in de Engelse taal m.b.v. de methode Hello World. Vanaf augustus 2007 werken we met de vernieuwde
versie. Bij het boek hoort ook een CD, om luister- en spreekvaardigheid te oefenen. Daarnaast kunnen de
kinderen ook via een website oefeningen doen. Dit kan ook thuis.

7.6  Rekenen
In groep 1 en 2 wordt gewerkt aan de voorbereidende rekenvoorwaarden, zoals tellen tot 10, terugtellen
vanaf 10, herkennen en benoemen van de cijfers, getalbegrip tot 10, ordeningsbegrippen als meer/minder, 
één meer/minder, veel/weinig, evenveel, hoog/laag, breed/smal, lang/kort, klein/groot, etc.
Vanaf schooljaar 2010-2011 staat in alle kleutergroepen een zgn.‘Rekenflat’. De rekenflat is een
interactieve kast met 12 verdiepingen om kinderen van groep 1 en 2 op speelse wijze te leren rekenen. Het
poppenspel zorgt voor een betekenisgerichte activiteit en is een waardevolle aanvulling bij Kleuterplein.
De ‘bewoners’ van de flat doen hun uiterste best om de kleuters allerlei rekenkundige vaardigheden aan te
leren!

Vanaf groep 3 werken we met de methode Wereld in getallen. Belangrijk kenmerk is dat de oefenstof
aansluit bij alledaagse situaties. De methode Wereld in getallen geeft de volgende indeling:
1. Gewone rekenopdrachten
• Onderwerpen als hoofdrekenen, handig rekenen, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen,
hele getallen en breukgetallen, procenten en verhoudingen komen hierin aan bod.
2. De projecttaken
• In herkenbare situaties komen onderwerpen aan de orde als: meten, kansberekening, tabellen
en diagrammen. In dit deel gaat het om begripsvorming.
• De leerling leert:
o Problemen op diverse manieren op te lossen.
o Kritisch te zijn.
o Samen te werken om oplossingen te vinden.
o Samenhang tussen begrippen te herkennen.

Kinderen met rekenproblemen
Zwakke rekenaars oefenen tijdens de klassikale les vaak in de (kleine) instructiegroep. Ze krijgen dan
meer instructie en de leerkracht helpt hen op gang bij het maken van de sommen. Vaak maken ze alleen de
sommen die nodig zijn voor de minimumtaak.
Zijn de problemen onoverkomelijk, dan wordt gebruik gemaakt van het programma Maatwerk.
De oefenstof wordt dan aangepast aan de capaciteit van de leerling.
Goede rekenaars krijgen bij ons op school extra opdrachten uit de in 2010 aangeschafte “Levelboxen”.

Bij de methode Wereld in getallen hoort een computerprogramma, waarmee de kinderen alleen of in
tweetallen kunnen werken. Ook het rekenprogramma van Ambrasoft op de computer wordt daarbij
intensief gebruikt.

7.7  Oriëntatie op jezelf en de wereld
Wereldverkenning
Dit is een verzamelnaam voor een groot aantal vak- en vormingsgebieden die te maken hebben met de
wereld om ons heen. Hiertoe behoren onder andere: aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs,
maatschappelijke verhoudingen, geestelijke stromingen, gezond gedrag en sociale redzaamheid.

In groep 1 en 2 volgen we de loop der seizoenen, het School-TV programma Koekeloere is meestal de
rode draad.

In groep 3 en 4 wordt de School-TV. serie Huisje, boompje, beestje gevolgd. Naarmate de kinderen ouder
worden, wordt steeds meer leerstof met behulp van een methode aangeboden. Waar mogelijk proberen we
verschillende vormingsgebieden met elkaar te combineren. Dat doen we in ieder geval elk jaar één keer
d.m.v. een project gedurende één /twee weken.

In groep 7 en 8 kijken de leerlingen elke week naar het School-TV Weekjournaal.

Voor de lessen wereldverkenning in groep 5 t/m 8 gebruiken we de volgende methoden:

Aardrijkskunde
In groep 5 wordt een begin gemaakt met de methode GeoBas. Het gaat vooral om geografische begrippen
en het kunnen "lezen" van een topografische kaart.
In groep 6, 7 en 8 komen achtereenvolgens Nederland, Europa en de Wereld aan de orde. Naast de
topografie, die de kinderen met behulp van de computer leren, bevat elk hoofdstuk een aantal begrippen,
dat in korte teksten opgenomen is en door middel van vragen en opdrachten verwerkt kan worden.
Topografie en lesstof worden in groep 6 t/m 8 regelmatig getoetst.

Geschiedenis
In groep 5 t/m 8 maken we gebruik van de methode Wijzer door de tijd. In groep 5 wordt gewerkt aan de
hand van thema’s, waarbij geleidelijk het historisch besef van kinderen wordt ontwikkeld.
In groep 6 t/m 8 komt de hele Nederlandse geschiedenis aan de orde. Samenleving (groep 6, begint bij de
prehistorie en zo loopt het op), de agrarische samenleving (groep 7) en de industriële samenleving (groep
8). Het gaat in deze methode vooral om de ontwikkeling van de menselijke samenleving en de oriëntatie
op maatschappelijke verschijnselen vanuit historisch perspectief. Elk hoofdstuk wordt ook hier afgesloten
met een methodegebonden toets.

Natuuronderwijs
We maken gebruik van schooltelevisie programma’s: Nieuws uit de Natuur in groep 5 en Huisje Boompje
Beestje in groep 3 en 4.
Verder gebruiken we de leskisten uit het natuur-educatiecentrum “De Koppel”.
Groep 8 volgt ( onder voorbehoud) een cursus EHBO.
In 2010 hebben we voor groep 6 t/m 8 een nieuwe methode aangeschaft: Wijzer door de natuur.

Verkeer
Voor de onderbouw wordt dit schooljaar gekeken naar aantrekkelijk materiaal voor het verkeersonderwijs. 
In groep 3 t/m 7 hebben we een nieuwe methode (“Afgesproken”) ingevoerd. Dit is een digitale methode. 
De kinderen van groep 6 en 7 werken er zelfstandig en in eigen tempo mee. In groep 3 t/m 5 worden de
lessen klassikaal gegeven. Er zijn methode gebonden toetsen opgenomen, zodat we de vorderingen van de
kinderen goed kunnen volgen. Uiteindelijk moeten de kinderen wel voldoende kennis opdoen om in groep
7 het verkeersdiploma te kunnen halen. De kinderen zijn heel enthousiast over deze methode.

7.8  Kunstzinnige oriëntatie
Expressievakken
We besteden aandacht aan muziek, tekenen, handvaardigheid en drama. Hiervoor maken we gebruik van
een methode Moet je Doen. De kinderen werken op een niveau dat bij hen past.

7.9   Techniek
Techniek geven we niet als apart vak. Het is ondergebracht bij handvaardigheid.
In groep 1 en 2 zijn tekenen en handvaardigheid opgenomen in de werkles.

7.10  Sociaal-emotionele vorming
SEO; IK, JIJ, WIJ, ZIJ
Voor de lessen op sociaal emotioneel gebied maken we gebruik van de methode ‘Goed gedaan!’
Voor ‘Goed gedaan!’ is een leerpad ontwikkeld met een doorgaande lijn waarin zorgvuldig gekozen
sociaal-emotionele onderwerpen aan bod komen.
Met behulp van ‘Goed gedaan!’ werken we op de MarsWeijde aan twaalf sociaal-emotionele
competenties. Deze competenties zijn verdeeld in wel  47 praktische inzichten en vaardigheden.
Om te zorgen dat de kinderen zich bepaalde basisvaardigheden echt eigen maken, worden sommige
stappen op het leerpad in de loop der jaren regelmatig herhaald. Steeds met oefeningen en voorbeelden die
bij de belevingswereld van de verschillende klassen aansluiten.
Sommige competenties, zoals zelfkennis, relativeren, zelfvertrouwen, zelfbeheersing en bewust keuzes
maken, hebben vooral betrekking op het innerlijke leven en beleven van het kind zelf.
 ‘IK’ staat dus centraal.
‘JIJ’ staat centraal bij het verplaatsen in anderen.
Bij ‘WIJ’ gaat het om samen leven, spelen en werken met anderen. Aan de orde komen o.a. omgaan met 
verschillen, rekening houden met anderen,  weerbaarheid, samen spelen en werken, samen op internet.
Omdat kinderen vandaag de dag niet alleen informatie en voorbeeldgedrag krijgen van de mensen in hun
directe omgeving, maar ook via de media (televisie, internet, games) vanuit de gehele wereld,
staat bij de laatste competentie ‘ZIJ’ centraal: Omgaan met media-informatie.
Om ouders mogelijkheid te geven met hun kinderen thuis van gedachten te wisselen over het SEO-
onderwerp van de week, geven we via de nieuwsbrief informatie over het tweewekelijkse thema.

7.11  Bewegingsonderwijs
Met bewegingsonderwijs bedoelen we alles wat met het bewegende kind te maken heeft.
Naast het plezier dat bewegen en sporten geeft, is het doel van de gymlessen het opbouwen van conditie, 
het ontwikkelen van ruimtelijke oriëntatie en sociale en emotionele vaardigheden.
De kleutergroepen 1 en 2 hebben elke schooltijd (2 keer per dag) ‘Bewegingsonderwijs’ op het rooster
staan. Vaak spelen de kinderen buiten, maar ze kunnen ook naar het speellokaal voor een gym- of spelles.
De kinderen hebben elke donderdag gymles in het speellokaal. Wij werken met de methode
Bewegingsonderwijs in het speellokaal. Tijdens deze gymlessen zijn alle kleuters actief bezig met vier
verschillende activiteiten.
De groepen 3 t/m 8 hebben 2 maal per week gym. Wij maken hierbij gebruik van de methode Bewegen in
het basisonderwijs, Bewegen samen regelen.
Deze methode zorgt voor een uitdagend en gevarieerd aanbod. De kinderen kunnen op hun eigen niveau
werken en zijn intensief bezig; lang op de bank zitten is er niet meer bij.
In alle groepen worden dezelfde onderdelen op gedifferentieerd niveau aangeboden, zodat de zaal maar 
éénmaal behoeft te worden klaargezet en opgeruimd. Spel en het werken met toestellen wisselen elkaar
regelmatig af. Het is verplicht dat de kinderen gymkleding en gymschoenen dragen tijdens deze lessen. 
Vanaf groep 5 is het ook verplicht om na de gymlessen te douchen. De kinderen moeten dus ook een
handdoek meenemen.
De MarsWeijde heeft de beschikking over een speellokaal (samen met De Kern in de gemeenschaps-
ruimte) en een gymzaal. Bovendien kunnen gymlessen op het meersportenplein boven op het dak gegeven
worden.

7.12  Huiswerk
Bij het vak rekenen geven we in incidentele gevallen huiswerk mee, bijv. bij het aanleren van de tafels in
groep 4 en 5, of "nog even thuis oefenen" van een vaardigheid.
Voor de wereldoriënterende vakken aardrijkskunde, geschiedenis en biologie wordt er vanaf groep 6
regelmatig huiswerk meegegeven. Het gaat dan om het leren van toetsen.
Verder vinden wij het heel belangrijk dat kinderen thuis veel lezen of voorgelezen worden. Elke dag een
kwartiertje (voor-)lezen is van groot belang voor een goede taal- en leesontwikkeling. Het is bovendien
een hele gezellige manier om “huiswerk te maken”.

7.1 Overzicht lesmethoden

7.1 Overzicht lesmethoden


Op school wordt er met de volgende methoden gewerkt:

















































Vak


Lesmethode


Godsdienstige vorming


Kind op maandag


Aardrijkskunde


Geobas


Begrijpend lezen


Nieuwsbegrip


Bewegingsonderwijs


Bewegen samen regelen


Engels


Hello World


Expressievakken


Moet je doen


Geschiedenis


Wijzer door de tijd


Rekenen


Wereld in getallen


Schrijven


Pennenstreken


Sociaal emotionele ontwikkeling


Goed Gedaan!


Taal


Taal actief en kansrijke taal en voor spellen de methodiek van José Schraven


Technisch lezen


Veilig leren en lezen, methodiek José Schraven


Voortgezet technisch lezen


Estafette


Natuuronderwijs
Wijzer door de natuur

7.2 Godsdienstige vorming

7.2 Godsdienstige vorming

In alle groepen wordt de schooldag begonnen en beëindigd met een gebed en/of een lied. Met behulp van de methode "Kind op Maandag" worden bijbelverhalen verteld.

 

De methode heeft de volgende kenmerken:

  • Volgt de kerkelijke feestdagen.
  • Legt verbanden tussen het Oude en het Nieuwe Testament.
  • Liederen uit het Liedboek voor de kerken worden ingepast in het geheel van de wekelijkse lessen. We noemen dit het "Lied van de week". Voor de onderbouw worden liedjes gezocht uit andere bundels.
  • Sluit aan bij het leesrooster van de kerken.
  • Werkt met een weekthema . Dit thema wordt op de Zegge’s vermeld.

Leidraad bij de godsdienstige vorming is de Bijbel en de handleiding bij "Kind op Maandag". In de "paarse" periode (= voorbereidingstijd op Kerst en Pasen) houden we met alle kinderen gemeenschappelijke weekopeningen.

7.3 Onderwijsactiviteiten Groep 1 & 2

7.3  Onderwijsactiviteiten Groep 1 & 2      
Voor het onderwijs in groep 1 en 2 gebruiken we vanaf schooljaar 2009-2010 Kleuterplein.
Kleuterplein is een nieuw pakket voor groep 1 en 2. Kleuterplein is opgezet rondom 16 thema’s. Met Kleuterplein werken we doelgericht aan álle tussendoelen. Kleuterplein is meer dan alleen taal en rekenen: ook motoriek, wereldoriëntatie, muziek, voorbereidend schrijven en sociaal-emotionele ontwikkeling komen aan bod. Kleuterplein biedt daarmee een doorgaande lijn naar alle vakken en methodes van groep 3, zoals Veilig Leren Lezen en Wereld in Getallen.
Op het Kleuterplein is altijd wat te doen, het hele jaar door. In de winter kun je er spelen in de sneeuw, in het voorjaar ruik je de bloesem van de kastanjeboom, in de zomer staat er vaak een ijscokar en in de herfst liggen er plassen om lekker in te stampen. Kinderen spelen graag op het Kleuterplein. In een nest boven in de kastanjeboom woont een nieuwsgierige kraai. Zijn naam is Raai. Hij is op het Kleuterplein  en in alle kleutergroepen een belangrijke vogel!
Met Kleuterplein ontdekken en ervaren kleuters de wereld om hen heen. Kleuterplein gaat uit van de individuele ontwikkeling en de beleving van de kleuter. De kleuters leren zo door spelen en doen. Voor meer informatie en leerlijnen, zie: www.malmberg.nl

Aan
het begin van de morgen mogen de kinderen iets vertellen in de kring. Zij leren naar elkaar te luisteren, maar ook leren ze om met elkaar te praten en vragen te stellen. Soms gebeurt dit naar aanleiding van een belevenis van de kinderen, soms stelt de leerkracht een onderwerp centraal.
Daarna is er tijd voor godsdienstige vorming aan de hand van de methode Kind op Maandag.

n een wisselend wekenschema komen de volgende activiteiten aan bod:

Na de godsdienstige vorming staat in groep 1 en 2 de werkles centraal. Er wordt thematisch gewerkt, meestal met behulp van Kleuterplein. De kleuters gaan in groepjes aan het werk.

De creativiteit en vele verschillende vaardigheden worden ontwikkeld (knippen, tekenen, verven, prikken etc.). We maken eveneens gebruik van de computers en ‘het hoekenlokaal’ met daarin huishoek, winkel, bouwhoek, kistjes- en plankenhoek, water/zandtafel en constructiemateriaal..‘Het hoekenlokaal’ wordt door alle  kleutergroepen, soms gelijktijdig, gebruikt. Daardoor is er in de klassen meer rust voor andere ontwikkelingsactiviteiten.
Ook het ontwikkelingsmateriaal wordt gebruikt tijdens de werkles. Sinds schooljaar 2009-2010 hebben we een 10-tal materialen op een kaart gezet, zowel voor groep 1 als groep 2. De kinderen krijgen een stickertje als ze met één van de materialen op de kaart gewerkt hebben. Voor beide groepen hebben we drie kaarten ontwikkeld. Gedurende het schooljaar kunnen de groepen het ontwikkelingsmateriaal onderling uitwisselen, zodat de kinderen weer met een nieuwe kaart en met nieuw materiaal aan het werk kunnen.  
Taalontwikkeling speelt in onze kleutergroepen een hele belangrijke rol. ‘Begrijpend luisteren’ wordt met behulp van mooie (digitale) prentenboeken elke week aangeboden. Bij de thema’s van Kleuterplein komt woordenschatontwikkeling uitvoerig aan de orde. Bij elk thema horen zgn. letters van de week, zichtbaar op de lettertafel. In de klassen worden aspecten van Kansrijke Taal gebruikt. Dat zijn belangrijke lessen, waarin kinderen spelenderwijs leren hoe belangrijk taal is.

Na de pauze en het fruit eten besteden we aandacht aan buiten spelen, vrij spelen, spellessen of kleutergym. Tussendoor vinden zowel 's morgens als 's middags wisselende activiteiten plaats als voorlezen, vertellen, prentenboeken, tellen, terugtellen en ‘rekenen’, zingen, etc. Dit doen we in de vorm van rijm- en letterspelletjes, tel- en cijferspelletjes, poppenkast, verhaaltjes bedenken, opzegversjes, school-tv. programma's bekijken (bijv. Koekeloere). Tijdens muzikale vorming worden liedjes aangeleerd, al dan niet met behulp van instrumenten.

Aan het begin van elke dag worden al deze activiteiten met behulp van zogenaamde dagritmekaarten overzichtelijk voor de kleuters op een rij gezet.
Het positief omgaan met elkaar en saamhorigheidsgevoel in de kleutergroepen vormen de basis voor de verdere tijd op de basisschool. Ook het zelfstandig functioneren is een belangrijk aspect.


 

7.4 Nederlandse Taal

7.4  Nederlandse Taal
Op vele momenten gebruiken we de taal die we hebben geleerd en daarom is taalonderwijs erg belangrijk. Taal omvat het hele onderwijs. Taalonderwijs is niet alleen maar het juist leren schrijven van woorden, taal is ook spreken en luisteren. Taalonderwijs begint daarom al in groep 1en dat is iets dat men zich niet altijd realiseert.

Taalonderwijs
Voor het taalonderwijs in groep 4 t/m 8 maken we gebruik van de methode Taal Actief.  Deze methode laat vele aspecten van taal aan de orde komen: luisteren, spreken, verhalen schrijven, het correct schrijven van woorden, taalbeschouwing, lezen en het creatief gebruiken van taal. Naast deze methode werken we aan de invoering van Kansrijke Taal. Dit zijn uitdagende taalopdrachten naast de methode, maar die meer aansluiten bij de dagelijkse situaties.

In groep 1 en 2 wordt er “spelenderwijs” al heel veel gedaan aan de voorbereiding van lezen en schrijven. Sinds de invoering van Kleuterplein  wordt er twee keer per thema een letter van de week aangeboden. Deze letter komt regelmatig aan de orde tijdens diverse activiteiten. De letter van de week hangt zeer zichtbaar in de klas, meestal bij de lettertafel. Op die tafel kunnen kinderen van huis meegenomen voorwerpen plaatsen die de letter van de week als beginletter hebben. Zo worden ook de ouders betrokken bij de beginnende geletterdheid in de groepen 1 en 2. Ook leren de kinderen  het juiste gebaar bij de aangeboden letter.(zie hieronder)
Goed ontwikkelde leesvoorwaarden geven in groep 3 de grootste kans op goed en gemotiveerd lezende kinderen. Op wat kinderen zichzelf al hebben eigen gemaakt, wordt altijd ingespeeld. We proberen zo op onze school een doorgaande lijn te realiseren in het taal- en leesonderwijs.

Technisch lezen
In groep 3 komt, naast de spreek- en luistervaardigheid, het lezen en schrijven aan de orde: letterkennis, woordenkennis en woordvorming. Het leren lezen staat centraal en wordt aangeleerd met behulp van de volgende methoden:
Veilig leren lezen (Maan – Roos – Vis) Methode José Schraven
Het aanleren van de letters en het spellen van woorden gaat met behulp van voor kinderen herkenbare gebaren en begrijpelijke regels. Op deze manier hopen we dat de kinderen de letters en de spellingsregels beter leren beheersen en hanteren.  De lessen worden verder nog ondersteund door het computerprogramma’s  Veilig Leren Lezen, Leesladder, Estafette, Klankie en Lesebanc.
Wanneer de kinderen Avi-niveau 2 hebben bereikt, beginnen ze aan de technisch leesmethode Estafette. Deze methode gaat, indien noodzakelijk, door t/m groep 8.
Deze methode maakt het mogelijk om kinderen op eigen niveau te laten lezen. Er zijn 4 niveaus. Op twee niveaus krijgen ze in kleine groepjes les van een leerkracht. De kinderen in de overige niveaus werken (grotendeels) zelfstandig. Deze kinderen worden begeleid door stagiaires. De hulp van een aantal ouders hierbij wordt geweldig op prijs gesteld.

Begrijpend lezen
Ook bekwamen de leerlingen zich in begrijpend en studerend lezen. In het afgelopen schooljaar hebben  we gezocht naar een nieuwe methode. Die hebben we gevonden in Nieuwsbegrip. De methode  kenmerkt zich o.a door:
*Aansprekende teksten en opdrachten aan de hand van de actualiteit
*Er worden vijf leesstrategieën aangeboden
*Kinderen krijgen meer plezier in begrijpend lezen!
*Het beantwoordt aan de door de inspectie gestelde kerndoelen
De kinderen van groep 1 t/m 4 leren de strategieën d.m.v. Begrijpend luisteren. (Zie ook hoofdstuk 9)

Schrijven
In groep 1 en 2 wordt begonnen met de voorbereiding op het schrijven. Er wordt veel aandacht besteed aan arm-, hand- en polsbewegingen. Ook een goede pengreep is erg belangrijk, evenals een juiste zithouding. De kinderen beginnen met krijten, tekenen en schilderen op grote vlakken.
In groep 3 gebruiken we voor het oefenen van de lettervormen de werkboekjes van de methode van José Schraven. Hiernaast gebruiken we de schrijfmethode Pennenstreken voor het lopende schrift.
In groep 4 wordt de methode Pennenstreken vervolgd. Dan worden ook de hoofdletters aangeleerd en eerder aangeleerde letters en letterverbindingen toegepast in woorden en zinnen. 

7.5 Engels

7.5  Engels
Via radio en televisie komen de kinderen regelmatig in aanraking met de Engelse taal. Ook in de dagelijkse taal worden veel Engelse woorden en uitdrukkingen gebruikt. Kinderen leren een vreemde taal er relatief gemakkelijk bij en het is goed voor de ontwikkeling van hun taalgevoel in het algemeen. En natuurlijk vinden de meeste kinderen Engels leren gewoon heel leuk. De kinderen van groep 7 en 8 krijgen les in de Engelse taal m.b.v. de methode Hello World. Vanaf augustus 2007 werken we met de vernieuwde versie. Bij het boek hoort ook een CD, om luister- en spreekvaardigheid te oefenen. Daarnaast kunnen de kinderen ook via een website oefeningen doen. Dit kan ook thuis.

7.6 Rekenen

7.6  Rekenen                        
In groep 1 en 2 wordt gewerkt aan de voorbereidende rekenvoorwaarden, zoals tellen tot 10, terugtellen vanaf 10, herkennen en benoemen van de cijfers, getalbegrip tot 10, ordeningsbegrippen als meer/minder, één meer/minder, veel/weinig, evenveel, hoog/laag, breed/smal, lang/kort, klein/groot, etc.
Vanaf schooljaar 2010-2011 staat in alle kleutergroepen een zgn.‘Rekenflat’. De rekenflat is een interactieve kast met 12 verdiepingen om kinderen van groep 1 en 2 op speelse wijze te leren rekenen. Het poppenspel zorgt voor een betekenisgerichte activiteit en is een waardevolle aanvulling bij Kleuterplein.
De ‘bewoners’ van de flat doen hun uiterste best om de kleuters allerlei rekenkundige vaardigheden aan te leren!

Vanaf groep 3 werken we met de methode Wereld in getallen. Belangrijk kenmerk is dat de oefenstof aansluit bij alledaagse situaties. De methode Wereld in getallen geeft de volgende indeling:

1. Gewone rekenopdrachten
* Onderwerpen als hoofdrekenen, handig rekenen, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen, hele getallen en breukgetallen, procenten en verhoudingen komen hierin aan bod.

2. De projecttaken
* In herkenbare situaties komen onderwerpen aan de orde als: meten, kansberekening, tabellen en diagrammen. In dit deel gaat het om begripsvorming.
* De leerling leert:
  #Problemen op diverse manieren op te lossen.
  #Kritisch te zijn.
  #Samen te werken om oplossingen te vinden.
  #Samenhang tussen begrippen te herkennen.

Kinderen met rekenproblemen
Zwakke rekenaars oefenen tijdens de klassikale les vaak in de (kleine) instructiegroep. Ze krijgen dan meer instructie en de leerkracht helpt hen op gang bij het maken van de sommen. Vaak maken ze alleen de sommen die nodig zijn voor de minimumtaak.
Zijn de problemen onoverkomelijk, dan wordt gebruik gemaakt van het programma Maatwerk.
De oefenstof wordt dan aangepast aan de capaciteit van de leerling.
Goede rekenaars krijgen bij ons op school extra opdrachten uit de in 2010 aangeschafte “Levelboxen”.

Bij de methode Wereld in getallen hoort een computerprogramma, waarmee de kinderen alleen of in tweetallen kunnen werken. Ook het rekenprogramma van Ambrasoft op de computer wordt daarbij intensief gebruikt.

7.7 Oriëntatie op jezelf en de wereld

7.7  Oriëntatie op jezelf en de wereld
Wereldverkenning
Dit is een verzamelnaam voor een groot aantal vak- en vormingsgebieden die te maken hebben met de wereld om ons heen. Hiertoe behoren onder andere: aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs, maatschappelijke verhoudingen, geestelijke stromingen, gezond gedrag en sociale redzaamheid.

In groep 1 en 2 volgen we de loop der seizoenen, het School-TV programma Koekeloere is meestal de rode draad.

In groep 3 en 4 wordt de School-TV. serie Huisje, boompje, beestje gevolgd. Naarmate de kinderen ouder worden, wordt steeds meer leerstof met behulp van een methode aangeboden. Waar mogelijk proberen we verschillende vormingsgebieden met elkaar te combineren. Dat doen we in ieder geval elk jaar één keer d.m.v. een project gedurende één /twee weken.

In groep 7 en 8 kijken de leerlingen elke week naar het School-TV Weekjournaal.

Voor de lessen wereldverkenning in groep 5 t/m 8 gebruiken we de volgende methoden:
Aardrijkskunde
n groep 5 wordt een begin gemaakt met de methode GeoBas. Het gaat vooral om geografische begrippen en het kunnen "lezen" van een topografische kaart.
In groep 6, 7 en 8 komen achtereenvolgens Nederland, Europa en de Wereld aan de orde. Naast de topografie, die de kinderen met behulp van de computer leren, bevat elk hoofdstuk een aantal begrippen, dat in korte teksten opgenomen is en door middel van vragen en opdrachten verwerkt worden. Topografie en lesstof worden in groep 6 t/m 8 regelmatig getoetst.

Geschiedenis   
In groep 5 t/m 8 maken we gebruik van de methode Wijzer door de tijd. In groep 5 wordt gewerkt aan de hand van thema’s, waarbij geleidelijk het historisch besef van kinderen wordt ontwikkeld.
In groep 6 t/m 8 komt de hele Nederlandse geschiedenis aan de orde. Samenleving (groep 6, begint bij de prehistorie en zo loopt het op), de agrarische samenleving (groep 7) en de industriële samenleving (groep 8). Het gaat in deze methode vooral om de ontwikkeling van de menselijke samenleving en de oriëntatie op maatschappelijke verschijnselen vanuit historisch perspectief. Elk hoofdstuk wordt ook hier afgesloten met een methodegebonden toets.

Natuuronderwijs
We maken gebruik van schooltelevisie programma’s: Nieuws uit de Natuur in groep 5 en Huisje Boompje Beestje in groep3 en 4.
Verder gebruiken we de leskisten uit het natuur-educatiecentrum “De Koppel”.
Groep 8 volgt ( onder voorbehoud) een cursus EHBO.
In 2010 hebben we voor groep 6 t/m 8 een nieuwe methode aangeschaft: Wijzer door de natuur.

Verkeer
Voor de onderbouw wordt dit schooljaar gekeken naar aantrekkelijk materiaal voor het verkeersonderwijs.
Groep 3 t/m 7 gaat een nieuwe methode (“Afgesproken”) uitproberen. Dit is een digitale methode die de kinderen zelfstandig en in eigen tempo kunnen doorwerken. Er zijn methode gebonden toetsen opgenomen, zodat we de vorderingen van de kinderen goed kunnen volgen. Uiteindelijk moeten de kinderen wel voldoende kennis opdoen om in groep 7 het verkeersdiploma te kunnen halen.
We hopen dat de kinderen door het werken aan de computer ook extra gemotiveerd zullen worden.
Als het experiment goed uitvalt, zullen we met deze methode gaan werken, anders vallen we terug op de huidige werkwijze:
Groep 5 en 6 maakt gebruik van het maandblad Op voeten en fietsen en groep 7 van de Jeugdverkeerskrant. In groep 7 doen de kinderen mee aan het landelijk praktisch en theoretisch verkeersexamen.

7.8 Kunstzinnige oriëntatie

7.8  Kunstzinnige oriëntatie
Expressievakken
We besteden aandacht aan muziek, tekenen, handvaardigheid en drama. Hiervoor maken we gebruik van een methode Moet je Doen. De kinderen werken op een niveau dat bij hen past.

7.9 Techniek

7.9 Techniek

Techniek geven we niet als apart vak. Het is ondergebracht bij handvaardigheid.

In groep 1 en 2 zijn tekenen en handvaardigheid opgenomen in de werkles.

7.10 Sociaal-emotionele vorming

7.10  Sociaal-emotionele vorming
Hierbij gebruiken we de methode Goed Gedaan!. Met deze methode willen we op een thematische manier in onder- en bovenbouw, dus schoolbreed, een bijdrage leveren aan de opvoeding van de kinderen en hen een helpende hand reiken, wanneer ze in conflicten verzeild raken. Verder werkt de methode preventief en ontstaan er minder conflicten.
De onderwerpen en een korte inhoud van de twee-wekelijkse thema’s worden op de Zegge’s vermeld, zodat ook ouders op de hoogte zijn en eventueel thuis over het onderwerp van gedachten kunnen wisselen met hun kind(eren)

7.11 Bewegingsonderwijs

7.11  Bewegingsonderwijs               
Met bewegingsonderwijs bedoelen we alles wat met het bewegende kind te maken heeft.
Naast het plezier dat bewegen en sporten geeft, is het doel van de gymlessen het opbouwen van conditie, het ontwikkelen van ruimtelijke oriëntatie en sociale en emotionele vaardigheden.
De kleutergroepen 1 en 2 hebben elke schooltijd (2 keer per dag) ‘Bewegingsonderwijs’ op het rooster staan. Vaak spelen de kinderen buiten, maar ze kunnen ook naar het speellokaal voor een gym- of spelles.
De kinderen hebben elke donderdag gymles in het speellokaal. Wij werken met de methode Bewegingsonderwijs in het speellokaal. Tijdens deze gymlessen zijn alle kleuters actief bezig met vier verschillende activiteiten.
De groepen 3 t/m 8 hebben 2 maal per week gym. Wij maken hierbij gebruik van de methode Bewegen in het basisonderwijs, Bewegen samen regelen.
Deze methode zorgt voor een uitdagend en gevarieerd aanbod. De kinderen kunnen op hun eigen niveau werken en zijn intensief bezig; lang op de bank zitten is er niet meer bij.
In alle groepen worden dezelfde onderdelen op gedifferentieerd niveau aangeboden, zodat de zaal maar éénmaal behoeft te worden klaargezet en opgeruimd. Spel en het werken met toestellen wisselen elkaar regelmatig af. Het is verplicht dat de kinderen gymkleding en gymschoenen dragen tijdens deze lessen. Vanaf groep 5 is het ook verplicht om na de gymlessen te douchen. De kinderen moeten dus ook een handdoek meenemen.
De MarsWeijde heeft de beschikking over een speellokaal (samen met De Kern in de gemeenschaps-ruimte) en een gymzaal. Bovendien kunnen gymlessen op het meersportenplein boven op het dak gegeven worden. 

7.12 Huiswerk

7.12  Huiswerk         
Bij het vak rekenen geven we in incidentele gevallen huiswerk mee, bijv. bij het aanleren van de tafels in groep 4 en 5, of "nog even thuis oefenen" van een vaardigheid.
Voor de wereldoriënterende vakken aardrijkskunde en geschiedenis wordt er vanaf groep 6 regelmatig huiswerk meegegeven. Het gaat dan om het leren van toetsen.
Verder vinden wij het heel belangrijk dat kinderen thuis veel lezen of voorgelezen worden. Elke dag een kwartiertje (voor-)lezen is van groot belang voor een goede taal- en leesontwikkeling. Het is bovendien een hele gezellige manier om “huiswerk te maken”.

8 Buitenschoolse onderwijsactiviteiten

Het bestuur is te allen tijde verantwoordelijk voor het toezicht bij buitenschoolse activiteiten. Dat geldt
bijvoorbeeld zowel voor het schoolreisje, het voetbaltoernooi, schoolkamp e.d. Het gaat daarbij niet alleen
om de activiteit zelf maar ook om de reis er naar toe.
Genoemde activiteiten worden door de school of vanuit de school georganiseerd. Dat betekent dat op dat
moment de school ook verantwoordelijk is voor de veiligheid van de kinderen. Het bestuur heeft een
zorgplicht ten opzichte van de veiligheid van de aan haar toevertrouwde kinderen. Dat houdt o.a. in dat het
bestuur ervoor zorgdraagt dat er in ieder geval voldoende toezicht is bij buitenschoolse activiteiten en dat 
de leerlingen adequaat verzekerd zijn. In de praktijk is het natuurlijk zo dat de school zelf
verantwoordelijk is voor de veiligheid en ook zelf zorgdraagt voor het toezicht.
Het toezicht hoeft niet te geschieden door leerkrachten. Het kunnen ook ouders/verzorgers zijn die
toezicht houden.
Wanneer er sprake is van buitenschoolse activiteiten draagt de school, i.c. de directeur, er in ieder geval 
zorg voor dat:
1. Er voldoende toezicht aanwezig is van volwassenen.
2. Er een instructie is voor de toezichthouders, zodat die weten wat er van hen verlangd wordt (bijv.
de groep bij elkaar houden; toezicht houden bij activiteiten).
3. Verbieden van bepaalde zaken waardoor kinderen in gevaarlijke situaties kunnen komen
4. De toezichthouders weten dat zij bepalen of kinderen iets wel of niet doen (en niet de kinderen of
een andere volwassene).
5. Bij vervoer in de auto dat er een ongevallen-inzittendenverzekering is afgesloten en dat de
kinderen in “de gordels” zitten.
Bovendien zorgt de directeur ervoor dat minimaal één keer per jaar tijdens de teamvergadering gesproken
wordt over de buitenschoolse activiteiten en het “toezicht houden” daarbij. In ieder geval komt daarbij aan
de orde of het aantal toezichthouders toereikend is geweest. Dit wordt genotuleerd.
 
De voorzitter van de schoolcommissie zorgt ervoor dat minimaal een keer per jaar tijdens de
schoolcommissievergadering gesproken wordt over de buitenschoolse activiteiten en het “toezicht
houden” daarbij. In ieder geval komt daarbij aan de orde of het aantal toezichthouders toereikend is
geweest. Dit wordt genotuleerd.
Op basis van deze gesprekken wordt vastgesteld hoeveel toezichthouders bij welke buitenschoolse
activiteiten noodzakelijk zijn. Wanneer een school niet kan beschikken over voldoende toezichthouders
dan wordt de activiteit geannuleerd.

8.1 Culturele activiteiten
In de gemeente Hardenberg is een Culturele Commissie voor de schooljeugd werkzaam. Elk jaar
presenteert zij een veelzijdig programma, waaraan de school  kan deelnemen. Voor ondersteuning wordt
er gebruik gemaakt van KCO, de Muzerie, de bibliotheek, de Voorveghter, musea en galeries.
Enkele voorbeelden:
Er is voor elke groep een voorstelling in de “Voorveghter”.
Groep 2 en 6 gaan op bezoek in de bibliotheek.
Voor groep 3 en 4 is er om de twee jaar een kinderboekenschrijver op school.
Groep 5 gaat naar het Olde Meestershuus in Slagharen
Groep 6 gaat naar een boerderij uit de Bronstijd in Uelsen.
Groep 7  gaat naar de plaatselijke oudheidkamer in de Voorstraat, doet mee aan het erfgoedproject
“Oorlog dichtbij”, gevolgd door een bezoek aan het herinneringskamp Westerbork
Groep 8 gaat naar het Kroller Muller museum
Verder zijn er diverse projecten waar je als school (soms om de 2 jaar) aan mee kunt doen, bijv.
Kids Moving the World, Leespyramide en Nationale Voorleeswedstrijd. In de Zegge’s leest u actuele
informatie over data van voorstellingen, projecten e.d. Ook doen we via de Zegge’s  of direct per mail een
beroep op ouders, wanneer een groep voor een activiteit naar elders vervoerd of begeleid moet worden.

8.2  Sportevenementen
Natuurlijk willen we ook meedoen aan sportevenementen in Hardenberg, zoals de sportdag, de
wandelvierdaagse of de City- Run. Ook staan het voetbal- en korfbaltoernooi op het verlanglijstje.
Tijdens de sportdag voor de bovenbouw organiseert de school, samen met ‘De Kern’, een
spelletjesmorgen voor de onderbouw.

9. De ontwikkeling van ons onderwijs

9 De ontwikkeling van ons onderwijs


9.1 Onderwijsinspectie
Voor het rijkstoezicht valt CBS de MarsWeijde onder het Rijksinspectiekantoor “Hanzeland”. Wanneer u
informatie wenst kunt u zich via Internet wenden tot de Onderwijsinspectie: info@owinsp.nl &
www.onderwijsinspectie.nl of telefonisch via het nummer: 0800 – 8051.


9.2 Kwaliteitszorg
Van de school wordt verwacht dat we voortdurend werken aan kwaliteitsverbetering. Daarvoor zijn we
bezig om binnen onze schoolvereniging Chrono een systeem voor kwaliteitszorg op te zetten dat uitgaat
van de domeinen van het INK-model*. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat de inspectie aan
de bestuursdirecteur vraagt hoe het er met de kwaliteit op de scholen voorstaat. Zonder een goed
kwaliteitszorgsysteem zou hij daar onmogelijk (voor 16 scholen) antwoord op kunnen geven.
Daarnaast is het natuurlijk zo, dat wij zelf ook willen dat ons onderwijs steeds beter wordt. Het reeds
bestaande systeem van kwaliteitszorg wordt alleen uitgebreid en verbeterd.
*INK staat voor Instituut Nederlandse Kwaliteit
De dagelijkse praktijk op de MarsWeijde wordt regelmatig onder de loep genomen. We gebruiken
daarvoor diverse instrumenten:
Allereerst zijn er voor Chrono prestatie-indicatoren opgesteld. Die bespreken we met het team en
vergelijken ze met onze missie visie. Moeten we daar voor onze school nog indicatoren aan toevoegen of
moeten we de lat voor onze school hier en daar nog wat hoger leggen?
Daarna stellen we een schoolprofiel op. Daarin formuleren we wat voor school we willen zijn en waar we
de komende 4 jaar naar willen streven.
In een volgende stap gaan we gegevens verzamelen over de stand van zaken. Per INK domein stellen we
vast of we aan de (onze) normen voldoen; geven we aan wat nog niet (voldoende) is gerealiseerd. Hierbij
gebruiken we o.a. de volgende instrumenten:
1. Zelfevaluatie instrument
2. Enquêtes (leerkrachten, ouders, leerlingen)
3. Inspectierapporten
4. Opbrengsten (toetsuitslagen leerlingvolgsysteem, cito eindtoets, Nio)
5. Kwaliteitskaarten
De kwaliteitskaart is een soort enquête waarop leerkrachten, en soms ook ouders en leerlingen, een
oordeel kunnen geven over de gang van zaken in de school. De informatie op de kaart is gebaseerd op de
rapporten die de inspectie na een schoolbezoek op maakt.
Er zijn 20 kaarten verdeeld over de volgende vijf categorieën:
1. Leerresultaten
2. Sfeer op school
3. Methodes en materiaal
4. Kwaliteit van lesgeven
5. Schoolcontacten
De resultaten van de kwaliteitskaarten, maar ook de zelfevaluatie, de enquêtes en de inspectierapporten
worden in het team en met de medezeggenschapsraad besproken.
9.3 Schoolplan
Op grond van deze resultaten wordt het schoolplan geschreven. Hierin staan de doelen die we gaan
nastreven. Het gaat daarbij niet alleen om de inhoud en de kwaliteit van het onderwijs, maar bijvoorbeeld
ook om de persoonlijke ontwikkeling (her- en bijscholing) van de personeelsleden, het inspelen op
invloeden van de maatschappij en de maatregelen en de voornemens van de overheid.
Dit werken we verder uit in 4 jaarplannen. Daarin staat beschreven hoe we deze doelen willen bereiken. In
mei 2011 hebben we het schoolplan 2011-2015 opgesteld en met de MR besproken. Het schoolplan is ook
een verantwoordingsdocument in de richting van de ouders, het bestuur en de inspectie.

Resultaten van het jaarplan 2010 - 2011
Schoolorganisatie
*Kwaliteitszorg
Het kwaliteitszorgsysteem is ingevoerd en het schoolplan 2011 – 2015 is klaar.
Pedagogisch beleid
We hebben dit jaar ons leerlingvolgsysteem voor sociaal emotionele ontwikkeling in gebruik genomen en
er zijn reeds een aantal handelingsplannen mee geschreven.
Didactiek
*We hebben een digitale verkeersmethode ingevoerd. De kinderen van groep 6 en 7 werken (in eigen
tempo) de leerstof door, waarbij de leerkracht hen volgt en zonodig begeleid.
In groep 3 t/m 5 worden de lessen klassikaal gegeven met behulp van het digibord. De kinderen zijn
enthousiast over deze nieuwe aanpak.
*In groep 3 is een nieuwe methode/methodiek voor technisch lezen gekozen en die wordt in september
2011 in gebruik genomen.
*In groep 3 t/m 8 (voortgezet technisch lezen) is de vernieuwde versie van Estafette ingevoerd.
*We hebben een voor groep 4 t/m 8 een vernieuwde versie van de huidige taalmethode aangeschaft.
Leerlingenzorg
*Met behulp van het Cidi-protocol hebben we vastgesteld welke leerlingen (meer-) begaafd zijn.
*Deze leerlingen krijgen (extra) leerstof aangeboden op hun eigen niveau uit de zgn. ‘Levelboxen’.


Jaarplan 2011 - 2012
Schoolorganisatie
*Dit jaar besteden we aandacht aan de Christelijke identiteit van onze school. Dat doen we Chronobreed.
*In de 3/4 – bouw wordt het TOM onderwijs verder uitgebouwd. Collega’s in die groepen gaan
groepsoverstijgend lesgeven. Groepen wisselen van samenstelling en die worden vooral bepaald door de
instructiebehoeften van de kinderen. Als dit succesvol is, zal het later ook naar de hogere leerjaren worden
uitgebreid. Dit past ook prima in het kader van Passend Onderwijs.
*Omdat onze school als maar groter wordt, gaan we een communicatieplan opstellen. Daar worden ook
schoolcommissie en medezeggenschapsraad bij betrokken.
Didactiek
*In september starten we met de nieuwe taalmethode Taal actief 3. De combinatie met de
spellingsmethodiek van Schraven en het woordenschatonderwijs krijgen dit jaar nog extra aandacht.
*Groep 4 gaat in nauwe samenwerking met de uitgever werken met Taal actief 4. Ook een medewerkster
van de schoolbegeleidingsdienst volgt die ontwikkeling op de voet.
*We gaan op zoek naar een nieuwe rekenmethode voor groep 3 t/m 8
*In groep 1/2 gaan de leerkrachten verder met de Rekenflat
Leerlingenzorg
*In groep 1/2 wordt het werken met de M-kast (extra uitdagend ontwikkelingsmateriaal voor
meerbegaafde kinderen) verder uitgewerkt.
*Het bestaande cidi-protocol voor meerbegaafde kinderen wordt uitgebreid met afspraken over de manier
van werken.
*Alle kinderen waarvan het leerlingvolgsysteem Zien aangeeft dat ze extra aandacht nodig hebben, krijgen
een handelingsplan.

9.4 Nascholing
Nascholing is van het grootste belang als je goed op de hoogte wilt blijven van de nieuwste
ontwikkelingen binnen je vakgebied. Het is ook nodig in het kader van de bovenbeschreven
kwaliteitsbeleid. Individuele nascholing wordt door diverse leerkrachten gevolgd en heeft betrekking op
recente ontwikkelingen in het onderwijs, leerlingenzorg, computeronderwijs. Ook sluit het zo veel
mogelijk aan bij de schoolontwikkeling.

 

10. De zorg voor uw kinderen

10 De zorg voor uw kinderen

10.1 Zorgverbreding op De MarsWeijde
Op onze school staat de zorg voor de leerling centraal. De spil in de zorg rond de leerling is de leerkracht.
CBS De MarsWeijde hanteert een systeem voor zorgverbreding. Doel hiervan is het zo vroeg mogelijk
signaleren van ontwikkelings- en leerachterstanden. Als er sprake blijkt te zijn van een voorsprong,
proberen we een ander, passend aanbod te bieden.
Op een aantal vaste momenten in het jaar worden landelijk genormeerde toetsen afgenomen voor rekenen,
spelling, woordenschat en technisch en begrijpend lezen. Voor de kleuters wordt gebruik gemaakt van
toetsen voor taal, ordenen en ruimte en tijd. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van observatielijsten en een
leesvoorwaardentoets. Ook de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen wordt gevolgd. Al deze
gegevens worden verzameld in het leerlingvolgsysteem. Wanneer er bij de toetsen sprake is van
achterstand, wordt er een plan (handelingsplan) opgesteld.
Het systeem van zorgverbreding is voortdurend in ontwikkeling. We willen steeds zo efficiënt mogelijk
omgaan met toetsen, gegevens en materialen. Om zo ieder kind díe zorg te kunnen bieden die hij/zij nodig
heeft en daardoor voor hem/haar het beste resultaat te behalen.
Binnen De MarsWeijde is Hester op de Haar de Intern Begeleider; zij coördineert de leerlingenzorg. Zij
houdt het leerlingvolgsysteem bij, waarin de gegevens van elke individuele leerling worden bewaard en zij
coördineert de leerlingbesprekingen, handelingsplanning en Remedial Teaching. Ook kan zij leerkrachten
adviseren bij het geven van extra zorg. Daarnaast onderhoudt ze contacten met externe instanties zoals de
Onderwijs Adviesdienst, de GGD en het schoolmaatschappelijk werk. Door deze manier van werken
kunnen we de ontwikkeling van de kinderen nauwgezet volgen en hen de zorg bieden die ze nodig hebben.

10.2 ParnasSys in relatie tot leerling volgsysteem (LVS)
Op de MarsWeijde gebruiken we het leerlingvolgsysteem “ParnasSys”. ParnasSys is een webbased
programma waarin zowel de leerlingadministratie als het leerlingvolgsysteem is opgenomen. ParnasSys
ondersteunt de administratieve processen die nodig zijn voor het volgen van de cognitieve en sociale
ontwikkeling van kinderen op school. Zo worden in ParnasSys alle toetsgegevens opgeslagen, maar ook
verslagen van leerlingbesprekingen en/of oudergesprekken.

10.3 Rapport
Twee keer per jaar krijgen de kinderen een rapport mee naar huis, waarin de ouders op de hoogte gebracht
worden van de vorderingen van hun kind(eren). We hebben het schooljaar in 2 gelijke perioden verdeeld,
dus na 19 tot 20 weken krijgt uw kind het rapport mee.
We maken gebruik van een zelf ontworpen rapport, waarvan we de druk in eigen beheer hebben. Het
rapport kan zonodig eenvoudig aangepast worden, bijvoorbeeld wanneer we een nieuwe methode
aanschaffen of een nieuwe landelijke toets gaan gebruiken.

10.4 Toetsen
Op vaste momenten in het schooljaar worden in alle groepen toetsen afgenomen. Op de CITO toetsen kan
uw kind een score halen van A+ tot een E. Hieronder volgt een uitleg hierover.
A-score = goed tot zeer goed: de 25% hoogst scorende leerlingen (A+ betekent een hele hoge A)
B-score = ruim voldoende tot goed: 25% leerlingen die net boven tot ruim boven het landelijk gemiddelde
scoren
C-score = matig tot voldoende: de 25% leerlingen die net onder tot ruim onder het landelijk gemiddelde
scoren
D-score = zwak tot matig: de 15% leerlingen die ruim onder het landelijk gemiddelde scorende leerlingen
E-score = zwak tot zeer zwak: de 10% laagst scorende leerlingen
NB Uw kind kan bij een B score een hele ‘hoge B’ scoren; het is dan bijna een A score. Dan is het goed.
Als uw kind een ‘lage B’ scoort (bijna een C score), is het voldoende. Deze toetsen geven een beeld van
de ontwikkeling van een kind in vergelijking met leeftijdgenoten. Er wordt uitgegaan van een landelijk
gemiddelde. De resultaten van deze toetsen worden besproken in een groepsbespreking met de IB-ers.
Tijdens dit gesprek wordt bekeken of een leerling extra hulp of uitdaging nodig heeft. Dit kan gebeuren
door extra aandacht in de klas, of buiten de klas door de remedial teacher met daarvoor op school
beschikbare materialen zoals computerprogramma’s en werkboeken of levelboxen.

10.5 Handelingsplan: extra begeleiding van uw kind
Indien een leerling extra hulp nodig heeft, wordt dit beschreven in een handelingsplan. Hierin staat wat we
willen bereiken, hoe we dat doen, door wie, en wat de resultaten zijn. Zowel toetsresultaten als eventuele
handelingsplannen worden met de ouders besproken.
Extra begeleiding van kinderen wordt gegeven wanneer kinderen laag scoren op toetsen (D of E resultaat)
maar ook wanneer kinderen langdurig hoog scoren en extra uitdaging nodig hebben.
Wanneer de extra inspanningen niet voldoende resultaat opleveren, kan de hulp worden ingeroepen van de
leerlingbegeleidster van het O.A.C (Onderwijs Advies Centrum). Voor het komende schooljaar is dat
Femke Faber. Deze besprekingen worden consultatiegesprekken genoemd.
Verder kan aan ouders, indien gewenst, toestemming gevraagd worden om contact op te nemen met de
behandelend logopedist of fysiotherapeut van hun kind, om ook met hen te overleggen. Binnen de Matrix
zijn daar volop mogelijkheden voor. Deze zijn beschreven in het zorgplan voor de Matrix
Zie ook: www.onderwijsadvies.nl
Zorgteams (tekst ontleend aan het samenwerkingsverband)
Op alle basisscholen van onze schoolvereniging is met ingang van dit schooljaar een zorgteam ingesteld.
In het zorgteam worden vragen van school en/of ouders over de ontwikkeling van kinderen besproken.
Daarbij hebben we het vooral over vragen rond gedrag en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Bij een zorgteambespreking zijn altijd de ib’er en een CJG-medewerker (jeugdverpleegkundige Manon
Diederix/Rian Kosse of schoolmaatschappelijk werker Sarah Docter) aanwezig. Vaak worden ook de
ouders uitgenodigd voor de bespreking. Afhankelijk van wat de vraag is, zijn nog andere deskundigen
aanwezig bij de bespreking, zoals bv. de orthopedagoog. Doel van de bespreking is om samen na te gaan
wat er nodig is om er voor te zorgen dat het kind zich goed kan (blijven) ontwikkelen. Zo nodig zorgt de
CJG-medewerker er na afloop voor dat voor ouders en/of kind snel de ondersteuning wordt geregeld die
nodig is. Dat gebeurt natuurlijk altijd in nauw overleg met de ouders. Wanneer de school een kind wil
bespreken in het zorgteam wordt hier altijd vooraf schriftelijk toestemming voor gevraagd aan de ouders.

10.6 Passend onderwijs (tekst ontleend aan het samenwerkingsverband)
“Het bestuur van de school waar uw kind is ingeschreven of wordt aangemeld is verantwoordelijk voor
een goed onderwijsaanbod ook wanneer uw kind is aangewezen op speciaal onderwijs.”
“Geen mens is het zelfde en ook als het op leren aankomt bestaan er grote verschillen. In onderwijs en
opvoeding houden ouders en leraren meestal vanzelfsprekend rekening met die verschillen en stemmen zij
als het even kan hun complimentjes, correcties, verwachtingen en doelen af op hun kind of de betreffende
leerling. Ieder kind vraagt in onderwijs en opvoeding als het even kan “maatwerk” van de opvoeders. In
de “gewone” school voor basisonderwijs betekent dit maatwerk bijvoorbeeld dat niet van alle leerlingen
na acht jaar onderwijs verwacht mag worden dat zij dan even goed kunnen rekenen of lezen. Ook de wijze
waarop leerlingen zich het rekenen en lezen eigen hebben gemaakt kan erg verschillen. De een heeft op
onderdelen of de hele linie veel begeleiding of instructie nodig gehad en de ander leek het “aan te
waaien”. Voor de meeste leerlingen lukt het in de basisschool om goed rekening te houden met de wijze
waarop kinderen leren. Soms echter vraagt een leerling om goed te kunnen leren zo’n gespecialiseerde
ondersteuning en begeleiding dat deze in de basisschool niet meer geboden kan worden. In die gevallen is
dat de ouders en leraren meestal ook in een vroeg stadium duidelijk en kan in onderling overleg besloten
worden dat de school onvoldoende in huis heeft om een voldoende afstemming te bieden. Voor een
onderwijsvorm waarin beter rekening gehouden kan worden met wat deze leerling nodig heeft kan dan
verwezen worden naar bijvoorbeeld een “speciale school voor basisonderwijs” of een school voor
“speciaal onderwijs”. Om in die gevallen te voorkomen dat de ouders en de school bij het zoeken naar een
school die goed “past” bij deze leerling van het kastje naar de muur verwezen worden, heeft de minister
het onderwijs (de scholen voor gewoon onderwijs en de scholen voor speciaal onderwijs) de opdracht
gegeven om hierover sluitende afspraken te maken. Wanneer de “wet op passend onderwijs” van kracht
wordt, is het bestuur van het regulier onderwijs (deze wet geldt dan voor zowel basis- als voortgezet
onderwijs) verplicht om voor iedere leerling die bij één van haar scholen (voor regulier onderwijs) staat
ingeschreven of wordt aangemeld “passend onderwijs” te bieden. Wanneer dat niet lukt in de betreffende
school, dan moet het bestuur een alternatief kunnen bieden waarin wel op een goede wijze maatwerk
geleverd kan worden.
In onze regio (Ommen, Hardenberg, Coevorden) wordt deze wet voorbereid door de gezamenlijke
besturen van basis en voortgezet onderwijs en de besturen van scholen die speciaal onderwijs in en buiten
de regio aanbieden. In mei 2008 hebben zij hierover een intentieverklaring ondertekend waarin zij
verklaren samen te willen werken voor “passend onderwijs”. De besturen zijn hierin bovendien
overeengekomen om het passend onderwijs zo “thuis-nabij” mogelijk te realiseren. Voor veel vormen van
speciaal onderwijs moeten leerlingen nu nog iedere dag naar bijvoorbeeld Zwolle of Emmen reizen. De
gezamenlijke besturen geven in de intentieverklaring aan dat leerlingen- waar het maar even kan- ook
voor het speciaal onderwijs in de regio terecht moeten kunnen. Om de wet op het passend onderwijs voor
te kunnen bereiden, stelt de minister de besturen en het onderwijs in staat om te onderzoeken op welke
wijze dit in iedere regio het best zijn beslag kan krijgen. Voor onze regio is hiervoor in aansluiting op de
intentieverklaring een plan van aanpak opgesteld dat in juni 2009 werd ingediend. In dit plan wordt
ondermeer beschreven welke afspraken over passend onderwijs gemaakt worden,hoe voorkomen kan
worden dat de ouders bij het zoeken naar een goede school van de ene naar de andere commissie verwezen
worden, hoe het speciaal onderwijs zoveel mogelijk thuis nabij georganiseerd kan worden en hoe de
ouders en leraren bij deze plannen betrokken kunnen worden.
Wanneer dit plan van aanpak wordt goedgekeurd door het ministerie zullen ouders van leerlingen die zijn
aangewezen op speciale voorzieningen op ten minste moeten merken dat zij niet alleen staan in het zoeken
naar een goede onderwijsvoorziening voor hun kind, maar dat de school -ook wanneer zij dat maatwerk
zelf niet kan leveren- verantwoordelijk blijft voor een goed passend alternatief”.

10.7 Verwijzing naar een Speciale school voor Basisonderwijs
Sommige kinderen blijken tijdens de hele basisschoolperiode veel extra zorg nodig te hebben. Het kan
soms blijken dat wij bij ons op school niet kunnen bieden wat uw kind nodig heeft. Dan is het beter om
een kind te verwijzen naar een speciale school voor basisonderwijs. Voor alles geldt dat wij u steeds op de
hoogte houden en dat er geen belangrijke beslissingen genomen (kunnen) worden zonder dat u daar als
ouders nauw bij betrokken bent.
In de meeste gevallen wordt er door de leerlingbegeleider van het O.A.C. nader onderzoek, naar
bijvoorbeeld intelligentie, verricht. Het verslag van dit onderzoek wordt met de ouders en betrokken
leerkrachten besproken. Tijdens dit gesprek zal er ook een advies gegeven worden welke school voor
speciaal basisonderwijs de beste zorg kan bieden. Dat kan bijvoorbeeld de Prof. Waterinkschool zijn, maar
ook andere scholen binnen de regio. De Prof. Waterinkschool maakt deel uit van onze schoolvereniging.
Bovendien maakt zij deel uit van het Samenwerkingsverband WSNS in de gemeenten Hardenberg en
Coevorden.
Hieronder vindt u nadere informatie over de organisatie van dit Samenwerkings-verband en de procedure
die we moeten volgen wanneer we een kind naar de Prof. Waterinkschool willen overplaatsen.

10.8 Weer Samen Naar School (WSNS)
Onze school is aangesloten bij het Christelijk Federatief Samenwerkingsverband Weer Samen Naar
School rond de Prof. Waterinkschool in Hardenberg.
Bij dit samenwerkingsverband zijn aangesloten de Christelijke basisscholen in Coevorden en Hardenberg.
Doel van het samenwerkingsverband is de zorg zodanig te organiseren dat leerlingen, zolang dit mogelijk
is, op hun eigen school kunnen blijven.
Binnen het samenwerkingsverband is een doorgaande lijn in de zorgvoorzieningen ontwikkeld, waarbij
kinderen zo veel mogelijk een ononderbroken ontwikkelingslijn kunnen doorlopen.
Het samenwerkingsverband stimuleert de daartoe al in gang gezette ontwikkeling waarbij scholen en
vooral ook individuele leerkrachten steeds meer kunnen omgaan met verschillen in het leerniveau en de
sociaal-emotionele ontwikkeling van die kinderen die extra zorg behoeven. Het zal duidelijk zijn dat de
vertaling van de "grote lijn" per school verschillend is. Elke school ontwikkelt een eigen leercultuur
(pedagogisch en didactisch) waarin de betrokken school zelf verantwoordelijk is voor de
professionalisering en kwaliteitsverbetering.
Binnen het samenwerkingsverband zijn 3 netwerken gevormd, te weten:
1. Netwerk “interne begeleiders” (IB)
2. Netwerk “remedial teachers” (RT)
3. Netwerk “het jonge kind”
Daarnaast is er jaarlijks een WSNS dag waaraan wordt deelgenomen door de Intern Begeleiders en
directeuren en eens per twee jaar een teammiddag voor alle teamleden van alle scholen. Alle scholen
worden geacht deel te nemen aan de activiteiten van het samenwerkingsverband.
Permanente Commissie Leerlingenzorg (tekst ontleend aan het samenwerkingsverband)
“De PCL is een op wettelijke grond (ex art. 23 WPO) door het samenwerkingsverband ingestelde
commissie. De wettelijke taak van de PCL is om op aanvraag van de ouder(s) dan wel degene die
krachtens de wet het gezag heeft / hebben over een kind, te beoordelen of plaatsing op de speciale school
voor basisonderwijs noodzakelijk is. De PCL vraagt gegevens op bij die instanties / personen waar door
aanvrager toestemming voor is gegeven en doet, indien nodig, eigen aanvullend onderzoek.
N.b.: scholen hebben de wettelijke verplichting binnen 4 weken de gevraagde gegevens aan te leveren bij
de PCL.
Na bespreking van de gegevens geeft de PCL een beschikking af. Hierbij zijn 3 mogelijkheden:
· positieve beschikking (leerling is toelaatbaar tot de speciale school voor basisonderwijs);
· negatieve beschikking (leerling is niet toelaatbaar tot de speciale school voor
basisonderwijs. In dit geval zal de PCL adviseren over het schooltype dat het best geschikt is voor
deze leerling);
· tijdelijke beschikking (leerling is toelaatbaar tot de speciale school voor basisonderwijs
voor de termijn die op de beschikking is aangegeven. Voor het verstrijken van deze termijn zal de
PCL opnieuw een uitspraak doen.)
Ouders kunnen binnen een termijn van 6 weken bezwaar aantekenen tegen een genomen beslissing. In dat
geval zal de PCL de zaak voorleggen aan de Regionale Verwijzingscommissie. Nadat de RVC een advies
heeft gegeven en de PCL de ouders heeft gehoord zal de PCL, met in acht neming van deze nieuwe
gegevens, opnieuw een beslissing nemen. Wanneer ouders het niet eens zijn met deze beslissing kunnen
zij in beroep gaan bij de rechtbank. De rechter neemt dan een bindende beslissing.
Nadat een beschikking onherroepelijk is geworden (d.w.z. na verstrijken van de bezwaartermijn dan wel
nadat ouders schriftelijk hebben verklaard af te zien van bezwaar en beroep) kunnen ouders desgewenst
opnieuw een aanvraag indienen bij de PCL van een ander samenwerkingsverband. Dit komt voor in
gevallen waarin ouders een andere dan de “eigen” school voor sbo prefereren.
De tweede taak van de PCL in ons samenwerkingsverband (swv) is de adviesfunctie. Scholen kunnen,
met toestemming van de ouders, de PCL advies vragen over de behandeling van een leerling.
Uitvoeriger informatie over de PCL is te vinden in de door het swv aan alle scholen verstrekte
informatiemap over het swv.
ZAT (Zorg Advies team). (tekst ontleend aan het samenwerkingsverband)
Met ingang van 1 augustus 2010 wordt de adviesfunctie van de PCL uitgebreid. Daartoe wordt de PCL
aangevuld met medewerkers van het Centrum voor Jeugd en Gezin en Bureau Jeugdzorg.
Vragen van school en ouders waarbij een gezamenlijke inzet van onderwijszorg en jeugdzorg van belang
is kunnen aan dit team (het Zorgadvies team) voorgelegd worden. Dit ZAT sluit aan op de zorgteams zoals
deze in de school met ingang van het nieuwe cursusjaar in alle scholen functioneren. De aanvragen voor
een indicatiestelling voor het speciaal onderwijs zullen ook via dit ZAT gaan lopen. We lopen daarmee
vooruit op de regelgeving in het kader van passend onderwijs zoals deze door het ministerie is
aangekondigd. Voor deze aanvragen zal het ZAT dan uitgebreid worden met de partners vanuit het
speciaal onderwijs”.

10.9 Leerlinggebonden financiering (het “rugzakje”)
Het is ook mogelijk dat een kind wel bij ons op school blijft, maar dat er een “rugzakje” voor dit kind
wordt aangevraagd. Het komt ook voor dat ouders van een kind dat al zo’n “rugzakje” heeft, hun kind bij
onze school willen aanmelden. Voor beide geldt het volgende:
Wij juichen de ontwikkeling toe dat kinderen zoveel mogelijk in de eigen woonomgeving naar school
gaan. De zorg op onze school is over het algemeen voldoende om onze zorgleerlingen op te vangen binnen
de eigen school. Voor kinderen met een handicap is deze zorg niet altijd toereikend. Hiervoor heeft de
overheid een “rugzak” ter beschikking gesteld met daarin faciliteiten voor extra zorg.
De ‘rugzak’ is een andere naam voor leerlinggebonden financiering. Het is een afgepaste hoeveelheid geld
die de school ontvangt. Om een rugzak al of niet toegewezen te krijgen, vragen de ouders bij de
Commissie voor Indicatiestelling (CvI) een 'indicatie voor het speciaal onderwijs' aan. Het geld is alleen
voor extra middelen te gebruiken die direct met het onderwijs te maken hebben.
De school ontvangt het geld en is verplicht ambulante begeleiding af te nemen. Een ambulant begeleider is
iemand die gespecialiseerd is in de begeleiding van leerlingen met een beperking, handicap of chronische
ziekte op een ‘gewone’ school. De school kan daarnaast aanvullende formatie regelen, zodat er een
leerkracht beschikbaar is om op bepaalde tijden het kind in of buiten de klas extra te begeleiden. Ook
krijgt de school geld voor extra lesmateriaal en kosten die gemaakt moeten worden.
Leerlingen met een visuele beperking komen niet in aanmerking voor een rugzak. Regelingen hiervoor
gaan via een andere weg. Ook kinderen met dyslexie, ADHD, een vorm van autisme of NLD komen niet
vanzelfsprekend in aanmerking voor een rugzak. Dit hangt af van de mate en van eventuele combinaties
met andere beperkingen. Over het algemeen geldt als voorwaarde voor een ‘rugzakje’ dat de school
“handelingsverlegen” moet zijn en zonder extra middelen niet aan de zorgvraag van de leerling kan
voldoen.
Wij zullen aanvragen van de ouders van kinderen met een “handicap” van geval tot geval beoordelen. We
houden daarbij rekening met het kind, de overige leerlingen, de groepssamenstelling, de huisvestingssituatie
van de school, de leerkrachten en de wensen van de ouders. De school onderzoekt wat haar
mogelijkheden en onmogelijkheden zijn en welke ondersteuningsmogelijkheden door externe instanties
geboden kunnen worden. De ouders en de school dienen overeenstemming te hebben inzake het
voorlopige handelingsplan.
Op school is een speciaal protocol, naast het gewone toelatingsprotocol, aanwezig dat is ontwikkeld in
samenwerking met het Samenwerkingsverband rond de Prof. Waterinkschool om de aanmelding van
kinderen met een handicap zoals aangegeven in de Wet op de Expertisecentra te regelen.
Ouders en leerkrachten met vragen over de rugzak kunnen bellen naar de rugzak informatielijn 030 - 297
06 89 of via Internet: www.oudersenrugzak.nl

10.10 Jeugdgezondheidszorg van de GGD
Een jeugd met toekomst
De Jeugdgezondheidszorg richt zich op het bevorderen van een gezonde groei en ontwikkeling van
kinderen van 0-19 jaar. Dit betekent het voorkomen, opsporen en bestrijden van oorzaken die een gezonde
groei en ontwikkeling verstoren. De zorg is in handen van Jeugdgezondheidszorgteams (JGZ-teams). Een
team bestaat uit een jeugdarts, jeugdartsassistente, jeugdverpleegkundige, een tandheelkundig preventief
medewerker en een logopedist (in Steenwijk en Kampen).
Tot de leeftijd van 4 jaar worden kinderen gezien door de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de Thuiszorg.
Vanaf 4 tot 19 jaar komt de JGZ van de GGD in beeld. Thuiszorg en GGD werken nauw samen binnen
Integrale JGZ. Opgroeien van 0-19 jaar: er gebeurt veel wat betreft de groei en ontwikkeling. Uw kind
bezoekt één van de scholen in de regio IJssel-Vecht. Dit betekent dat u te maken krijgt met de JGZ van de
GGD Regio IJssel-Vecht.
Wat doet de GGD op school?
De volgende kindgerichte activiteiten worden onder andere door de JGZ uitgevoerd.
Preventief Gezondheidsonderzoek in groep 2
Bij de uitnodiging voor u en uw kind ontvangt u een vragenlijst ten behoeve van het onderzoek. Uw kind
wordt door de doktersassistente op groei en ontwikkeling onderzocht. Het gehoor en het gezichtsvermogen
wordt gecontroleerd en lengte en gewicht gemeten. Daarnaast is er aandacht voor het functioneren van uw
kind; thuis, op school en in de vrije tijd. Zo nodig wordt er een vervolgonderzoek door de jeugdarts
gedaan.
Tandheelkundige voorlichting in groep 2
De tandheelkundig preventief medewerker verzorgt in groep 2 een gastles over mondgezondheid.
Onderwerpen als tandenpoetsen, tandartsbezoek, gezonde tussendoortjes en traktaties komen hierbij aan
de orde.
Preventief Gezondheidsonderzoek in groep 7
Bij de uitnodiging voor u en uw kind ontvangt u een vragenlijst ten behoeve van het onderzoek. De
kinderen vullen klassikaal een gezondheidspaspoort in. Uw kind wordt daarna door de
jeugdverpleegkundige onderzocht. Tijdens dit onderzoek staan ontwikkeling en leefstijl centraal. Lengte
en gewicht worden gemeten en het vermogen tot het zien van kleuren wordt getest.
Zorg op maat
De jeugdverpleegkundige en/of jeugdarts hebben regelmatig contact met de Intern Begeleider van school
over leerlingen waarvoor extra zorg nodig is.
Activiteiten gericht op de school
Scholen hebben een belangrijke taak als het gaat om het beschermen en bevorderen van de gezondheid
van leerlingen. De GGD biedt ondersteuning aan leerkracht en ouders door het geven van informatie en
het verzorgen van een thema voor een ouderavond. Folders, adviezen en lesmateriaal over onderwerpen
als ‘grenzen stellen’, ‘weerbaarheid’, ‘drukke kinderen’, ‘pesten’, ‘gezonde voeding’ of ‘dood- en
rouwverwerking’, het bestrijden van hoofdluis en besmettelijke ziekten zoals hersenvliesontsteking zijn
verkrijgbaar bij de GGD. Ten slotte controleert de GGD de veiligheid en hygiëne op scholen en adviseert
scholen hierover.
De JGZ werkt veel samen met bijv. de thuiszorginstellingen, huisartsen, Bureau Jeugdzorg, RIAGG en de
Onderwijsadviesdienst. Daar waar nodig wordt u naar deze instanties doorverwezen.
Meer Informatie?
Heeft u vragen, wilt u advies of meer informatie over de Jeugdgezondheidszorg? U kunt contact opnemen
met de GGD, ook als uw kind ‘niet aan de beurt’ is voor een onderzoek.
GGD Regio IJssel-Vecht
Zeven Alleetjes 1, 8011 CV ZWOLLE Telefoon: (038) 428 15 00
Postbus 1453, 8001 BL ZWOLLE Bereikbaar ma – vr van 08.00 – 10.00 en 12.00 – 13.00 uur.
www.rijv.nl/ggd E-mail: jeugdgezondheidszorg@rijv.nl


10.11 Schoollogopedie
Logopedie op de basisschool richt zich voornamelijk op preventie. Dit betekent dat geprobeerd wordt
logopedische problemen te voorkomen of zo vroeg mogelijk te signaleren, zodat vroegtijdig hulp geboden
kan worden. Het is wetenschappelijk bewezen dat jonge kinderen (kleuters) achterstanden makkelijker
inhalen dan kinderen die in groep 3 of hoger zitten. Het is belangrijk om tijdig door te verwijzen. Daarom
worden elk jaar alle kinderen van groep 2 onderzocht op:
· Spraak
· Mondgewoonte
· Taalvaardigheid
· Stemgebruik

10.12 Het Centrum voor Jeugd en Gezin
“Sinds vorig jaar is er in de gemeente Hardenberg iets nieuws in het leven geroepen: het Centrum
voor Jeugd en Gezin (misschien hebt u de borden aan de kant van de weg gezien). Binnen
het CJG komen verschillende disciplines bij elkaar om n.a.v. een zorgvraag vanuit huis
samen met ouders het beste voor elk kind te zoeken. Het lijkt een beetje op het
consultatiebureau, waar je al je vragen over het opvoeden en opgroeien kan neerleggen,
maar dan voor oudere kinderen. Het gaat om basisschoolkinderen, maar ook om pubers die
ook zelf contact op kunnen nemen om hun vragen voor te leggen. De centra zullen zich richten
op preventie, het beantwoorden van opgroei- en opvoedvragen, signalering en lichte en snelle
hulp. Bij meervoudige problematiek met een kind of gezin, zullen de hulpinstanties die betrokken
zijn sluitende afspraken maken om tot een integraal plan van aanpak te komen.
Wat valt er onder het CJG Hardenberg?
Het CJG Hardenberg biedt:
· Inloopspreekuren voor vragen over gezondheid, ontwikkeling, opvoeden en opgroeien van 0 tot
19 jaar.
· Het consultatiebureau voor kinderen van 0 tot 4 jaar.
· De vervolgonderzoeken door CJG voor kinderen van 4 tot 12 jaar.
· Korte lijnen in de hulpverlening en zonodig een verwijzing naar derden.
Voor de inloopspreekuren kunt u terecht in Hardenberg (Parkweg 1-7, tel. 088-0030065; spreekuur in de
Wmo INgang: woensdag van 09.00 uur tot 09.30 uur).
Telefonisch contact
Het CJG Hardenberg is ook bereikbaar op telefoonnummer 088-0030065. Dit nummer is 24 uur per dag
bereikbaar. U krijgt dan een medewerker van het CJG aan de telefoon aan wie u uw vraag kunt stellen. Dit
nummer kunt u ook gebruiken om bijvoorbeeld een afspraak te verzetten.
Opvoeden is een prachtige, uitdagende taak, waarbij je van alles tegen kunt komen. Mooie momenten van
intens geluk, onvergetelijke ervaringen maar ook moeilijke situaties met verdriet, teleurstellingen en
lastige keuzes. Dan is het goed om te weten dat u er niet alleen voor staat. Via het CJG biedt de gemeente
ouders en opvoeders ondersteuning die ze nodig hebben. Zie ook http://www.cjghardenberg.nl
Het CJG op school
Ook kunnen we vanuit school een beroep doen op het CJG. Aan onze school zijn Sarah Docter
(Maatschappelijk werk) en Manon Diederix (Schoolverpleegkundige) gekoppeld. Als er aanleiding voor
is, kunnen we in samenspraak met ouders een bijeenkomst beleggen met (een van) deze mensen, of
misschien nog met andere ‘deskundigen’ er bij. Zo realiseren we één zorglijn voor thuis en op school voor
de kinderen die steuntje in de rug kunnen gebruiken. (zie ook het laatste hoofdstuk voor telefoonnummers)

10.8 Weer Samen Naar School (WSNS)

10.8  Weer Samen Naar School (WSNS)

Onze school is aangesloten bij het Christelijk Federatief Samenwerkingsverband Weer Samen Naar School rond de Prof. Waterinkschool in Hardenberg.
Bij dit samenwerkingsverband zijn aangesloten de Christelijke basisscholen in Coevorden en Hardenberg.
Doel van het samenwerkingsverband is de zorg zodanig te organiseren dat leerlingen, zolang dit mogelijk is, op hun eigen school kunnen blijven.
Binnen het samenwerkingsverband is een doorgaande lijn in de zorgvoorzieningen ontwikkeld, waarbij kinderen zo veel mogelijk een ononderbroken ontwikkelingslijn kunnen doorlopen.
Het samenwerkingsverband stimuleert de daartoe al in gang gezette ontwikkeling waarbij scholen en vooral ook individuele leerkrachten steeds meer kunnen omgaan met verschillen in het leerniveau en de sociaal-emotionele ontwikkeling van die kinderen die extra zorg behoeven. Het zal duidelijk zijn dat de vertaling van de "grote lijn" per school verschillend is. Elke school ontwikkelt een eigen leercultuur (pedagogisch en didactisch) waarin de betrokken school zelf verantwoordelijk is voor de professionalisering en kwaliteitsverbetering.

Binnen het samenwerkingsverband zijn 3 netwerken gevormd, te weten:
1. Netwerk “interne begeleiders” (IB)
2. Netwerk “remedial teachers” (RT)
3. Netwerk “het jonge kind” 

Daarnaast is er jaarlijks een WSNS dag waaraan wordt deelgenomen door de Intern Begeleiders en directeuren en eens per twee jaar een teammiddag voor alle teamleden van alle scholen. Alle scholen worden geacht deel te nemen aan de activiteiten van het samenwerkingsverband.

Permanente Commissie Leerlingenzorg  (tekst ontleend aan het samenwerkingsverband)

“De PCL is een op wettelijke grond (ex art. 23 WPO) door het samenwerkingsverband ingestelde commissie. De wettelijke taak van de PCL is om op aanvraag van de ouder(s) dan wel degene die krachtens de wet het gezag heeft / hebben over een kind, te beoordelen of plaatsing op de speciale school voor basisonderwijs noodzakelijk is. De PCL vraagt gegevens op bij die instanties / personen waar door aanvrager toestemming voor is gegeven en doet, indien nodig, eigen aanvullend onderzoek.

N.b.: scholen hebben de wettelijke verplichting binnen 4 weken de gevraagde gegevens aan te leveren bij de PCL.

Na bespreking van de gegevens geeft de PCL een beschikking af. Hierbij zijn 3 mogelijkheden:
- positieve beschikking (leerling is toelaatbaar tot de speciale school voor basisonderwijs);
- negatieve beschikking (leerling is niet toelaatbaar tot de speciale school voor basisonderwijs. In dit geval zal de PCL adviseren over het schooltype dat het best geschikt is voor deze leerling);
- tijdelijke beschikking (leerling is toelaatbaar tot de speciale school voor basisonderwijs voor de termijn die op de beschikking is aangegeven. Voor het verstrijken van deze termijn zal de PCL opnieuw een uitspraak doen.)

Ouders kunnen binnen een termijn van 6 weken bezwaar aantekenen tegen een genomen beslissing. In dat geval zal de PCL de zaak voorleggen aan de Regionale Verwijzingscommissie. Nadat de RVC een advies heeft gegeven en de PCL de ouders heeft gehoord zal de PCL, met in acht neming van deze nieuwe gegevens, opnieuw een beslissing nemen. Wanneer ouders het niet eens zijn met deze beslissing kunnen zij in beroep gaan bij de rechtbank. De rechter neemt dan een bindende beslissing.
Nadat een beschikking onherroepelijk is geworden (d.w.z. na verstrijken van de bezwaartermijn dan wel nadat ouders schriftelijk hebben verklaard af te zien van bezwaar en beroep) kunnen ouders desgewenst opnieuw een aanvraag indienen bij de PCL van een ander samenwerkingsverband. Dit komt voor in gevallen waarin ouders een andere dan de “eigen” school voor sbo prefereren.

De tweede taak van de PCL in ons samenwerkingsverband  (swv) is de adviesfunctie. Scholen kunnen, met toestemming van de ouders, de PCL advies vragen over de behandeling van een leerling.
Uitvoeriger informatie over de PCL is te vinden in de door het swv aan alle scholen verstrekte informatiemap over het swv.

ZAT (Zorg Advies team). (tekst ontleend aan het samenwerkingsverband)

Met ingang van 1 augustus 2010 wordt de adviesfunctie van de PCL uitgebreid. Daartoe wordt de PCL aangevuld met medewerkers van het Centrum voor Jeugd en Gezin en Bureau Jeugdzorg.Vragen van school en ouders waarbij een gezamenlijke inzet van onderwijszorg en jeugdzorg van belang is kunnen aan dit team (het Zorgadvies team) voorgelegd worden. Dit ZAT sluit aan op de zorgteams zoals deze in de school met ingang van het nieuwe cursusjaar in alle scholen functioneren. De aanvragen voor een indicatiestelling voor het speciaal onderwijs zullen ook via dit ZAT gaan lopen. We lopen daarmee vooruit op de regelgeving in het kader van passend onderwijs zoals deze door het ministerie is aangekondigd. Voor deze aanvragen zal het ZAT dan uitgebreid worden met de partners vanuit het speciaal onderwijs”.

10.9 Leergebonden financiering (het “rugzakje”)

10.9  Leergebonden financiering (het “rugzakje”) 

Het is ook mogelijk dat een kind wel bij ons op school blijft, maar dat er een “rugzakje” voor dit kind wordt aangevraagd. Het komt ook voor dat ouders van een kind dat al zo’n “rugzakje” heeft, hun kind bij onze school willen aanmelden. Voor beide geldt het volgende:
Wij juichen de ontwikkeling toe dat kinderen zoveel mogelijk in de eigen woonomgeving naar school gaan. De zorg op onze school is over het algemeen voldoende om onze zorgleerlingen op te vangen binnen de eigen school. Voor kinderen met een handicap is deze zorg niet altijd toereikend. Hiervoor heeft de overheid een “rugzak” ter beschikking gesteld met daarin faciliteiten voor extra zorg.

De ‘rugzak’ is een andere naam voor leerlinggebonden financiering. Het is een afgepaste hoeveelheid geld die de school ontvangt. Om een rugzak al of niet toegewezen te krijgen, vragen de ouders bij de Commissie voor Indicatiestelling (CvI) een 'indicatie voor het speciaal onderwijs' aan. Het geld is alleen voor extra middelen te gebruiken die direct met het onderwijs te maken hebben.

De school ontvangt het geld en is verplicht ambulante begeleiding af te nemen. Een ambulant begeleider is iemand die gespecialiseerd is in de begeleiding van leerlingen met een beperking, handicap of chronische ziekte op een ‘gewone’ school. De school kan daarnaast aanvullende formatie regelen, zodat er een leerkracht beschikbaar is om op bepaalde tijden het kind in of buiten de klas extra te begeleiden. Ook krijgt de school geld voor extra lesmateriaal en kosten die gemaakt moeten worden.

Leerlingen met een visuele beperking komen niet in aanmerking voor een rugzak. Ook kinderen met dyslexie, ADHD, of NLD komen niet vanzelfsprekend in aanmerking voor een rugzak. Dit hangt af van de mate en van eventuele combinaties met andere beperkingen. Over het algemeen geldt als voorwaarde voor een ‘rugzakje’ dat de school “handelingsverlegen” moet zijn en zonder extra middelen niet aan de zorgvraag van de leerling kan voldoen.

Wij zullen aanvragen van de ouders van kinderen met een “handicap” van geval tot geval beoordelen. We houden daarbij rekening met het kind, de overige leerlingen, de groepssamenstelling, de huisvestings-situatie van de school, de leerkrachten en de wensen van de ouders. De school onderzoekt wat haar mogelijkheden en onmogelijkheden zijn en welke ondersteuningsmogelijkheden door externe instanties geboden kunnen worden. De ouders en de school dienen overeenstemming te hebben inzake het voorlopige handelingsplan.

Op school is een speciaal protocol, naast het gewone toelatingsprotocol, aanwezig dat is ontwikkeld in samenwerking met het Samenwerkingsverband rond de Prof. Waterinkschool om de aanmelding van kinderen met een handicap zoals aangegeven in de Wet op de Expertisecentra te regelen.

Ouders en leerkrachten met vragen over de rugzak kunnen bellen naar de rugzak informatielijn 030 - 297 06 89 of via Internet: www.oudersenrugzak.nl

11. Veiligheid op school

11 Veiligheid op school
Alleen in een veilige en prettige omgeving werk je effectief en plezierig met elkaar samen.
Het gaat op school dan om de fysieke veiligheid en de sociale veiligheid:
· Sociale veiligheid is hoe je met elkaar omgaat.
· Fysieke veiligheid heeft te maken de inrichting van een gebouw.

11.1 Leef- en schoolregels op De MarsWeijde
Binnen de MarsWeijde vinden we regels belangrijk, omdat ze een duidelijke structuur bieden op onze
school. In het schooljaar 2006 -2007 hebben we samen met de kinderen gesproken over wat we moeten
doen én laten om ervoor te zorgen dat iedereen het fijn heeft op ‘De MarsWeijde’. Uit de gesprekken met
de kinderen zijn leef- en schoolregels ontstaan die hierna toegelicht zullen worden.
Leefregels
Binnen De MarsWeijde kennen we 5 leefregels; deze 5 leefregels staan langs de 5 zijden van het logo van
‘De MarsWeijde’ en hangen in alle klassen én her en der in de school, o.a. bij de ingang.
We kennen de volgende 5 leefregels:
1. Zorg ervoor dat het voor iedereen fijn is om op school te zijn.
2. Houd je aan de regels en doe wat je belooft.
3. Help elkaar, vooral als het moeilijk is.
4. Zorg goed voor je omgeving, zowel binnen als buiten.
5. Doe nooit bij een ander wat jij zelf ook niet leuk vindt.
Schoolregels
In alle groepen hangen pictogrammen van de onderstaande schoolregels, als een duidelijk zichtbaar
geheugensteuntje! Regelmatig wordt in de hele school een regel centraal gesteld. Via de wekelijkse
nieuwsbrief worden ouders daar ook van op de hoogte gesteld.
We kennen de volgende schoolregels:
1. Wij houden ons aan de schooltijden.
2. Wij fietsen niet op het schoolplein.
3. Wij houden samen onze school netjes.
4. Wij gebruiken de spullen waarvoor ze bedoeld zijn.
5. Wij snoepen alleen wanneer er iets te vieren is.
6. Wij wachten op onze beurt en luisteren naar elkaar.
7. Wij zijn rustig in het gebouw.
8. Wij blijven van elkaar af.
9. Wij bemoeien ons niet onnodig met de dingen van een ander.
10. Wij spreken af als iemand zegt: ‘Stop !’ dan houd je op.
11. Wij schelden en vloeken niet. Wij zij niet brutaal.
Wanneer iedereen zich aan deze regels houdt, zal overal op school een prettige sfeer heersen, waarin
iedereen zich veilig en vertrouwd voelt
Behalve aan de regels wordt er ook aandacht besteed aan de sociale en emotionele ontwikkeling van de
kinderen. Dat gebeurt thematisch en met behulp van de methode Goed Gedaan!. Via de Zegge’s wordt u
daarvan op de hoogte gehouden, zodat u er ook thuis aandacht aan kunt besteden.

11.2 Pestbeleid
Schoolregels kunnen incidenten helaas niet altijd voorkomen. Sommige kinderen houden zich niet aan de
regels. Met name pesten kan hele schadelijke gevolgen hebben voor andere kinderen, maar uiteindelijk
ook voor de pester zelf. Daarom besteden we aan pesten extra aandacht.
In de meeste gevallen bereiken de signalen hiervan de school/leerkracht, maar soms ook niet. Aarzel dan
niet maar geef zo snel mogelijk aan de leerkracht en /of school door dat uw kind (of een ander kind)
regelmatig gepest wordt, zodat er iets aan deze ongewenste situatie gedaan kan worden.
Het is van groot belang dat ouders achter de leerkracht staan en met ons samen willen werken om aan
pestgedrag zo snel mogelijk een einde te maken.
Wat iedereen over pesten moet weten!
Op bijna elke basisschool zijn ze aanwezig, kinderen die er niet echt bij horen. Ze worden regelmatig
gepest en buiten de groep gesloten. Bijna elke basisschool kent ook hun tegenpolen: de kinderen die bij
het pesten het voortouw nemen en zich willen bewijzen, ten koste van het slachtoffer.
Pesten komt het meest voor in de bovenbouw van de basisschool en in de onderbouw van het voortgezet
onderwijs. In deze levensfase is het voor kinderen heel belangrijk om bij een groep te horen. Pesten heeft
te maken met de manier waarop kinderen met elkaar omgaan, met machtsverdeling, met de sfeer in de
groep en met de sociale weerbaarheid (de mate waarin een kind voor zichzelf op kan komen).
Naast de “pester” en de “gepeste” is er meestal de “zwijgende middengroep”. Pesten is een
groepsgebeuren en heeft dus gevolgen voor de hele groep. Door pesten ontstaat een negatieve en onveilige
sfeer in de groep. Kinderen durven geen vriendje te zijn met een kind dat gepest wordt, uit angst zelf
gepest te worden. Vaak vinden klasgenoten de pestkop helemaal niet aardig, maar durven niets te zeggen,
ook al vanwege de angst zelf gepest te worden.
Pesten is niet: een plagerijtje, het misverstand, het verkeerd begrepen worden, het één keer niet mee
mogen spelen.
Pesten is wel: nooit mee mogen spelen, onzeker zijn over of je wel uitgekozen wordt. Pesten is
uitgelachen worden, alleen op het plein staan, nooit uitgekozen worden bij de gymnastiekles. Pesten is
veroordeeld worden op hoe je er uit ziet, welke kleren je draagt, hoe jij je gedraagt. Pesten richt zich op
het kapot maken van alles waarin jij gelooft, en wat voor jou mooi en belangrijk is. Pesten raakt je zelf of
mensen die jou lief zijn. Van pesten word je geen beter mens.
We proberen uit te gaan van gewenst gedrag. Dit zijn omgangsregels die voor iedereen gelden, in welk
sociaal verkeer dan ook (zie boven). Als dit niet helpt of de leerling het nog niet zonder de hulp van een
volwassene kan, gaat de leerling naar de leerkracht en vraagt om hulp. Dit is niet kinderachtig; hij/zij heeft
recht op de hulp van de leerkracht, zowel op het gebied van rekenen en taal als op het gebied van het leren
omgaan met elkaar. Aan sociaal- emotionele vorming wordt binnen de groep aandacht besteed, buiten de
‘zichtbare’ acties om.
Het is belangrijk dat leerkrachten, kinderen en ouders zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor een
veilig klimaat op school. Als er sprake is van een pestcultuur voelen kinderen zich niet veilig. Dit kan
gevolgen hebben voor de ontwikkelingen en leerprestaties van zowel de gepeste, de pester als de rest van
de klas.
Signaleren van pesten
Wat doet de school om pesten te voorkomen of aan te pakken?
1. Lessen uit Goed Gedaan!. Hiermee kunnen we aan diverse aspecten als zelfvertrouwen,
gevoelens, wensen, opvattingen en sociale vaardigheden aandacht besteden.
2. Regelmatig bespreken van de schoolregels (zie hoofdstuk 3).
3. Altijd alert zijn op signalen van pestgedrag.
4. Stelling nemen, pesten nooit toelaten, zorgen dat het zo snel mogelijk stopt, hulp bieden.
5. Verhoogde waakzaamheid op het plein.
6. Als team bij pesten eenzelfde opstelling en reactie kiezen.
Plan van aanpak bij pesten
Als er sprake is van daadwerkelijk pestgedrag zal er direct actie ondernomen worden. Alle betrokkenen
worden actief in dit proces betrokken en de volgende acties worden ondernomen:
1. Er wordt met het gepeste kind gesproken (en goed geluisterd!).
2. De pester wordt aangesproken op zijn of haar pestgedrag.
3. De rest van de (zwijgende) groep wordt aangespoord stelling te nemen tegen pesten.
4. De leerkracht van de betreffende groep weet zich gesteund door directie en team.
5. Hulp aan de ouders bieden d.m.v. gesprek, geven van informatie en adviezen.
6. Een gesprek met de ouders van de pestende leerling
7. Wanneer het pestgedrag aanhoudt, kan de (pestende) leerling geschorst worden, of wanneer dat
niet helpt van school verwijderd worden. (zie ook hoofdstuk 4)
Wat ouders kunnen doen bij pesten?
Ouders kunnen, door met hun kinderen te praten, van grote invloed zijn op het (pest)gedrag van hun
kinderen. Enkele aandachtspunten:
1. Signaleren van pestgedrag, pesten is een gemeenschappelijk probleem van leerkrachten, van alle
betrokken ouders en van alle kinderen, maak het bespreekbaar.
2. Praat met uw kind, probeer duidelijk te maken wat kinderen door pesten anderen kunnen aandoen.
3. Corrigeer uw kind als het anderen buitensluit, geef als ouder en opvoeder het goede voorbeeld.
4. Leer uw kind voor anderen op te komen, kinderen hebben over het algemeen een sterk ontwikkeld
rechtvaardigheidsgevoel en kunnen zich op deze manier sterk maken tegen pesten op school.
Wat kunnen ouders van gepeste kinderen doen?
· Geloof en steun uw kind.
· Accepteer de situatie niet.
· Neem contact op met de school.
· Beloon uw kind (voor onafhankelijk gedrag, voor het laten zien waar het goed in is).
· Laat uw kind eventueel deelnemen aan sociale vaardigheidstraining.
· Lees zelf over pesten
· Laat uw kind boeken over pesten lezen. Via Google kun je snel actuele titels zoeken en bekijken.
Ook de bibliotheek kan adviseren.
Wat kunnen ouders van pestende kinderen doen?
· Neem het probleem serieus.
· Straf niet lichamelijk.
· Probeer achter de mogelijke oorzaak van het pesten te komen.
· Corrigeer agressieve buien.
· Besteed op positieve wijze aandacht aan uw kind.
· Laat uw kind eventueel deelnemen aan sociale vaardigheids training.
· Lees zelf over pesten, een informatieve site over pesten
Laat uw kind boeken over pesten lezen.
Voor meer informatie kunt u terecht op school of bij de GGD (tel. 038-4281500)
Inzicht in de sociale veiligheid van uw kind
In groep 6 t/m 8 wordt met de kinderen de schoolvragenlijst ingevuld.
Vorig schooljaar hebben we voor alle groepen een leerlingvolgsysteem voor sociaal emotionele
ontwikkeling ingevoerd, zodat we de leerlingen gedurende hun hele schoolloopbaan goed kunnen volgen.
De resultaten (van bovengenoemde instrumenten) worden besproken in de daarop volgende
leerlingbespreking. Daarbij wordt zowel gekeken naar het welbevinden van de individuele leerling als van
de groep waartoe het kind behoort. Al naar gelang de uitslag wordt er een individueel of een
groepshandelingsplan gemaakt.
Inzicht in de sociale veiligheid van de leerkrachten
Hun veiligheidbeleving is een onderdeel van het jaarlijks te houden functioneringsgesprek.
Handelingen ter voorkoming van incidenten (samenvattend)
Handelen om incidenten te voorkomen:
1. Het herhalen van de 11 schoolregels aan het begin van het jaar.
2. Hanteren van een leerlingvolgsysteem
3. We nemen ons voor om elke drie weken een soc. emotioneel thema te behandelen m.b.v.
Goed gedaan!.
4. We zullen een pestprotocol opstellen. Tot die tijd volgen we deze aanpak.
Handelen bij en na incidenten:
1. Mochten er zich incidenten voordoen, dan worden deze zo mogelijk direct onderzocht en
besproken.
2. Binnen de klas is de klassenleerkracht daarvoor verantwoordelijk.
3. De leerkracht neemt het initiatief om het incident te bespreken.
4. Het incident wordt gemeld aan de directeur.
5. Deze neemt het op in het daarvoor aan te leggen ‘logboek’, zonodig staat hij de leerkrachten bij.
6. Indien de directeur afwezig is, neemt een collega waar.
Wanneer er zich binnen het team problemen mochten voordoen, dan dient de directeur daar zo spoedig
mogelijk van op de hoogte gesteld te worden, of het teamlid spreekt de vertrouwenspersoon aan. (zie
verder de klachtenprocedure in de schoolgids)

11.3 Fysieke veiligheid
Veilig en gezond werken is belangrijk voor iedereen! We hebben immers allemaal voordeel bij het
voorkómen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door ongevallen of beroepsziekten.
Het maken van een risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E) is één van de middelen om dit doel te
bereiken. Eén keer in de 4 jaar wordt er met hulp van een medewerker van de ARBO-dienst zo’n
inventarisatie gemaakt. Met de uitslag daarvan wordt een Plan van aanpak of Arboplan gemaakt, waardoor
de school veilig(er) gemaakt kan worden.
In 2011 wordt er een RI&E uitgevoerd op De MarsWeijde. Omdat de meeste veiligheidsproblemen te
maken hebben met het gebouw, zal het plan van aanpak in overleg met gemeenteambtenaren worden op
gesteld. De gemeente Hardenberg speelt namelijk als eigenaar van ons gebouw hierin een belangrijke rol.
Zij is eerstverantwoordelijk voor de veiligheid.
Ontruimingsplan
Eén van de onderdelen van dit plan is het ontruimingsplan. Onze school heeft een School-noodplan
(ontruimingsplan). Hierin staat hoe de school in geval van brand of andere calamiteiten ontruimd zal
worden. Bij zo’n ontruiming worden ook nauwkeurig lokalen, toiletten en bergingen gecontroleerd op
achterblijvers.
Op gezette tijden zal de ontruiming van de school geoefend worden.
BHV-ers zijn: Helga Winkel, Andrea Menzo, Marjan Klifman, Greetje Jipping en Kees Bakker
EHBO-ers: Helga Winkel, Dinie Tijhuis en Greetje Jipping

12. Ouders en het contact met school

12 Ouders en het contact met de school

12.1 Contacten met ouders
Zoals u in onze missie/visie hebt kunnen lezen, vinden wij een goed contact met en een actieve
betrokkenheid van ouders bijzonder waardevol. Waar wij dan aan denken hebben we hieronder concreet
gemaakt.
Wat u van ons mag verwachten:
1. Wij werken aan een optimale ontwikkeling voor alle kinderen.
2. Wij zorgen voor een uitdagende leeromgeving en een verzorgd schoolinterieur.
3. Wij besteden veel zorg aan een goede sfeer, zodat elk kind zich veilig kan voelen.
4. Wij hechten aan goede omgangsvormen. Daarom letten wij op taalgebruik, eerlijkheid, respect.
Wij geven zelf het goede voorbeeld.
5. Wij nemen deel aan diverse projecten op gebied van sport en cultuur.
6. De resultaten van onze school zijn op het niveau van vergelijkbare scholen in ons land.
7. Wij dragen zorg voor een goede communicatie tussen ouders en school.
Bij aanmelding ontvangt u de schoolgids, zodat u goed op de hoogte kunt zijn.
A. In de schoolgids leest u over de contactmogelijkheden met de school, o.a. via nieuwsbrief,
website, ouderavonden. Ook kunt u hierin lezen hoe u door ons geïnformeerd wordt over
de vorderingen van uw kind.
B. Via de wekelijkse nieuwsbrief wordt u op de hoogte gebracht van nieuws, activiteiten en
andere informatie.
C. De leerkrachten staan open voor uw vragen of opmerkingen.
Wat wij van u verwachten:
1. Ouders en kinderen houden zich aan de schoolregels.
2. Schooltijden gelden voor iedereen.
3. Activiteiten die in schoolverband worden georganiseerd gelden voor iedereen.
4. Ouders en kinderen gaan respectvol om met medewerkers van MarsWeijde en Matrix.
5. Ouders tonen hun belangstelling voor de ontwikkeling van hun kind door zo veel mogelijk
aanwezig te zijn op avonden die daarvoor door de school worden georganiseerd.
6. Ouders werken samen met de school aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van hun kind.
7. Ouders staan open voor de adviezen die door school worden gegeven met betrekking tot hun kind.
8. Ouders tonen hun betrokkenheid bij de school door, indien mogelijk te ondersteunen bij
activiteiten op school.
9. Ouders tonen hun betrokkenheid door, indien mogelijk mee te denken over de ontwikkeling van
de school.

12.2 Vaste contactmomenten
Om de contacten met ouders goed te regelen, hebben we op school een aantal vaste momenten waarop
ouders en leerkrachten elkaar kunnen spreken.

Groepsouderavonden
In het begin van het schooljaar organiseert elke groepsleerkracht een informatieavond voor de ouders om
kennis met elkaar te maken, allerlei praktische zaken te bespreken en onderwijsvoorlichting te geven.

Klassenouder
In elke groep is aan het begin van het schooljaar gevraagd wie er klassenouder wil zijn gedurende het
schooljaar. De klassenouder helpt de groepsleerkracht bij diverse activiteiten in de klas/ voor de klas.
Dat varieert van het regelen van vervoer voor een buitenschoolse activiteit toe het smeren van broodjes
tijdens de Paasmaaltijd.

Kijkweek
Als het schooljaar een maand of twee oud is stellen we alle ouders in de gelegenheid om een les of deel
van een schooltijd mee te maken in de klas van hun kind(eren).
In de nieuwsbrief wordt deze open week aangekondigd. Op de klassendeur van elk lokaal hangt dan een
schema waarin de namen van de bezoekers genoteerd kunnen worden.
Inloopspreekuur
Elke eerste dinsdag van de maand kunnen ouders na schooltijd tot uiterlijk 4 uur met vragen, opmerkingen
e.d. bij de leerkrachten binnen lopen.
Als er dringende zaken zijn, hoeft u natuurlijk niet tot die dag te wachten. Dan komt u na schooltijd even
langs in het lokaal of u maakt een afspraak. Ook kunt u bij de directeur terecht.

10-Minuten gesprekken
Twee keer per jaar, medio november en voorafgaand aan het eerste rapport, worden alle ouders op school
verwacht om te praten over de schoolvorderingen en ontwikkeling van hun kind(eren).
Voor het 2e rapport, net voor de zomervakantie, worden afspraken gemaakt, op verzoek van ouders of van
leerkrachten.
Huisbezoek
Het is mogelijk dat de leerkracht op huisbezoek gaat. Dit kan zowel op verzoek van ouders als op initiatief
van de leerkracht. Alle bijna 4-jarigen worden in ieder geval bezocht.
Opmerking
De school ziet alleen af van informatieverstrekking aan een ouder die niet het ouderlijk gezag heeft, indien
daaraan een gerechtelijke uitspraak, waarin een contactverbod of een beperking van de informatieplicht is
opgenomen, ten grondslag ligt.

12.3 Informatieoverdracht
· Ouderavond / Informatie avond
· Nieuwsbrief Zegge’s
· Schoolgids
· Website

Ouderavonden / Informatieavonden
In de tweede of derde week na de aanvang van het schooljaar wordt er een informatieavond in de klas van
uw kind gehouden. De leerkracht geeft u een globale omschrijving van de inhoud van het onderwijs voor
dat jaar, informatie over de algemene gang van zaken in de groep van uw kind, uitleg over de materialen
etc. Het is voor u als ouder een avond waarin u veel te weten kunt komen over het reilen en zeilen in de
klas. Ook maakt u kennis met de leerkracht(en) waarvan uw kind dit jaar les krijgt.
Verder maken we van deze gelegenheid gebruik om u een aantal zaken voor te leggen, waarover we graag
uw mening willen weten, of we vragen u om ideeën voor het komende schooljaar.
Naast genoemde ouderavonden kunnen er in de loop van het schooljaar nog andere (voorlichtings-)
avonden georganiseerd worden. Over deze avonden zult u tijdig informatie ontvangen.

Nieuwsbrief ‘Zegge's’
Wekelijks krijgt u op donderdag onze nieuwsbrief, de ‘Zegge’s’. De Zegge’s geeft informatie over de
komende week met actueel nieuws uit de groepen, mededelingen, namen van nieuwe leerlingen,
aanvullingen op onze activiteitenkalender en ander belangrijk nieuws. Ook wordt er door leerlingen in de
Zegge’s geschreven en kunnen ouders, in overleg met de directie, via de Zegge’s iets kwijt aan andere
ouders. Informeer op school naar de mogelijkheden.
De Zegge’s wordt u per e-mail toegezonden en staat op de website van onze school.

Schoolgids
De schoolgids ontvangt u eveneens digitaal, voor de zomervakantie. Hij is ook altijd in te zien via onze
web-site.
De adressenlijst van leerlingen van de klas van uw kind krijgt u na de zomervakantie. Als u de lijst niet
gekregen hebt, meld u dan even bij de klassenleerkracht.

Website van De MarsWeijde
De website van onze school www.cbsdemarsweijde.nl is afgelopen schooljaar vernieuwd. Er komt steeds
meer informatie op te staan. Zo staat de Zegge’s er elke week op en heeft elke groep een eigen inbreng.
Ook is het de bedoeling dat er informatie van de medezeggenschapsraad en de schoolcommissie op komt
te staan.
Ook staan er foto’s op de website, foto’s van activiteiten met leerlingen zoals bijvoorbeeld het
Sinterklaasfeest, de Kerstviering, avondvierdaagse, sportdag etc.
Indien u bezwaar heeft tegen het plaatsen van de foto’s van uw kind, kunt u dit melden bij de
directeur.
Foto’s van onze leerlingen en school in de media
Dit verzoek geldt ook voor het publiceren van foto’s in allerlei tijdschriften. Sinds onze school de
Scholenbouwprijs 2008 en de Building Business Green Award heeft gewonnen, komen er namelijk
regelmatig journalisten en collega’s van andere scholen over de vloer. Zij willen graag foto’s maken van
ons mooie gebouw en dan natuurlijk het liefst als er kinderen aanwezig zijn.

12.4 Ouderhulp en inspraak
In dit hoofdstuk kunt u lezen hoe ouders op allerlei gebied op onze school kunnen helpen. Vaak worden
ouders benaderd om hulp te verlenen, maar daar hoeft u natuurlijk niet op te wachten! U kunt zich melden
bij de directeur of de contactpersoon van de oudercommissie als u tijd en energie in uw en onze school
wilt steken. Het team van CBS 'De MarsWeijde' waardeert het zeer wanneer ouders een helpende hand
toesteken. Aan het begin van het schooljaar wordt u ook in de gelegenheid gesteld om u voor allerlei
activiteiten aan te melden. Het spreekt voor zich dat ouders tijdens het uitvoeren van hun ‘taak’ werken
onder verantwoordelijkheid van de directeur van de school.

Schoolcommissie
De schoolcommissie is nauw betrokken bij het reilen en zeilen van de school. Daarnaast worden er allerlei
ondersteunende werkzaamheden verricht in de school, maar ook bij buitenschoolse activiteiten. Een paar
voorbeelden zijn: schoolreis, musicals, sportwedstrijden, avondvierdaagse, enz. De Schoolcommissie is
een gemotiveerd "team", dat bestaat uit een voorzitter, een penningmeester, een secretaris en uit overige
leden. Ze zijn als "hulp" voor de leerkrachten niet meer weg te denken bij het hele schoolgebeuren.
Hoewel een “ouderraad” (bij ons schoolcommissie genoemd) wettelijk verplicht is, ziet de school haar als
een zeer belangrijk en welkom orgaan om ouderparticipatie vorm en inhoud te geven.
Wanneer er zich meerdere kandidaten melden, kan er een verkiezing plaatsvinden.

Leden schoolcommissie CBS 'De MarsWeijde':
Naam: Functie:
Mannetta Batterink Voorzitter
Margret Lamberink Secretaris
Anja Leideman Penningmeester
Joke Breukelman Algemeen lid
Diana Platjes Algemeen lid
Kristian Mink Algemeen lid
William Drenthen Algemeen lid
Karin Meilink Algemeen lid
Marcia Zoomer Algemeen lid
Voor telefoonnummers en e-mail adressen zie 16.2

Financiele verantwoording schoolcommissie schooljaar 2010-2011
Beginsaldo 2851,46
Ontvangsten ouderbijdrage 8225,00
Opbrengsten diversen (Huur van TNT, sponsoring Rabobank) 583,76
Totale inkomsten
11660,22
Kosten bankrekening 91,89
Sinterklaas 859,99
Kerst -559,50
Paasmaaltijd 311,01
Schoolreis groep 1/2 (119 kinderen en begeleiding) 1361,50
Schoolreis groep 3/4 (66 kinderen en begeleiding) 1273,80
Schoolreis groep 5/6/7 (85 kinderen en begeleiding) 2015,81
Bijdrage schoolkamp groep 8 (24 kinderen) 600,00
Avondvierdaagse 160,00
Afscheid groep 8 125,00
Diverse kosten, ranja/koekjes/wassen shirtjes 2097,23
Totale uitgaven 8336,73
Positief saldo eind juni 2011 3323,49
Wanneer u het hele verslag wilt zien, kunt u zich wenden tot Anja Leideman.

Ouderbijdrage
Op onze school geven we vanzelfsprekend onderwijs, maar daarnaast worden er nog vele andere
activiteiten georganiseerd waarvoor de school van het rijk geen bekostiging ontvangt. U kunt dan denken
aan: Sinterklaasfeest, Kerstviering, schoolreizen, sporttoernooien, grote schoolavonden e.d. Om er voor te
zorgen dat deze activiteiten, die het naar schoolgaan voor de kinderen nog leuker maken, financieel
mogelijk te maken, vragen we van ouders een financiële bijdrage, de zogenaamde ouderbijdrage. De
ouderbijdrage is niet verplicht, maar we gaan er wel van uit dat u (indien mogelijk) wilt bijdragen aan de
bekostiging van bovengenoemde activiteiten.
Het Ministerie heeft bij wet geregeld hoe scholen moeten omgaan met de ouderbijdrage en de inning
daarvan. Dit betekent o.a. dat de school genoodzaakt is alle ouders een overeenkomst ter ondertekening
aan te bieden die betrekking heeft op de te innen bijdrage.
Overeenkomst Ouderbijdrage
Aan het begin van het schooljaar ontvangt u een “Overeenkomst Ouderbijdrage”. Wilt u deze invullen,
van uw handtekening voorzien en terugbezorgen op school?
De schoolcommissie int en beheert de ouderbijdragen.
De hoogte van de ouderbijdrage is in 2007 vastgesteld op € 35.- per kind per jaar en wordt in twee
termijnen geïnd, namelijk in oktober en maart. De hoogte is afhankelijk van het aantal kinderen dat op
resp. 1 september en 1 februari op school zit. De bijdrage wordt automatisch van uw rekening
afgeschreven. Als u vragen hebt over de ouderbijdrage kunt u contact opnemen met de penningmeester
van de schoolcommissie (Anja Leideman, tel. 0523 – 262920).
Jaarlijks krijgt u in de schoolgids een overzicht van de bestedingen van de ouderbijdragen (zie boven).Via
de oudergeleding MR en de schoolcommissie is het mogelijk inspraak te hebben omtrent de bestemming
van genoemde gelden.
Op school is een “Reglement Ouderbijdrage” aanwezig. Wilt u deze nader bestuderen, neem dan contact
op met de directie van de school.

12.5 Medezeggenschapsraad (MR)
Op elke school in Nederland is een medezeggenschapsraad (MR) actief en dus ook op CBS de
MarsWeijde. Ouders en leerkrachten praten mee over de inhoud en de organisatie van het onderwijs op de
school. Op 1 januari 2007 is de Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS) ingegaan. De WMS regelt de
medezeggenschap in het onderwijs. Als gevolg van de deregulering en de invoering van
lumpsumfinanciering in het primair onderwijs hebben schoolbesturen meer mogelijkheden gekregen om
eigen beleid te voeren. Schoolbesturen dienen over dit beleid echter wel verantwoording aan de MR af te
leggen.
Taken van de MR
De MR overlegt met de directie en het schoolbestuur over belangrijke schoolzaken. Enkele voorbeelden:
· de besteding van het geld van de school
· het vaststellen van vakanties en vrije dagen
· fuseren met een andere school
· de manier waarop men ouders wil laten meehelpen in het onderwijs en bij andere activiteiten
Over sommige onderwerpen mag de MR het bestuur alleen adviseren, maar er zijn ook zaken waarin de
MR een zwaardere stem heeft. Het bestuur mag een bepaald besluit dan pas uitvoeren als de MR er mee
heeft ingestemd.
Bevoegdheden van de MR
De bevoegdheden van de MR zijn te verdelen in algemene en bijzondere bevoegdheden.
Algemene bevoegdheden:
· Het recht op informatie
· Het recht op overleg met het bestuur (of met een afgevaardigde daarvan)
· Initiatiefrecht, dat wil zeggen dat de raad zelf onderwerpen kan aandragen die ze met het bestuur
wil bespreken
Bijzondere bevoegdheden:
· De instemmingbevoegdheid
· De adviesbevoegdheid
Er gelden eigenstandige bevoegdheden voor de hele MR, voor het personeel en de ouders.
Voor welke onderwerpen adviesbevoegdheid en voor welke instemmingbevoegdheid geldt, is beschreven
in de artikelen 10 t/m 14 van de Wet Medezeggenschap op Scholen.
Eén en ander is voor onze vereniging vastgelegd in het Reglement voor de MR. Dit ligt ter inzage bij de
directeur.

Leden van de MR
De MR bestaat uit leden vanuit zowel de ouders als de leerkrachten. Alle ouders en personeelsleden
mogen stemmen voor de mr èn ze kunnen zich allemaal verkiesbaar stellen. De leerkrachten vormen de
personeelsgeleding, de ouders de oudergeleding.
Onze MR bestaat uit 3 teamleden en 3 ouders, zodat hier een prima kans ligt voor de ouders om echt mee
te praten en te beslissen. De zittingsperiode voor de MR is 3 jaar en de huidige zittingsperiode loopt van
2009-2012. De directie heeft in deze raad een adviserende taak. U kunt deze raad vergelijken met de
ondernemingsraad uit het bedrijfsleven. Voor meer informatie kunt u zich wenden tot één van de leden.
Leden Medezeggenschapsraad CBS 'De MarsWeijde'
Namens de ouders:
Ingrid de Ruiter (Voorzitter MR)
Louise Kerkdijk
Sytze van der Laan
Namens het personeel:
Gerlinde Drenthen (Secretaris MR)
Helga Winkel
Truus Franken
Zie ook: www.medezeggenschapsraden.nl

13. Praktische zaken

13 Praktische zaken

13.1 Schooltijden
Basisscholen en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs hebben sinds 1 augustus 2006 meer ruimte
om zelf de schooltijden in te delen. Het maximum van 5,5 uur per dag onderwijs is vervallen. Ook het
verschil in het aantal lesuren tussen de onderbouw en de bovenbouw mag worden losgelaten. Leerlingen
in de groepen 3 t/m 8 gaan in principe vijf dagen per week naar school. Scholen zijn verplicht om de
ouders hierbij te betrekken.
In de Wet op het Primair Onderwijs is een totale minimale schooltijd vastgelegd van 7520 uren.
Hoewel het scholen vanaf 1 augustus 2006 is toegestaan om onder- en bovenbouw evenveel uren les te
geven, hebben wij er in overleg met de medezeggenschapsraad voor gekozen om daar geen gebruik van te
gaan maken. Dat betekent dat de onderbouw minimaal 880 uur en de bovenbouw minimaal 1000 uur naar
school gaat.
De schooltijden zijn, behalve op vrijdagmiddag, voor alle kinderen gelijk. Zo voorkomen we dat ouders
twee keer naar school moeten om hun kinderen op te halen.
Hierdoor maakt de onderbouw wel te veel uren. Dit wordt gecompenseerd door groep 1 t/m 4 extra vrije
dagen te geven.
Voor een overzicht van de extra vrije dagen voor de onderbouw; zie Hfdst.15. Noteert u deze data vooral
op de kalender om misverstanden te voorkomen. Wij zullen ze steeds tijdig op de agenda van de
‘Zegge’s’ vermelden.
Schooltijden groep 1 t/m 8
Groep 1 t/m 4
Maandag, dinsdag, donderdag 08.30 – 12.00 en 13.15 – 15.15
Woensdag 08.30 – 12.15
Vrijdag 08.30 – 12.00
Groep 5 t/m 8
Maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag 08.30 – 12.00 en 13.15 – 15.15
Woensdag 08.30 – 12.15

13.2 Toezicht op het plein
Een kwartier voor schooltijd en in de morgenpauze lopen op elk plein één of twee leerkrachten om
toezicht te houden. Als de kinderen met de fiets naar school komen, zetten ze hun fiets op de daarvoor
bestemde plek. Vóór het hek afstappen!
De kinderen mogen alleen naar binnen met toestemming van de pleinwacht. Tassen e.d. kunnen op de
vensterbanken buiten worden neergelegd.
Tot de bel gaat, speelt iedereen buiten, tenzij het regent, daarna gaat iedereen rustig door de ‘eigen ingang’
naar binnen.
De kleuters mogen 5 minuten voor tijd worden binnen gebracht. Wij rekenen er op dat de ouders om
half 9 en kwart over 1 weer naar buiten gaan. Dan komen namelijk de andere kinderen binnen en dat
voorkomt gedrang in de gang.
Van 10.15 uur - 10.30 uur heeft iedereen pauze.
De kinderen van groep 3 t/m 8 mogen op dinsdag, woensdag en vrijdag ook naar het plein op het dak.

13.3 Eten en drinken op school
Elke morgen krijgen de kinderen vlak voor of na de pauze de gelegenheid hun meegenomen fruit en/of
drinken op te eten/drinken. Wilt u alstublieft geen snoep mee geven. Het afval gaat niet mee naar buiten,
maar in de prullenbak.

13.4 Kleding op school
Het is handig om, zeker in de onderbouw, de kleding van uw kind te merken met een naam en/of teken.
Vaak wordt gevonden kleding terug gebracht en op deze wijze kunnen wij de vermiste kleding weer terug
geven aan uw kind.
Een lusje aan de jas is voor iedereen handig! Zeker in de krap bemeten garderobe-ruimtes.
Gevonden kleding (o.a. jassen, mutsen, wanten, tassen, [gym]schoenen) worden in een kist bewaard. U
kunt deze kist vinden in de gang naast de hoofdingang.
Overigens is het erg handig als uw kinderen zichzelf kunnen aankleden.

Kleding tijdens de gymles
De kleuters dragen tijdens deze lessen geen speciale kleding, soms spelen/gymmen ze in hun
onderkleding; gymschoenen zijn verplicht. Om in het speellokaal te komen moeten diverse ruimtes
gepasseerd worden. Bovendien wordt het overdragen van voetwratten en -schimmels door het dragen van
schoeisel beperkt. In de klas is een voorbeeld aanwezig van een makkelijke gymschoen. Géén veters
a.u.b.! De gymschoenen worden op school opgeborgen.
Bij groep 3 t/m 8 dragen de jongens een gymbroek en een shirt. De meisjes dragen een turnpakje o.i.d.
Ook hier zijn gymschoenen verplicht.
Vanaf groep 5 is het verplicht na de gymlessen te douchen. Denk aan de handdoek.

Schoolshirts
Bij diverse buitenschoolse activiteiten mogen de kinderen onze schoolshirts dragen. Daarmee willen we
onze school naar buiten toe presenteren. We willen wel dat de shirts mooi blijven en dat er dus zorgvuldig
mee wordt omgegaan. Ouders/verzorgers zijn er verantwoordelijk voor dat de shirts in goede staat weer op
school terug komen. Als er eventueel schade aan de shirts is ontstaan, zullen we dit mogelijk op de
ouders/verzorgers verhalen.

Gymtijden
Er is in groep 1 en 2 elke schooltijd 3 kwartier tot een uur bewegingsonderwijs, binnen of buiten. Voor het
gebruik van het speellokaal hebben we, in overleg met ‘De Kern’, een rooster opgesteld.

Weekdag Tijdstip Groep Weekdag Tijdstip Groep
Maandag 8.45-9.30 6/7/8* Vrijdag 8.45-9.30 6
  9.30-10.15 6/7/8*   9.30-10.15 5
  10.30-11.15 5   10.30-11.15 4
  11.15-12.00 3A   11.15-12.00 3A + 3B
  13.30-14.15 3B   13.30-14.15 7
  14.15-15.15 4   14.15-15.15 8

De gymtijden voor de overige groepen (3 t/m 8) zijn:
*Op maandag rouleert het rooster voor de groepen 6/7/8 omdat zij één keer in de week zwemmen hebben.
De kinderen van groep 6, 7 en 8 gaan dit jaar allemaal één periode van 14 weken zwemmen.
Dit gebeurt één keer per week.
Groep 7 zwemt van 6 september t/m 13 december.
Groep 6 zwemt van 20 december t/m 3 april. Groep 7 krijgt op het tijdstip van groep 6
bewegingsonderwijs.
Groep 8 zwemt van 10 april t/m 17 juli Groep 6 krijgt op het tijdstip van groep 8 bewegingsonderwijs.

13.5 Ziekmelding
Wanneer uw kind ziek is, bent u verplicht dat aan de school door te geven. Dit geldt ook voor 4-jarigen,
die nog niet leerplichtig zijn! U kunt dit telefonisch doen (261092) tussen kwart over 8 en half 9. Een
mailtje sturen naar de leerkracht van uw kind kan natuurlijk ook, het adres staat in hoofdstuk 16. Ook kunt
u een briefje meegeven aan een broer of zus. Als u toch op school moet zijn, kunt u het ook even
persoonlijk tegen de leerkracht zeggen.

13.6 Extra vrij voor uw kind bij bijzondere omstandigheden
Als u de schoolvakanties bekijkt, zult u met ons van mening zijn, dat de vakanties mooi over het jaar zijn
verdeeld. We rekenen er dan ook op dat kinderen niet verzuimen buiten deze vakanties om. Het is
goed voor het saamhorigheidsgevoel van de kinderen dat ze òf samen op school zijn, of samen vrij zijn!
Toch is het mogelijk om buiten de vakanties om (maximaal 10 dagen) vrij te vragen, maar dat dient tijdig
(6 weken van tevoren) en schriftelijk aangevraagd te worden. Daarvoor heeft de gemeente formulieren
gemaakt, die op school en het gemeentehuis te verkrijgen zijn.
Het geldt alleen wanneer men kan aantonen (met een werkgeversverklaring) dat men in de
zomervakantie niet in de gelegenheid is (geweest) om twee weken (aaneengesloten) op vakantie te
gaan. Het geldt uitdrukkelijk niet voor de lange weekends die bedrijven (om commerciële redenen)
vaak aanbieden.
Een verzoek om extra verlof “in geval van gewichtige omstandigheden” moet ook “tijdig” worden
aangevraagd. Dat kan overigens niet altijd. In geval van ernstige ziekte of overlijden gaat dat niet, maar
dat is natuurlijk overmacht.
Bij “gewichtige omstandigheden” gaat het om:
*het voldoen aan een wettelijke verplichting
*verhuizing (1 dag)
*het bijwonen van een huwelijk van familieleden (t/m de 3e graad)
*ernstige ziekte en overlijden van familieleden (t/m de 3e graad)
*bij 25-, 40-, en 50 jarig ambtsjubileum en het 12 ½ -, 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijksjubileum van
ouders of grootouders (1 dag)
*godsdienstige verplichtingen,
Dit verlof moet niet beschouwd worden als “recht op een vrije dag” dat je een keer opneemt. Het moet een
duidelijke relatie behouden met het feit. Dus de dag zelf of kort daarna, indien nodig.
Niet alles is voor 100% te regelen, dus bij twijfel tijdig en schriftelijk contact opnemen en gemotiveerd
een verzoek indienen (zie procedure hierboven), zodat er voldoende tijd overblijft om te overleggen.
Op 15 april 2010 hebben alle schoolbesturen en de gemeente Hardenberg een gezamenlijk verzuimaanpak
getekend en ook onze school moet zich daaraan houden. De directeur is wettelijk verplicht elk
ongeoorloofd verzuim bij de leerplichtambtenaar te melden. We verzoeken ouders dringend om zich aan
de regels te houden, zodat er ook geen melding hoeft te worden gedaan.

13.7 Overblijven (Tussenschoolse opvang-TSO)
Tussen de middag kunnen de kinderen overblijven. Dit wordt verzorgd door de Stichting ProKind.
Algemene voorwaarden
De TSO wordt telkens voor de periode van één schooljaar afgenomen. De TSO is er op maandag, dinsdag,
donderdag en vrijdag van 12.00-13.00 uur.
Voor elke 15 kinderen (structureel) is 1 pedagogisch medewerkster aanwezig, uitgezonderd de incidentele
kinderen. De kinderen nemen zelf hun eten en drinken mee. Het is van belang dat eventuele
bijzonderheden die van invloed zijn op de opvang van uw kind worden doorgeven aan de pedagogisch
medewerkster.
De verantwoordelijkheid voor de TSO ligt bij Stichting ProKind. Stichting ProKind zet professionele
krachten in en heeft voor de TSO een collectieve ongevallen- en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering
afgesloten. Ouders blijven echter te allen tijde eindverantwoordelijk voor hun kinderen.
Structurele TSO en incidentele TSO
Wanneer u het gehele seizoen gebruik wilt maken van de TSO op vaste dagen (een vaste regelmaat,
structuur; n.b. eens per twee weken op de maandag is óók structuur) dan kunt u gebruik maken van de
structurele TSO.
Wanneer u zelf een keer niet in de gelegenheid bent om uw kinderen tussen de middag op te vangen of er
bestaat geen vaste regelmaat of structuur dan bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van de
incidentele TSO.
Wilt u een keer extra gebruik maken van de TSO naast de structurele opvang dan dient u dit op de wijze
van incidentele TSO te regelen.
Hebt u vragen over de twee varianten van TSO dan kunt u bij de administratie informeren.
Inschrijvingsprocedure
Bij de administratie van Stichting Prokind, op de basisschool en op locatie is een inschrijvingsformulier
aanwezig. De administratie is iedere werkdag geopend van 09.00-12.00 uur. Op de momenten dat de
administratie niet geopend is, is het mogelijk de voicemail in te spreken. Deze wordt elke volgende dag
afgeluisterd en verwerkt.
De inschrijvingsformulieren zijn op de locatie OpMars / Kanj’er tijdens openingstijden (07.30-18.00 uur)
op te vragen bij de pedagogische medewerksters. U kunt zich aanmelden voor de TSO door dit formulier
in te vullen en op te sturen naar de administratie. Wanneer de aanmelding is verwerkt door de
administratie, zorgt de administratie voor het toezenden van de plaatsingsbevestiging.
Naast structurele TSO bieden wij incidentele TSO zoals eerder beschreven. Voor de verrekening van
incidentele TSO wordt gebruik gemaakt van een strippenkaart. Indien u nog niet ingeschreven staat bij ons
dan dient u een speciaal inschrijvingsformulier in te vullen. U krijgt een factuur van deze strippenkaart.
Deze kaart blijft bij de pedagogische medewerksters. Op deze kaart wordt bijgehouden wanneer u kind
deelneemt. De administratie stuurt u een nieuwe factuur met een kopie van de volle strippenkaart wanneer
deze kaart vol is.
Afmelding of aantal dagdelen wijzigen
Indien u besluit uw kind(eren) niet meer bij de TSO te laten komen, dient u dit schriftelijk op te zeggen
met inachtneming van de opzegtermijn van 1 maand. Ook wordt de opzegtermijn van 1 maand in acht
genomen bij mindering van het aantal uren TSO.
Opzeggen kan per eerste of zestiende van de maand. Gedurende de opzegtermijn bent u de voor u
vastgestelde bijdrage verschuldigd.
Wilt u overblijfdagen definitief wijzigen dan dient u dit schriftelijk door te geven aan de administratie. De
wijziging zal worden doorgegeven aan de pedagogische medewerksters. Dit kan veelal op korte termijn
geregeld worden, mits de groep niet het maximum aantal kinderen heeft bereikt.
Mocht u meer informatie willen met betrekking tot de andere opvang mogelijkheden bij Stichting ProKind
dan kunt u hierover altijd contact opnemen met de administratie.
Aanmelden in de loop van het seizoen
Besluit u in de loop van het seizoen uw kind aan te melden voor de TSO dan dient u dit via het
inschrijvingsformulier kenbaar te maken bij de administratie. Aanmelden kan vanaf de eerste of de
zestiende van de maand.
Kosten
De kosten van de TSO worden niet door de belastingsdienst vergoed. Bij alle andere vormen van opvang
die Stichting ProKind biedt is dit wel het geval.
De periode waarin de TSO wordt aangeboden betreft alle schoolweken exclusief de vakantie weken welke
aan het begin van het schooljaar zijn aangegeven in het jaarrooster van de MarsWeijde. Bij de berekening
maken we gebruik van het jaarrooster in de schoolgids (alleen van de data die in deze gids vermeldt
staan).
Ziekte / afwezigheid
Is uw kind ziek en kan het hierdoor geen gebruik maken van de TSO dan vragen wij u dit te melden bij de
pedagogische medewerkster. Deze is bereikbaar op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 12.00-
13.00 uur, locatie OpMars, tel: 0523-649047. Een andere mogelijkheid is dat u dit doorgeeft aan de
basisschool. Geeft u dan ook even bij de leerkracht aan dat uw kind deelneemt aan de TSO. De leerkracht
zorgt voor een melding naar de pedagogische medewerksters van de TSO.
Bij de ingang van de school treft u een groene brievenbus aan van de TSO, hierin kunt u eveneens zelf een
bericht achterlaten voor de TSO (zie verder bijlage 1: afspraken afwezigheid kinderen).
Bij langdurige afwezigheid / ziekte (1 week) kan men in overleg treden met de administratie over de
betaling.
Voor verdere informatie verwijzen we u naar de informatiefolder

13.8 Buitenschoolse opvang
Stichting ProKind verzorgt voor De MarsWeijde de buitenschoolse opvang. Pedagogisch medewerksters
van Stichting ProKind halen de kinderen op van school en gaan met hen naar de locatie OpMars van
Stichting ProKind.
Binnen de buitenschoolse opvang kunt u gebruik maken van reguliere naschoolse opvang voor
een lange middag (12.00-18.30 uur) of korte middag (12.00-15.00 of 15.00-18.30 uur),
voorschoolse opvang (07.30-08.30 uur), vakantieBSO en incidentele opvang.
Wilt u hierover meer informatie? Neem dan contact op met de centrale administratie van Stichting
ProKind op 0523-712272 (ma t/m vr 09.00-12.00 uur) of neem een kijkje op www.prokind.nl

13.9 Verjaardagen en traktaties
Trakteren op school is leuk. Voor hun eigen verjaardag mogen de kinderen een traktatie meenemen.
Hierbij een aantal aandachtspunten ten aanzien van de viering van verjaardagen.
• Liever geen snoep!
• Het is goed om te weten dat er steeds meer kinderen problemen hebben met kleurstoffen of
allergische reacties. Wellicht kunt u daar aan denken als u een traktatie in huis haalt. De kinderen trakteren
alleen hun eigen groep en leerkracht.

13.10 Verjaardag leerkrachten
De leerkrachten vieren hun verjaardag gezamenlijk en kiezen daarvoor in de loop van het jaar een datum
uit, de ‘Meester- en Juffendag’. Deze datum wordt gecommuniceerd via onze nieuwsbrief, de Zegge’s.

13.11 Feestdagen vieringen
· Het Sinterklaasfeest vieren we indien mogelijk op 5 december. Wanneer deze dag in het weekend
valt op de vrijdag daarvoor.
· Kerst, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren krijgen tijdens de godsdienstige vorming de nodige
aandacht. In de week voor de kerstvakantie vieren we het Kerstfeest met alle kinderen en alle
ouders. Op Witte Donderdag hebben we met de kinderen een paasviering en daarna een
Paasmaaltijd.

13.12 Schoolfotograaf
De schoolfotograaf komt in het voorjaar van elk jaar. Alle kinderen worden in het voorjaar van de oneven
jaren individueel en elk jaar groepsgewijs gefotografeerd. Het kopen van de foto's is uiteraard geheel
vrijblijvend.

13.13 Sponsoring
Op 19 februari 2009 heeft het Ministerie van Onderwijs een “Convenant sponsoring onderwijs”
afgesloten met partijen die het onderwijs, het bedrijfsleven, ouderverenigingen, scholieren en de overheid
vertegenwoordigen. Chrono volgt de richtlijnen en aanbevelingen uit dit Convenant. Dat is de reden dat
Chrono niet een eigen sponsorreglement heeft opgesteld.
Voor directeuren, schoolcommissies en MR’n is het van belang kennis te nemen van dit Convenant op het
moment dat er afspraken worden gemaakt over sponsoring.
Als sponsoring gebeurt op een zorgvuldige wijze, is daartegen geen bezwaar.
Het is goed nog op te merken dat er sprake is van donatie als er geen enkele tegenprestatie wordt
gevraagd. Zodra dit wel het geval is, wordt het sponsoring.
Het meest recente convenant, is te downloaden via Google onder: “Convenant sponsoring onderwijs”.
Onder sponsoring verstaan wij het volgende:
'Geld, goederen of diensten die door een sponsor worden verstrekt aan het bestuur, de directie, de leraren,
niet-onderwijzend personeel of aan de leerlingen, waarvoor door de sponsor een tegenprestatie wordt
verlangd en waarmee leerlingen of hun ouders/verzorgers in schoolverband worden geconfronteerd'.
Voorbeelden: lesmaterialen zoals boekjes, folders, posters, videobanden, advertenties in de schoolkrant,
bijdragen aan sportdagen, bijdragen aan de inrichting van de school, etc. Wij vinden dat sponsoring alleen
dan is goed te keuren als het verenigbaar is met de pedagogische en de onderwijskundige taak en
doelstelling van de school. Er mag geen schade worden berokkend aan de geestelijke en/of lichamelijke
gesteldheid van de leerlingen. Het mag daarnaast de objectiviteit en de onafhankelijkheid van de school
niet in gevaar brengen. Het mag ook geen invloed hebben op de onderwijsinhoud en de continuïteit van
het onderwijs.
Op dit moment zijn de schoolshirts ons door De Aqua Jungle ter beschikking gesteld. Op de voorkant van
de shirts staat de mascotte van de sponsor en achterop het logo van de MarsWeijde. Groep 1/2 zal daar
eens in de twee jaar met de schoolreis naar toe gaan. Wij dragen de shirts bij sportmanifestaties e.d. We
hebben dit vastgelegd in een sponsorcontract. De Medezeggenschapsraad heeft hier mee ingestemd.
Mocht u ondanks de zorgvuldigheid die wij in dezen betrachten toch van mening zijn dat wij hier niet
goed mee omgaan, dan verzoeken we u dat in eerste instantie aan de directeur te melden. Hij zal dan
verdere actie ondernemen. Daarnaast kunt u gebruik maken van de klachtenregeling.

13.14 Verzekering
Het bestuur van de vereniging heeft voor alle leerlingen van de school een collectieve ongevallenverzekering
afgesloten. Mocht u denken aanspraak te kunnen maken op deze verzekering, neem dan
contact met de school op. De wettelijke aansprakelijkheid hebt u hopelijk zelf geregeld.

13.2 Toezicht op het plein

13.2  Toezicht op het plein

Een kwartier voor schooltijd en in de morgenpauze lopen op elk plein één of twee leerkrachten om toezicht te houden. Als de kinderen met de fiets naar school komen, zetten ze hun fiets op de daarvoor bestemde plek. Vóór het hek afstappen!
De kinderen mogen alleen naar binnen met toestemming van de pleinwacht. Tassen e.d. kunnen op de vensterbanken buiten worden neergelegd.
Tot de bel gaat, speelt iedereen buiten, tenzij het regent, daarna gaat iedereen rustig door de ‘eigen ingang’ naar binnen.
De kleuters mogen 5 minuten voor tijd worden binnen gebracht. Wij rekenen er op dat de ouders om half 9 en kwart over 1 weer naar buiten gaan. Dan komen namelijk de andere kinderen binnen en dat voorkomt gedrang in de gang.
Van 10.15 uur - 10.30 uur heeft iedereen pauze.
De kinderen van groep 3 t/m 8 mogen op dinsdag, woensdag en vrijdag ook naar het plein op het dak.

13.3 Eten en drinken op school

13.3  Eten en drinken op school


Elke morgen krijgen de kinderen vlak voor of na de pauze de gelegenheid hun meegenomen fruit en/of drinken op te eten/drinken. Wilt u alstublieft geen snoep mee geven. Het afval gaat niet mee naar buiten, maar in de prullenbak.

13.4 Kleding op school

13.4  Kleding op school

Het is handig om, zeker in de onderbouw, de kleding van uw kind te merken met een naam en/of teken. Vaak wordt gevonden kleding terug gebracht en op deze wijze kunnen wij de vermiste kleding weer terug geven aan uw kind.
Een lusje aan de jas is voor iedereen handig! Zeker in de krap bemeten garderobe-ruimtes.
Gevonden kleding (o.a. jassen, mutsen, wanten, tassen, [gym]schoenen) worden in een kist bewaard. U kunt deze kist vinden in de gang naast de hoofdingang.
Overigens is het erg handig als uw kinderen zichzelf kunnen aankleden.

Kleding tijdens de gymles
De kleuters dragen tijdens deze lessen geen speciale kleding, soms spelen/ gymmen ze in hun onderkleding; gymschoenen zijn verplicht. Om in het speellokaal te komen moeten diverse ruimtes gepasseerd worden. Bovendien wordt het overdragen van voetwratten en -schimmels door het dragen van schoeisel beperkt. In de klas is een voorbeeld aanwezig van een makkelijke gymschoen. Géén veters a.u.b.! De schoenen worden op school opgeborgen
Bij groep 3 t/m 8 dragen de jongens een gymbroek en een shirt. De meisjes dragen een turnpakje o.i.d. Ook hier zijn gymschoenen verplicht.

Gymtijden
Er is in groep 1 en 2 elke schooltijd 3 kwartier tot een uur bewegingsonderwijs, binnen of buiten. Voor het gebruik van het speellokaal hebben we, in overleg met ‘De Kern’, een rooster opgesteld.
Vanaf groep 5 is het verplicht na de gymlessen te douchen. Denk aan de handdoek.


*Op maandag rouleert het rooster voor de groepen 6/7/8 omdat zij één keer in de week zwemmen hebben.
De kinderen van groep 6, 7 en 8 gaan dit jaar allemaal één periode van 14 weken zwemmen.
Dit gebeurt één keer per week.
Groep 7 zwemt van week 35 t/m week 49.
Groep 6 zwemt van week 50 t/m week 14. Groep 7 krijgt op het tijdstip van groep 6 bewegingsonderwijs. Groep 8 zwemt van week 15 t/m week 29. Groep 6 krijgt op het tijdstip van groep 8 bewegingsonderwijs.

De gymtijden voor de overige groepen (3 t/m 8) zijn:





















































Weekdag


Tijdstip


Groep


Weekdag


Tijdstip


Groep


Maandag


08.45-09.30


6/7/8*


Vrijdag


08.45-9.30


6


 


09.30-10.15


6/7/8*


 


9.30-10.15


5


 


10.30-11.15


5


 


10.30-11.15


4


 


11.15-12.00


3A


 


11.15-12.00


3A en 3B


 


13.30-14.15


3B


 


13.15-14.15


7


 


14.15-15.15


4


 


14.15-15.15


8

13.5 Ziekmelding

13.5  Ziekmelding

Wanneer uw kind ziek is, bent u verplicht dat aan de school door te geven. Dit geldt ook voor 4-jarigen, die nog niet leerplichtig zijn! U kunt dit telefonisch doen (261092) tussen kwart over 8 en half 9. Een mailtje sturen kan ook, het adres is info@cbsdemarsweijde.nl.  Ook kunt u een briefje meegeven aan een broer of zus. Als u toch op school moet zijn, kunt u het ook even persoonlijk tegen de leerkracht zeggen.

13.6 Extra vrij voor uw kind bij bijzondere omstandigheden

13.6  Extra vrij voor uw kind bij bijzondere omstandigheden

Als u de schoolvakanties bekijkt, zult u met ons van mening zijn, dat de vakanties mooi over het jaar zijn verdeeld. We rekenen er dan ook op dat kinderen niet verzuimen buiten deze vakanties om. Het is goed voor het saamhorigheidsgevoel van de kinderen dat ze òf samen op school zijn, of samen vrij zijn!
Toch is het mogelijk om buiten de vakanties om (maximaal 10 dagen) vrij te vragen, maar dat dient tijdig (6 weken van tevoren) en schriftelijk aangevraagd te worden. Daarvoor heeft de gemeente formulieren gemaakt, die op school en het gemeentehuis te verkrijgen zijn.
Het geldt alleen wanneer men kan aantonen (met een werkgeversverklaring) dat men in de zomervakantie niet in de gelegenheid is (geweest) om twee weken (aaneengesloten) op vakantie te gaan.
Het geldt uitdrukkelijk niet voor de lange weekends die bedrijven (om commerciële redenen) vaak aanbieden.
Een verzoek om extra verlof “in geval van gewichtige omstandigheden” moet ook “tijdig” worden aangevraagd. Dat kan overigens niet altijd. In geval van ernstige ziekte of overlijden gaat dat niet, maar dat is natuurlijk overmacht.
Verder gaat het om godsdienstige verplichtingen, jubilea, huwelijken (tot en met de derde graad), verhuizing e.d. Het gaat hierbij meestal om één dag. Het verlof hiervoor moet niet beschouwd worden als “recht op een vrije dag” dat je een keer opneemt. Het moet een duidelijke relatie behouden met het feit. Dus de dag zelf of kort daarna, indien nodig.
Niet alles is voor 100% te regelen, dus bij twijfel tijdig en schriftelijk contact opnemen en gemotiveerd een verzoek indienen (zie procedure hierboven), zodat er voldoende tijd overblijft om te overleggen.
Worden kinderen zonder toestemming van de directeur thuisgehouden, dan is hij verplicht dit te melden bij de ambtenaar voor leerplichtzaken op het gemeentehuis.
Wij verzoeken u dringend om u aan deze richtlijnen te houden. Dat voorkomt teleurstellingen en het brengt de school niet in verlegenheid.

13.7 Overblijven (Tussenschoolse opvang-TSO)

13.7  Overblijven (Tussenschoolse opvang-TSO)

Tussen de middag kunnen de kinderen overblijven. Dit wordt verzorgd door de Stichting ProKind. De kinderen worden om 12 uur door de medewerksters van Stichting ProKind opgehaald en om 13 uur weer terug gebracht, waarna de pleinwachten het toezicht weer overnemen.
De TSO wordt telkens voor de periode van één schooljaar afgenomen (structureel). Het is echter ook mogelijk om uw kind incidenteel op te geven. De TSO is er op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag. Voor elke 15 kinderen ( structureel ) is 1 groepsleidster aanwezig, uitgezonderd de incidentele deelnemers. De kinderen nemen zelf hun eten en drinken mee. Het is van belang dat u eventuele bijzonderheden die van invloed zijn op de opvang van uw kind doorgeeft aan de groepsleidster.
De opvang van kinderen geschiedt op vrijwillige basis. De verantwoordelijkheid voor de TSO opvang ligt bij de Stichting ProKind. De Stichting ProKind zet professionele krachten in en heeft voor de TSO opvang een collectieve ongevallen- en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Ouders blijven echter te allen tijde eindverantwoordelijk voor hun kinderen.

Inschrijvingsprocedure
Bij de administratie, op de basisschool en op locatie is een inschrijfformulier aanwezig. De administratie is iedere werkdag geopend van 9.00 – 12.00 uur. Op de momenten dat de administratie niet geopend is, is het mogelijk een voice mail in te spreken. Deze wordt elke volgende dag afgeluisterd en verwerkt. De formulieren op de basisschool en de locatie  OpMars zijn tijdens openingstijden (07.30 – 18.00 uur) op te vragen bij de leidsters. U kunt zich aanmelden voor de TSO door dit formulier in te vullen en op te sturen naar de administratie. Wanneer de aanmelding is verwerkt door de administratie, zorgt de administratie voor het toezenden van de plaatsingsbevestiging.
De periode waarin de TSO wordt aangeboden betreft alle schoolweken exclusief de vakantieweken welke aan het begin van het schooljaar zijn aangegeven in het vakantierooster.

Ziekte/afwezigheid
Is uw kind ziek en kan het hierdoor geen gebruik maken van de TSO dan vragen wij u dit te melden bij de groepsleidster. Deze is bereikbaar op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 12.00 – 13.00 uur, locatie OpMars, tel: 0523 649047.
In de hal bij school treft u een bus aan van de TSO. Hierin kunt u eveneens zelf een bericht achterlaten voor de TSO.

Voor verdere informatie verwijzen we u naar de informatiefolder

13.8 Buitenschoolse opvang

13.8  Buitenschoolse opvang   
Stichting ProKind verzorgt voor De MarsWeijde de buitenschoolse opvang. Pedagogisch medewerksters van Stichting ProKind halen de kinderen op van school en gaan met hen naar de locatie OpMars van Stichting ProKind.
Binnen de buitenschoolse opvang kunt u gebruik maken van reguliere naschoolse opvang voor een lange middag (12.00-18.30 uur) of korte middag (12.00-15.00 of 15.00-18.30 uur), voorschoolse opvang (07.30-08.30 uur), vakantieBSO en incidentele opvang.
Wilt u hierover meer informatie? Neem dan contact op met de centrale administratie van Stichting ProKind op 0523-712272 (ma t/m vr 09.00-12.00 uur) of neem een kijkje op www.prokind.nl

13.9 Verjaardagen en traktaties

13.9  Verjaardagen en traktaties

Trakteren op school is leuk. Voor hun eigen verjaardag mogen de kinderen een traktatie meenemen. Hierbij een aantal aandachtspunten ten aanzien van de viering van verjaardagen.
•           Liever geen snoep!
•           Het is goed om te weten dat er steeds meer kinderen problemen hebben met kleurstoffen of allergische reacties.
Wellicht kunt u daar aan denken als u een traktatie in huis haalt. De kinderen trakteren alleen hun eigen groep en leerkracht.

13.10 Verjaardag leerkrachten

13.10 Verjaardag leerkrachten

De leerkrachten vieren hun verjaardag gezamenlijk en kiezen daarvoor in de loop van het jaar een datum uit. Deze datum wordt gecommuniceerd via onze nieuwsbrief, de Zegge’s.

13.11 Feestdagen vieringen

13.11  Feestdagen vieringen

-
Het Sinterklaasfeest vieren we indien mogelijk op 5 december. Wanneer deze dag in het weekend valt op de vrijdag daarvoor.
- Kerst, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren krijgen tijdens de godsdienstige vorming de nodige aandacht. In de week voor de kerstvakantie vieren we het Kerstfeest met alle kinderen en alle ouders. Op Witte Donderdag hebben we met de kinderen een paasviering en daarna een Paasmaaltijd.

13.12 Schoolfotograaf

13.12  Schoolfotograaf

De schoolfotograaf komt in het voorjaar van elk jaar. Alle kinderen worden in het voorjaar van de oneven jaren individueel en elk jaar groepsgewijs gefotografeerd. Het kopen van de foto's is uiteraard geheel vrijblijvend.

13.13 Sponsoring

13.13  Sponsoring

Op 19 februari 2009 heeft het Ministerie van Onderwijs een “Convenant sponsoring onderwijs”  afgesloten met partijen die het onderwijs, het bedrijfsleven, ouderverenigingen, scholieren en de overheid vertegenwoordigen. Chrono volgt de richtlijnen en aanbevelingen uit dit Convenant. Dat is de reden dat Chrono niet een eigen sponsorreglement heeft opgesteld.
Voor directeuren, schoolcommissies en MR’n is het van belang kennis te nemen van dit Convenant op het moment dat er afspraken worden gemaakt over sponsoring.
Als sponsoring gebeurt op een zorgvuldige wijze, is daartegen geen bezwaar.
Het is goed nog op te merken dat er sprake is van donatie als er geen enkele tegenprestatie wordt gevraagd. Zodra dit wel het geval is, wordt het sponsoring.
Het meest recente convenant, is te downloaden via Google onder: “Convenant sponsoring onderwijs”.

Onder sponsoring verstaan wij het volgende:
'Geld, goederen of diensten die door een sponsor worden verstrekt aan het bestuur, de directie, de leraren, niet-onderwijzend personeel of aan de leerlingen, waarvoor door de sponsor een tegenprestatie wordt verlangd en waarmee leerlingen of hun ouders/verzorgers in schoolverband worden geconfronteerd'.
Voorbeelden: lesmaterialen zoals boekjes, folders, posters, videobanden, advertenties in de schoolkrant, bijdragen aan sportdagen, bijdragen aan de inrichting van de school, etc. Wij vinden dat sponsoring alleen dan is goed te keuren als het verenigbaar is met de pedagogische en de onderwijskundige taak en doelstelling van de school. Er mag geen schade worden berokkend aan de geestelijke en/of lichamelijke gesteldheid van de leerlingen. Het mag daarnaast de objectiviteit en de onafhankelijkheid van de school niet in gevaar brengen. Het mag ook geen invloed hebben op de onderwijsinhoud en de continuïteit van het onderwijs.
Op dit moment zijn de schoolshirts ons door De Aqua Jungle ter beschikking gesteld. Op de voorkant van de shirts staat de mascotte van de sponsor en achterop het logo van de MarsWeijde. Groep 1/2 zal daar eens in de twee jaar met de schoolreis naar toe gaan. Wij dragen de shirts bij sportmanifestaties e.d. We hebben dit vastgelegd in een sponsorcontract. De Medezeggenschapsraad heeft hier mee ingestemd.

Mocht u ondanks de zorgvuldigheid die wij in dezen betrachten toch van mening zijn dat wij hier niet goed mee omgaan, dan verzoeken we u dat in eerste instantie aan de directeur te melden. Hij zal dan verdere actie ondernemen. Daarnaast kunt u gebruik maken van de klachtenregeling.

13.14 Verzekering

13.14  Verzekering

Het bestuur van de vereniging heeft voor alle leerlingen van de school een collectieve ongevallen-verzekering afgesloten. Mocht u denken aanspraak te kunnen maken op deze verzekering, neem dan contact met de school op. De wettelijke aansprakelijkheid hebt u hopelijk zelf geregeld.

14. Naar het Voortgezet Onderwijs

14 Naar het Voortgezet Onderwijs

14.1 Voortgezet Onderwijs
In groep 8 worden kinderen en ouders voorbereid op de overgang naar het Voortgezet Onderwijs. In
januari/februari wordt er een ouderavond voor de ouders belegd, waar vertegenwoordigers van het
voortgezet onderwijs vertellen hoe het eraan toe gaat op het Voortgezet Onderwijs. Ook de leerlingen
worden door de groepsleerkracht van Groep 8 voorbereid op de overgang naar het voortgezet onderwijs.
Een goede keuze van het type voortgezet onderwijs is erg belangrijk. Binnen Hardenberg zijn er afspraken
gemaakt over de informatie die overgedragen wordt bij de aanmelding bij een school voor voortgezet
onderwijs. Uitgangspunt daarbij is dat alle kenmerken die belangrijk zijn voor het leren in beeld worden
gebracht. Op basis daarvan wordt bekeken welk onderwijs het beste bij uw kind past.
Het gaat dan om:
-De gegevens uit ons leerlingvolgsysteem over technisch lezen, begrijpend lezen, spelling, rekenen en de
sociaal emotionele ontwikkeling.
-De gegevens van een IQ-test (NIO), die in groep 8 bij alle kinderen zal worden afgenomen door een
medewerker van de schooladviesdienst. Zij adviseert ook de school voor voortgezet onderwijs hierover.
-Wij geven als basisschool ook een advies welk schooltype voortgezet onderwijs ons het beste lijkt voor
uw kind
Bovengenoemde gegevens/adviezen worden na de kerstvakantie met u besproken. U krijgt daarvoor een
uitnodiging van de klassenleerkrachten.

14.2 Overzicht van uitstroomgegevens en resultaten
Hieronder een overzicht van de uitstroom van onze leerlingen naar het Voortgezet Onderwijs.

  VMBO/Basis VMBO/Kader VMBO tl VMBO tl/HAVO HAVO/VWO Gymnasium VWO+ Totaal
2008 0 3 0 0 1 0 1 5
2009 0 3 0 4 3 1 1 12
2010 0 6 5 3 6 2 1 23
2011 0 5 3 8 6 0 2 2

Resultaten
Natuurlijk is maar een deel van de resultaten van ons onderwijs meetbaar te maken, maar de inspectie wil
graag dat we de resultaten van ons onderwijs zichtbaar maken met de toetsen van het leerlingvolgsysteem.
Er is een norm gesteld waar scholen aan moeten voldoen. We zitten ruim boven die inspectienorm.
Resultaten vergeleken met de inspectienorm of het landelijk gemiddelde
Rekenen 4 t/m 8 11.4 % boven de inspectienorm
Technisch lezen 3 en 4 27 % boven de inspectienorm
Technisch lezen 5 t/m 8 5 % boven het landelijk gemiddelde
Begrijpend lezen 5 t/m 7 13,4 boven de inspectienorm
Spelling 3 t/m 8 2,7 % boven het landelijk gemiddelde

14.3 Afscheid van onze school
Voordat de kinderen naar het Voortgezet Onderwijs gaan, nemen ze afscheid van onze school. Eerst zullen
de kinderen op een vastgestelde avond een musical laten zien. Het echte afscheid nemen gebeurt op de
afscheidsavond. Na afloop is er een gezellig samenzijn met ouders en leerkrachten.

15. Vakanties, studiedagen, vrije dagen verzuim

15 Vakanties, studiedagen, vrije dagen verzuim

15.1 Wettelijke plicht ten aanzien van vakantie
De vakantiedagen zijn in overleg door vertegenwoordigers van basisonderwijs en voortgezet onderwijs
vastgesteld. Daarbij hebben ze zich doorgaans** laten leiden door adviezen van het ministerie. Hierdoor
zijn de vakanties van de verschillende scholen binnen Hardenberg zo veel mogelijk gelijk. Kleine
verschillen zijn er nog wel, doordat de scholen een kleine marge over hebben die ze naar eigen inzicht
mogen inzetten.
De medezeggenschapsraad heeft adviesrecht over de vaststelling van de vakantiedata in de school. In
overleg met hen is onderstaand rooster dan ook definitief vastgesteld.
**NB Dit jaar is er m.b.t. de herfstvakantie van afgeweken, omdat de periode tussen eerste
schooldag en herfstvakantie wel heel erg kort was.

15.2 Vakantieregeling 2011 – 2012
Vakantiedata
Herfstvakantie Ma 24 - 10 - 2011 t/m Vr 28 - 10 - 2011
Kerstvakantie Ma 26 - 12 - 2011 t/m Vr 06 - 01 - 2012
Voorjaarsvakantie Ma 27 - 02 - 2012 t/m Vr 02 - 03 - 2012
Paasvakantie Vr 06 - 04 - 2012 t/m Ma 09 - 04 - 2012
Meivakantie Ma 30 - 04 - 2012 t/m Vr 04 - 05 – 2012
Hemelvaart Do 17 - 05 - 2012 t/m Vr 18 – 05 - 2012
Pinkstervakantie Ma 28 - 05 – 2012 t/m Wo 30 – 05 - 2012
Zomervakantie Ma 23 - 07 - 2012 t/m Vr 31 - 08 - 2012
NB Extra vrije dagen op vrijdag 29 juni en 13 juli. Daar is voor gekozen, omdat de periode tussen 30 mei
(de laatste vakantiedag van Pinksteren) en de eerste schooldag voor de bovenbouw leerlingen wel erg lang
is.

15.3 Studiedagen / Vrije dagen overig
Groep 1 t/m 8 vrij voor alle leerlingen! 21-09-2011 Studieochtend
Groep 1 t/m 4 heeft extra vrij op de volgende data:
· 30 september, 03 februari, 22 juni, 29 juni, 06 juli, 13 juli
· De middag van 5 december
· de middag van de sportdag voor de bovenbouw
· van 10 april t/m 13 april heeft de onderbouw ook vrij, extra paasvakantie dus
· Woensdag 16-05-2012, dag voor hemelvaart
· 31 mei en 01 juni, aansluitend aan de pinkstervakantie
Groep 5 t/m 8 heeft extra vrij op de volgende datum:
· vrijdagmiddag 20 juli (laatste schooldag)

15.4 Verlofaanvraag buiten de vakanties om
Zie hoofdstuk 13.6

16. Contacten en adressen

16 Contacten en adressen

16.1 Personeel

Naam leerkracht Emailadres
Hester op de Haar hester@cbsdemarsweijde.nl
Kees Bakker kees@cbsdemarsweijde.nl
Marjan de Boer marjan@cbsdemarsweijde.nl
Casper Boom boom.casper@gmail.com
Eline Altena eline@cbsdemarsweijde.nl
Gerlinde Drenthen gerlinde@cbsdemarsweijde.nl
Brigitte Dijkstra brigitte@cbsdemarsweijde.nl
Truus Franken truus@cbsdemarsweijde.nl
Greetje Jipping greetje@cbsdemarsweijde.nl
Doro Martens doro@cbsdemarsweijde.nl
Ingrid Kampjes ingrid@cbsdemarsweijde.nl
Gerda Melink gerda@cbsdemarsweijde.nl
Andrea Menzo andrea@cbsdemarsweijde.nl
Belinda Hutten belinda@cbsdemarsweijde.nl
Dinie Tijhuis dinie@cbsdemarsweijde.nl
Helga Winkel
helga@cbsdemarsweijde.nl
Laura de Wolde laura@cbsdemarsweijde.nl
Evelien Ekkel evelien@cbsdemarsweijde.nl
Nienke Reinders
nienke@cbsdemarsweijde.nl
Bianca Platjes bianca@cbsdemarsweijde.nl
Marjan Klifman marjank@cbsdemarsweijde.nl
Rudi ten Hartog (beheerder)  
Jan Broer (beheerder)
 
 

Kees Bakker is volledig ambulant en werkt zowel op CBS De MarsWeijde als op CBS Rheezerveen. In
Rheezerveen is hij aanwezig op maandag en bereikbaar op tel. 0523 – 638 308. Op de overige dagen
(dinsdag t/m vrijdag) is hij werkzaam op De MarsWeijde en bereikbaar op tel. 0523 – 261092

16.2 Schoolcommissie

Mannetta Batterink, voorzitter mannetta@bb-l.nl
Margret Lamberink, secretaris wilmarlamberink@home.nl
Anja Leideman, penningmeester a-a.leideman@ziggo.nl
Kristian Mink kristianannemiek@hotmail.com
Diana Platjes gjplatjes@orange.nl
Joke Breukelman seki43@hotmail.com
William Drenthen wdrenthen@ziggo.nl
Karin Meilink h.meilink@home.n
Marcia Zoomer
marcia.zoomer@gmail.co

16.3 Medezeggenschapsraad
Leden Medezeggenschapsraad CBS 'De MarsWeijde'

Ouders Emailadres Leerkrachten Emailadres
Ingrid de Ruiter, voorzitter ideruiterhutten@gmail.com Gerlinde Drenthen gerlinde@cbsdemarsweijde.nl
Sytze van der Laan edelinck@home.nl Truus Franken truus@cbsdemarsweijde.nl
Louise Kerkdijk louisekerkdijk@ziggo.nl Helga Winkel helga@cbsdemarsweijde.n

16.4 Contact- en vertrouwenspersoon klachtenregeling
Contactpersoon namens het schoolteam: Dinie Tijhuis (Tel. 038 – 4200 881)
Contactpersoon namens de schoolcommissie: Mannetta Batterink (Tel. 0523 – 268412)

16.5 Klachtenregeling Chrono:
“Een goed gesprek voorkomt erger”
Waar mensen werken worden fouten gemaakt. Deze fouten kunnen leiden tot klachten, die vaak
op te lossen zijn door met elkaar in gesprek te gaan. Veruit de meeste klachten zullen in onderling
overleg op deze manier kunnen worden opgelost.
Het te lang blijven lopen met een klacht is niet goed voor ons en voor u. Komt u er dus mee als er
iets niet op een goede manier verloopt. Dan kunnen we er samen wat aan doen.
Komt het niet tot een oplossing op schoolniveau, dan kunt u zich wenden tot de bestuurdirecteur.

Contactpersoon:
Iedere school heeft één of twee contactpersonen aangesteld (zie boven). Als u met een klacht
naar de contactpersoon gaat, zal hij/zij u uitleggen welke stappen u kunt zetten en u in contact
brengen met de vertrouwenspersoon, de bestuursdirecteur of de klachtencommissie.

Vertrouwenspersoon:
U kunt zich ook wenden tot de één van de twee vertrouwenspersonen van de vereniging
Chrono. De vertrouwenspersoon zal kijken of bemiddeling een oplossing kan bieden of dat u
beter een klacht kunt indienen. Als u dat wilt, kan hij u hierbij ook helpen. Hij kan u ook
doorverwijzen naar een organisatie die zijn gespecialiseerd in opvang en nazorg.

Klachtencommisie:
De vereniging Chrono heeft een klachtenreglement en is aangesloten bij de Landelijke
Klachtencommissie voor het Christelijk Onderwijs.
Het klachtenreglement van de vereniging Chrono is op te vragen bij de directeur van de school en
staat ook op de website van de vereniging; www.chronoscholen.nl

Vertrouwenspersoon inspectie:
Daarnaast is er een meldpunt bij de inspectie voor klachten over seksuele intimidatie, misbruik en
fysiek of psychisch geweld.
(zie ook beleidsplan ‘Agressie, geweld en seksuele intimidatie” op www.chronoscholen.nl)
U kunt daarvoor terecht bij het meldpunt vertrouwenspersoon van de inspectie: 0900 1113111
Zijn er klachten op het gebied van sponsoring en bestuursbeleid, dan graag in eerste instantie
melden bij de bestuursdirecteur.

Vertrouwenspersonen van de vereniging:
Mevr. D.A.L.M. Jansen Dhr. J. Kruiter
Tel. 0524-562747 Tel. 0523-264462
Bestuursdirecteur: Landelijke klachtencommissie:
Dhr. Mr. J. van Dijken, Postbus 82324,
Erve Odinck 7c, 2508 EH Den Haag
7783 DE Hardenberg Tel.070 386 16 97
Tel. 0523-272821 www .klachtencommissie.org
Email: info@klachtencommissie.org
Voor ernstige klachten kunt u ook contact zoeken met de bestuursdirecteur, dhr. Jan van Dijken,
telefoon 0523-272821.

16.5 Hulpverleners CJG
Naam Functie Telefoonnummer
Manon Diederix Schoolverpleegkundige JGZ 038-4281500
Sarah Docter Schoolmaatschappelijk werker 0570 – 518 700